Duurzaamheid als dragende waarde, cultuur en maatstaf binnen organisaties

Interview Walter Faaij – Duurzaamheid als dragende waarde en nieuwe maatstaf binnen organisaties I Ik geloof dat het huidige economische systeem van eeuwige groei geen volhoudbare manier is om de samenleving in te richten. Zeker de huidige klimaatverandering nodigt uit om versneld de transitie te maken naar een duurzame samenleving, waarin we zorgvuldig omgaan met de aarde, waar ruimte is voor elkaar, voor verschillen en voor lokale, duurzame oplossingen. Ik werk graag aan cultuurveranderingen gericht op een duurzame samenleving. De transitie naar duurzaamheid gaat over het bouwen van cultuur.

door Petra Hiemstra, 21 maart 2017

Als duurzaamheidsconsultant en corporate antropoloog help ik organisaties en bedrijven bij het bouwen van een duurzaamheidscultuur. Ik geloof dat het huidige economische systeem van eeuwige groei geen volhoudbare manier is om de samenleving in te richten. Zeker de huidige klimaatverandering nodigt uit om versneld de transitie te maken naar een duurzame samenleving, waarin we zorgvuldig omgaan met de aarde, waar ruimte is voor elkaar, voor verschillen en voor lokale, duurzame oplossingen. Ik werk graag aan cultuurveranderingen gericht op een duurzame samenleving. De transitie naar duurzaamheid gaat over het bouwen van cultuur.

Deze specifieke niche heb ik de afgelopen jaren ontwikkeld, door opdrachten die eigenlijk ‘toevallig’ op mijn pad kwamen. Bij die projecten merkte ik dat opdrachtgevers vaak het frame van People, Planet, Profit gebruiken. Voor mij is een duurzaamheidscultuur veel breder dan die drie P’s en gaat het behalve over mensen, ook over hun gebruiken, hun beweegredenen en percepties. Over het systeem dat we met elkaar gebouwd hebben en hoe dat van grote invloed is op hoe we de dingen met elkaar doen. Het gaat over betekenisgeving, over gedrag en over het perspectief van mensen op de wereld.

Walter Faaij (1984) studeerde Culturele Antropologie in Utrecht. Hij specialiseerde zich in de sociale effecten van klimaatverandering en woonde drie maanden op Groenland. Sinds 2011 werkt hij als zelfstandig ondernemer. Hij is Associate partner (‘tribe member’) bij de Academie voor Organisatiecultuur en begeleidt organisaties en bedrijven bij complexe cultuurvraagstukken en het verankeren van duurzaamheid in hun DNA. Daarnaast werkt hij voor de Universiteit Utrecht, waar hij studenten Cultural Antropology – Sustainable Citizenship begeleidt bij hun masteronderzoek. Hij herschrijft graag de ongeschreven regels in heldergroene tinten.

Duurzaamheid als dragende waarde, cultuur en nieuwe maatstaf binnen organisaties

De transitie naar een duurzame samenleving begint bij het bouwen van cultuur. Als corporate antropoloog kijk ik met een frisse blik van buiten naar al deze zaken in een organisatie. Ik probeer de geschreven en ongeschreven regels te achterhalen en de onderzoek de default keuzes – wat is de maatstaf waarmee het bedrijf of de organisatie haar keuzes maakt? Om een duurzaamheid in het DNA van een organisatie te krijgen, moet bij iedere beslissing volgens mij de vraag zijn: heeft deze beslissing een positieve invloed op onze duurzame doelstellingen? En draagt het bij aan onze kernwaarde om op een duurzame manier met mensen, middelen en materialen te willen omgaan?

De vraag die een cultureel antropoloog zich stelt, is: kun je samen met een opdrachtgever een systeem (duurzaamheidscultuur) creëren waarin het voor mensen logisch is om een duurzame keuze te maken?

Hoe geven we samen die interne transitie vorm die alle medewerkers uitnodigt om het eigen gedrag en systemen te evalueren en te herijken, ongeschreven regels aan te passen, een nieuw woordenkader te ontwikkelen?

Het vermogen om je te verwonderen, te luisteren en niet te oordelen zijn belangrijke vaardigheden voor een antropoloog: nieuwsgierig blijven, en zoals Joris Luyendijk schreef, ‘als antropoloog is het belangrijk je oordeel zo lang mogelijk uit te stellen’. Met een zo open mogelijk blik een gegeven cultuur onderzoeken, of je nu in de boardroom of op Groenland bent. Cultuur kun je omschrijven als de set van afspraken die vaak ongeschreven zijn, binnen een groep mensen over wat je als groep te doen hebt en hoe je dat met elkaar gaat regelen. Het is een universele vraag die iedere groep mensen – vaak impliciet – te beantwoorden heeft. Het antwoord is uniek. Het antwoord in Nederland is anders dan dat in Brazilië, het antwoord in de voetbalclub is anders dan in de hockeyclub. De antwoorden zijn altijd uniek en anders, maar niet beter dan elkaar. De ene cultuur, nationale cultuur, geloofscultuur, verenigingscultuur of bedrijfscultuur, is niet beter of slechter dan de andere. Het is gewoon anders! Vanuit dat vertrekpunt kun je eigenlijk niet oordelen. Antropologen noemen dat cultuurrelativisme, en het brengt een doorleefd gevoel van nederigheid. Als ‘cultuur’ een ander antwoord is op dezelfde vraag, wie ben ik om te oordelen over een ander?

Als ik onderzoek of advieswerk doe in organisaties, maak ik veel gebruik van de antropologische onderzoeksmethode ‘participerende observatie’. Het uitgangspunt daarvan is:

Alles is informatie

Het gaat daarbij niet alleen om wat je ziet of hoort, maar juist ook om wat niet gezegd wordt en dat wat afwezig is. Wat hoor ik niet, wie is er niet bij die er wel zou moeten zijn? Wie praat met wie? Wat is de sociale dynamiek? Hoe geven mensen betekenis aan hun werkelijkheid? Wat zijn de ongeschreven regels? Om al die informatie goed te kunnen ‘pakken’, moet je helemaal ‘openstaan’. De volgende uitdaging is dan om daar patronen in te herkennen.

De oplossing voor vragen van mijn opdrachtgevers zit heel vaak meer in het proces dan de inhoud. Het is belangrijker om een goed besluitvormingsproces te bouwen waarin iedereen zich gehoord voelt én waarin een door de ‘Chief’ genomen besluit gerespecteerd wordt, dan dat ik adviseer welk besluit een directeur of manager moet nemen. Daarover heeft het collectief veel meer kennis dan ik. Ik zie een organisatie ook als een levende gemeenschap, die intern over veel kennis voor effectieve samenwerking, wijze besluitvorming en collectieve verandering beschikt. Maar om een wijs besluit te nemen is het wel belangrijk dat al die stemmen en wijsheid gehoord worden. Ik kan mijn opdrachtgevers helpen bij het duiden van het vraagstuk en bij het zoeken naar interventies op procesniveau die ervoor zorgen dat de wijsheid van het collectief goed wordt benut. Ik kan ze ook helpen bij het heel goed luisteren, kijken en open staan voor wat de mensen in de organisatie vinden en aan wijsheid hebben.

Reizen en het leven op plekken waar dingen anders gaan, hebben me enorm geholpen bij het ontwikkelen van sensitiviteit.

Op het moment dat je in de binnenlanden van Mongolië, Groenland, Irak of Bolivia uit het vliegtuig stapt, is het ritme anders, valt het licht anders, is de taal anders, zijn de gebruiken anders. Ik werd me door mijn reizen heel erg bewust van mijn eigen logica. Hoe meer de omgeving anders was dan ‘thuis’, hoe steviger de spiegel was die ik voor mijn neus kreeg. Dat heeft me geleerd om niet te oordelen. Je kunt dingen ook anders doen. Mijn manier is maar één manier. Tijdens mijn afstuderen ging ik drie maanden naar Groenland, een land met een totaal andere taal en gebruiken dan de onze. Die ervaring nodigde me uit om geheel open te gaan staan voor mijn sociale omgeving, om opnieuw te leren snappen hoe het sociale systeem werkt, hoe je je tot elkaar verhoudt. Het ingebed raken in of het je eigen maken van een nieuwe cultuur noemen we enculturatie. Je bent dan als volwassene net een klein kind dat niet snapt hoe het werkt en geen liefhebbende ouders heeft, die je helpen leren: hoe je iemand begroet, of je een geschenk meeneemt naar een feestje, en wat voor geschenk dan, wat je in sociale situaties wel en beter niet kunt zeggen, etc. Je moet je met al je zintuigen openstellen voor je omgeving om de juiste sleutels voor omgaan met elkaar te vinden, hoe te handelen. Je leert dat alles informatie is.

Holistisch en ecologisch luisteren

In het algemeen kun je wel stellen dat veel inheemse volken een sociaal en cultureel systeem hebben waarin ze veel meer openstaan voor hun ecologische context, en voor hun overleven afhankelijk zijn van het goed luisteren daarnaar. Soms letterlijk (scheurend ijs), soms meer figuurlijk ‘luisteren’ naar de trends en veranderingen in het weer of regenval. Dus niet alleen luisteren naar wat er gezegd wordt, maar helemaal openstaan voor signalen uit je omgeving (inclusief de sociale). Waarnemen is eigenlijk een betere omschrijving voor deze mentale houding.

In mijn werk als adviseur, onderzoeker en facilitator is het mijn taak om een goede sfeer te scheppen, een passende werkmethode te kiezen en goede vragen te stellen. Een niet oordelende houding is daarbij essentieel. Wat zegt de ander precies? Wat raakt mij? Kan ik begrip opbrengen voor zijn of haar standpunt? Kan ik ruimte creëren voor tegenstellingen bij mezelf, de ander en in de groep die ik begeleid? Het is immers heel goed mogelijk om meerdere dingen tegelijk te vinden: je kunt boos zijn én opgelucht, je kunt je verschrikkelijk aan iets ergeren én er tegelijkertijd het mooie van zien. Die polariteiten en vloeibaarheid zit in iedereen. Een oordeel over iemand anders zegt minstens zoveel over mijzelf. Dat maakt mij bescheiden en reflectief: wat zeggen mijn houding en emoties over mij? En wie ben ik om de waarheid te claimen en te oordelen over iemand anders?

Ook als ondernemer merk ik dat het goed is om open te blijven luisteren. Het Universum helpt daarbij een handje. Ik geloof wel dat dingen gebeuren als ze moeten gebeuren. Als er dingen anders lopen dan ik verwacht, nodig ik mezelf uit om te onderzoeken: wat is van mezelf en wat licht er bij de ander, en liggen er verklaringen buiten ons, bijvoorbeeld in de markt?

Wat open blijven luisteren en aan- en invoelen voor mij lastig maakt, is als ik een oordeel –  hoe klein ook – heb

Als het over het verduurzamen van je organisatie gaat, vind ik daar wel iets van. Dat begint al bij de keus voor een opdrachtgever. Ik zou het ingewikkeld vinden om voor een oliebedrijf te werken, omdat ik het moeilijk vind om in die positie neutraal te blijven. Ik vind niet dat de corebusiness van de fossiele industrie bijdraagt aan een mooie toekomst van de samenleving als collectief. Het is moeilijk om goed te luisteren en overal voor open te staan als ik mijn neutraliteit kwijt ben. Om die reden is het ongelofelijk belangrijk om af en toe een mentale stap achteruit te doen en vanuit verwondering en kritische distantie te onderzoeken wat er nu eigenlijk gebeurt Om mijn werk goed te kunnen doen, is het belangrijk goed te:

Luisteren naar de stem van de minderheid en de onderstroom

Dat heeft twee heel belangrijke redenen: er zit vaak veel wijsheid in ‘weerstand’ of een tegenstem. Door het horen van de minderheidsstem, kun je veel beter gebruik maken van de diversiteit aan kennis, inzichten en ervaringen. Door goed te luisteren kun je rijkere besluiten nemen, bouw je aan een mooiere organisatie. Bovendien, als je bij het nemen van belangrijke besluiten niet luistert naar de stem van de minderheid, als je er niet voor zorgt dat deze zich ‘gehoord voelt’ dan duw je die stem in de onderstroom. Als tegenargumenten en ‘nee’s’ het zwijgen worden opgelegd, is die stem niet weg maar worden kleine issues steeds groter en neemt de kans op sabotage (van een wijs besluit) toe. Ik maak in mijn werk veel gebruik van methoden uit de Deep Democracy.

Deze citaten vormen voor mij een belangrijke inspiratiebron:

De beschaving van een samenleving valt af te meten aan haar omgang met zwakkeren en minderheden – Ghandi

Leadership is not about being in charge. Leadership is about taking care of those in your charge – Simon Sinek

Luisteren is een waardevol geschenk

Door goed naar iemand te luisteren, met oprechte aandacht zijn verhaal bijna te voelen, denk ik dat je iets kostbaars geeft: aandacht en tijd. Bovendien zijn aandacht en tijd de sleutel bij het werken met groepen en organisaties. Als ik interviews doe tijdens veldwerk of onderzoek, gaan mensen door de vragen die ik stel, nadenken hoe het gaat, hoe zij samen de dingen doen. Dan ontstaat er een reflectie moment en vaak: nieuw zelfinzicht. De goede vraag stellen en goed luisteren helpt mensen zelf na te denken. En in die reflectie ontstaat ruimte voor verandering.

There is a difference between listening and waiting for your turn to speak. Listening is active. At its most basic level, it’s about focus, about paying attention – Simon Sinek.

Omgekeerd werkt het ook. De vragen die ik kreeg voor dit onderzoek van HH bijvoorbeeld, hebben mij ook tot nadenken gestemd: hoe doe ik dat eigenlijk, luisteren, en welke betekenis heeft het in mijn werk en leven? Ik vermoed dat veel mensen praten met elkaar door het frame van hun aannames over elkaar. Alleen door vanuit oprechte interesse en openheid een gesprek te voeren, kom je nader tot elkaar. Door niet te oordelen en niet in te vullen heb ik hele mooie en waardevolle gesprekken met mensen. Hoe makkelijk dat ook klinkt, het uit mijn eigen oordeel blijven, blijft soms ongelooflijk moeilijk.

Feedforward voelt als een geschenk

Ook voor mij voelt het als een geschenk, als ik grootgeluisterd word. Ik herinner me het moment toen ik net bij de Academie voor Organisatiecultuur ging werken. De oprichtsters, Danielle en Jitske, spoorden me aan om een lezing te maken over mijn ervaringen op Groenland en mijn visie op duurzaamheid in organisaties. Dat was nieuw voor me, en ik ging hard aan het werk en gaf de presentatie. Achteraf denk ik: daar zaten daar nog aardig wat verbeterpunten in. Maar in plaats van met de botte bijl met kritiek los te barsten, gaven ze me op een liefdevolle manier aanwijzingen over wat er nog beter kon. Ongelofelijk waardevol en een bijzondere ervaring.

Cultuur verander je in dialoog

Om een zinvolle en waardevolle dialoog met elkaar te voeren is het belangrijk dat je goed naar elkaar luistert. Niet afwachten tot de ander is uitgesproken, maar luisteren naar wat de ander bedoelt. Dat vraagt veel van de mensen met wie wij werken. Omdat je cultuur in dialoog kunt veranderen, gaat het uiteindelijk om het voeren van moedige gesprekken met elkaar. Over de betekenis van nieuwe kernwaarden, een verhuizing, een reorganisatie, ontslagronde of de professionalisering van een afdeling. Wij faciliteren die moedige gesprekken soms in groepen van 10 en soms zijn dat ‘kampvuur gesprekken’ met 450 personen. Wat ik bijzonder aan deze, soms zeer intense, dialogen vind, is dat mensen zich kwetsbaar tonen en hele persoonlijke dingen delen. Vanuit die kwetsbaarheid, door het laten zien van de emoties onder de ‘zaken’, ontstaat meer begrip en vaak hernieuwde verbinding tussen mensen. Op collectief niveau, op samenlevingsniveau, is de associatie die ik heb bij ‘grootluisteren’ die van:

Trendluisteraar

Voor mij voelt grootluisteren als een manier om geheel open staan voor wat je in de samenleving ziet gebeuren. Daarbij realiseer ik me: mijn eigen zicht daarop is beperkt. Ik woon in een leuke wijk in Utrecht, dat is mijn eerste referentiekader. Als ik de wereld daarbuiten wil verkennen, doe ik dat door actief op zoek te gaan naar mensen buiten mijn persoonlijke en professionele cirkel. Op die manier hoor ik alternatieve geluiden en ideeën. Dat betekent wel dat ik mijn eigen comfortzone regelmatig moet verlaten. Een tijdje geleden ben naar een balletvoorstelling geweest, niet mijn natuurlijke reflex voor en avondje uit. Echter, het ervaren van een balletvoorstelling gaf me een ander kader, een ander soort input dan ik normaal krijg. Ik geloof dat het heel goed is om regelmatig andere soorten input te krijgen. Om te voorkomen dat ik alleen in mijn eigen bubbel blijf, en mijn eigen gelijk bevestigd zie.

In bredere zin vind ik die ‘eigen bubbel’ ook wel spannend. Die filters die zoekmachines en sociale media gebruiken om nieuws en zoekresultaten voor je te selecteren versmallen die bubbel behoorlijk. De kansen worden daarmee kleiner dat mensen geluiden en ideeën tot zich krijgen, die een interessant ander perspectief vormen. Daar maak ik me wel zorgen over, in deze tijd van polarisatie. Het is een enorme uitdaging om in verbinding met elkaar te blijven als je elkaar niet meer tegenkomt omdat je in een andere bubbel leeft. Bovendien is het makkelijk om met gelijkgestemden te praten, maar juist een noodzakelijke uitdaging om met andersdenkenden te praten en in contact te blijven met andere perspectieven.

LIEFDEVOL LEIDERSCHAP

Hoe ik invulling geef aan Liefdevol Leiderschap? Door te beginnen met goed leiding geven aan mezelf. Dat is al een hele klus. Ik probeer verantwoordelijkheid te nemen voor mijn eigen leven en niet snel het systeem de schuld te geven van dingen die niet lukken. Mezelf en anderen te verleiden het goede te doen, de wereld duurzamer en mooier maken. Dat gaat met vallen en opstaan. Voorlopig is CO2 neutraal vliegen nog niet mogelijk, maar als antropoloog vind ik reizen erg leuk. Mijn broertje woont in het buitenland en hij heeft jonge kinderen die ik wel wil zien opgroeien. In beide gevallen is het vliegtuig best handig, maar dat botst wel met mijn idealen. Ik vind het een behoorlijke zoektocht hoe hiermee om te gaan. Vanuit compassie met mezelf én de ander. Richting anderen probeer ik dagelijks een verschil te maken, hoe klein ook. Bijvoorbeeld door mensen met wie ik werk de vraag te stellen; ‘wat heb je nodig om goed je werk te kunnen doen?’

De kernkwaliteiten van een Liefdevol Leider

zijn mijns inziens het vermogen tot:

  • je oordeel zo lang mogelijk uitstellen
  • zelfreflectie
  • compassie
  • neutraliteit
  • bescheidenheid
  • leerlingschap, steeds opnieuw bereid zijn nieuwe dingen te leren

Als ik Liefdevol Leiderschap concreet maak, zou ik de komende 10 jaar willen inzetten op:

  1. De energietransitie en het bouwen van een duurzame samenleving met ruimte voor verschil. Het huidige economische systeem van eeuwige groei is volgens mij geen ‘volhoudbare’ manier om de samenleving in te richten. Het is logischer is om met de kennis die we hebben duurzaam de mogelijkheden te benutten die de natuur biedt.  Ik geloof in een duurzame samenleving als antwoord op de uitdagingen waarvoor klimaatverandering ons stelt.

Een duurzame samenleving, is voor mij een samenleving waarin we zorgvuldig omgaan met de aarde, waar ruimte is voor elkaar, voor verschil en voor lokale, duurzame oplossingen. Zorgen voor wat goed is, doen wat werkt. In deze transitie gaat het over mensen, hun gebruiken, hun beweegredenen en perceptie. Over betekenisgeving, over gedrag en over je perspectief op de wereld. De transitie naar duurzaamheid gaat over het bouwen van cultuur.

  1. Dat kun je op allerlei manieren concreet maken, maar begint wel bij het voeren van moedige gesprekken. Over zwarte piet en inclusie, over respect voor elkaars zorgen, over een pensioenstelsel bouwen dat sociaal en ‘volhoudbaar’ is met het oog op de toekomst en toekomstige generaties. Wat gebeurt er als we de belasting op grondstoffen verhogen en de belasting op arbeid verlagen? Als we de verantwoordelijkheid nemen voor het vluchtelingenvraagstuk en klimaatverandering? Als we duurzaamheid stevig in het onderwijs verankeren en nieuwe generaties onderwijzen in de betekenis van duurzaamheid voor hun vakgebied?

Een nieuw collectief verhaal bouwen betekent voor mij: samen de best denkbare samenleving bouwen, inclusief ruimte voor verschillen tussen mensen.

Meer informatie over Walter Faaij en zijn werk vind je hier op zijn website.

 

Dit interview maakt deel uit van een serie van 12 gesprekken met hedendaagse Liefdevolle Leiders en hun visie op de toekomst.

Schrijf een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *