De magische transformatie van professional naar leiderschap

De transformatie van professional naar leiderschap vindt gemiddeld rond het 40/45ste levensjaar plaats. Deze transformatie laat zich samenvatten in 10 innerlijke bewegingen:

1. Van Discipline naar Devotie;
2. Van Hard Werken naar Zacht Werken;
3. Van de dingen Goed Doen naar de Juiste Dingen Doen;
4. Van Zelf Doen naar (zoveel mogelijk) Laten Doen;
5. Van FaalAngst naar Succes/Straal Angst;
6. Van De Beste Zijn naar ‘Anderen Beter Maken’;
7. Van Perfectionisme en ‘The Disease to Please’ naar PrutMarge;
8. Van Roofbouw plegen naar Liefde voor je Lichaam als instrument.
9. Van ‘Doen vanuit Moeten’ naar ‘Doen vanuit Willen & Zijn’;
10. Van Eenzaamheid naar – Een-saamheid -> voldoende alleen kunnen zijn, in verbinding met jezelf en het grote(re) geheel

door Petra Hiemstra, 5 november 2019

1. Van Discipline naar Devotie (als we van 3. De Dingen Goed Doen naar De Juiste Dingen Doen willen gaan)

Als we jong zijn, leggen velen van ons veel discipline aan de dag om ‘het goed te doen’, om ‘het goede’ te doen. En waarom? Omdat we zo de erkenning en waardering krijgen van onze ouders/opvoeders en daarmee ons overleven veilig stellen.

Als overlevingsmechanisme kan deze vorm van discipline doorslaan in: ‘hard werken’, het onderdrukken van emoties (de-pressie), roofbouw plegen op het lichaam en faalangst.

Dat gaat vaak lang (min of meer) goed. Tot we de stap willen maken van professional naar leider. Immers: dan gaat het er niet zozeer meer om ‘het goed(e) te doen’, maar… om ‘het juiste te doen’. En als je het ‘juiste doet’, dan kun je erkenning van anderen (lees: de massa) wel op je buik schrijven.

Juist ‘het juiste’ doen, kan in de beginfase (veel) weerstand oproepen. Immers, jouw ‘logica’, ‘waarheid’ en vrolijke vergezichten, vragen van anderen dat zij hun gewoontes, patronen, ritmes en routines aanpassen. Dat zij stoppen met oordelen en hun ‘oor gaan delen’. Het vergt meesterschap om (grote) groepen mensen vakkundig mee ten nemen in de door jou gewenste richting. En de wil hiertoe aan te wakkeren.

Moeten we het als leiders-in-wording dan helemaal zonder erkenning doen? Nee, natuurlijk niet. Iedereen heeft steun nodig van vrienden en familie om staande te blijven als het erop aankomt. Leiders ook. Echter, als we in ons leiderschap willen groeien, is het van belang dat we in staat zijn om ‘erkenning door de massa’ los te laten. Die biedt immers vaak éérst weerstand, daarna volgt acceptatie en tenslotte zegt de massa: “dat vond ik ook altijd al, sterker nog, ik heb het zelf gedaan”. Dan weet je, als leider, dat je je werk goed hebt gedaan.

Deze initiële weerstand is makkelijk(er) te handelen als we devoot zijn aan ‘ons zielsplan of onze zielsmissie‘. En daarmee bedoel ik: onze dedicatie aan onze eigen antwoorden op de vragen: wie ben ik? Wat wil ik? Welke toegevoegde waarde wil ik leveren aan wie?

2. Van Hard Werken naar Zacht Werken

“Hard werken wordt beloond”, zegt het spreekwoord. Zeker waar. Toch levert hard werken vaak hart-zeer op. Kost hard-werken meer energie dan het oplevert.

Vraag: Hoe is dat voor jou? Werk jij hard of zacht? Stel, we kiezen voor de metafoor van de ‘bergbeklimmen’ voor het bereiken van je doelstellingen. Hoe ga jij dan momenteel jouw berg op? Vlieg je in zo’n tempo de berg op, dat je risico’s niet tijdig ziet en straks volstrekt uitgeput bent als je aankomt? Niet handig! Je bent dan immers pas halverwege en je moet ook nog terug! En hoe zit het met je naasten? Neem je hen mee op je reis? Of ben je hen kwijt geraakt en sta je (straks) alleen op de top? Is dat ook wat je wil? En ook niet onbelangrijk: geniet je voldoende onderweg?

“Zacht werken” is een begrip dat bekend is geworden door het boek van Ellen de Lange-Ros. Zij schreef: Een zaak van zacht werken voor ondernemende en creatieve mensen die eigenlijk geen tijd hebben om dit boek te lezen, omdat ze hard moeten werken“. “Zacht werken” stelt de schrijfster, is vooral ‘je anders verhouden tot tijd’.

Als je beter luistert naar je lichaam én je omgeving, kun je veel beter voelen wanneer het de juiste tijd is om actie te nemen of iets te doen. Zacht werken betekent vooral voldoende tijd besteden om ‘niet te doen’ of om ‘niet nuttige zaken te ondernemen’, opdat je tijd en ruimte vrijmaakt voor intuïtie en creativiteit. Over het ‘nut van onnuttige tijd’ schreef Tijn Touber ‘ Het geheim van genialiteit‘.

4. Van Zelf Doen naar (zoveel mogelijk) Laten Doen

Hard werken doen we vooral ook ZELF. Want hé: kijk eens hoe goed/slim/lief ik ben?! In de transformatie van Professional naar Leider(schap) mogen we leren om het ‘doen’, zoveel mogelijk over te laten aan anderen. Zodat we hún creatieve potentieel zoveel mogelijk de ruimte geven en zelf zoveel mogelijk tijd en ruimte hebben om te ZIJN, te voelen, ervaren, verbinden.

Vraag: hoeveel tijd maak jij (in werktijd!) vrij om met al je antennes naar patronen in jezelf en het grotere geheel te luisteren?

Het is immers juist deze sensitiviteit en ontvankelijkheid waar wij hoogvliegers goed in zijn. En waarmee we de grootste toegevoegde waarde kunnen leveren.

Van Zelf Doen naar Laten Doen betekent bovenal: LOSLATEN. En, eerlijk? Ik wist tot een aantal jaren geleden niet wat dat was: loslaten. Ik hield vooral VAST. Want: iemand anders kan het toch nooit zo goed als ikzelf?! Wat het me vooral opleverde was veel spierspanning en slechte nachtrust. Na ongeveer 20 jaar training, lukt het nu gelukkig beter. En merk ik juist hoezeer ik kan genieten van Ontvangen, als ik zaken delegeer. Ik kan nu intens genieten van de creativiteit van de mensen met wie ik werk. Van hun oplossingen die vaak zo anders zijn, dan die ik zelf bedacht zou hebben.

Tip – Een zin die mij veel helpt is: Moet Ik Dit Nu doen? MOET ik dit nu doen? Of WIL ik het doen? Moet IK dit nu doen, of kan ook iemand anders deze taak oppakken? Moet ik dit NU doen, of kan het ook later?

5. Van FaalAngst naar Succes/StraalAngst

Stel je voor dat “het niet lukt”…. Dan…”vinden ‘ze’ me vast niet meer aardig”, “hoor ik er niet meer bij”, “ben ik niet loyaal aan de wensen van mijn (voor)ouders”…. Herkenbare gedachten? Dat risico wil je, zeker als je jong bent, liever niet lopen. Logisch! We passen ons aan, aan de verwachtingen van anderen en leveren zo, stukje bij beetje, eigenheid, levendigheid, originaliteit en oorspronkelijkheid in. Tot dat niet meer gaat. En we in een innerlijke conflict belanden. Wat dan?

Dan is het tijd voor Dieptewerk. Zodat we, mogelijk met behulp van een coach/vriend/vriendin, oude overtuigingen om kunnen buigen en niet-helpende-stemmen het zwijgen op kunnen leggen. Zodat er weer meer (innerlijke) ruimte ontstaat om:

  • meer onszelf te zijn, uiteraard in gezonde verbinding met ons gezin en familiesysteem van herkomst;
  • ‘het juiste te doen’ en ook de consequenties daarvan volledig te aanvaarden;
  • ‘pijn te durven doen’ om collectief welzijn te bewerkstelligen;
  • stil te zijn mét de ander en in goede afstemming beweging te bewerkstelligen in/met de ander;
  • ons DNA niveau te herschrijven om meer heel te zijn (dit is vooralsnog een hypothese, ik heb tot op heden nog geen wetenschappelijk bewijs kunnen vinden dat dit ook echt kan en houd me aanbevolen voor je tips);
  • lichter en luchtiger te leven.

En is het dan klaar?

Helaas. Zodra we ons van het juk van de faalangst ontdaan hebben en we ons moedig door de ‘donkere nacht van de ziel’ geworsteld hebben, dan kan wat Sandra Leefmans in haar boek ‘Te slim om te slagen’ zo mooi ‘SuccesAngst‘ noemt, om de hoek komen kijken.

Je kent vast de tekst van Marianne Williamson, die in haar werk haar ‘A return to love’, succesangst als volgt omschreef:

Our deepest fear is not that we are inadequate.
Our deepest fear is that we are powerful beyond measure.
It is our light, not our darkness
That most frightens us.

We ask ourselves
Who am I to be brilliant, gorgeous, talented, fabulous?
Actually, who are you not to be?
You are a child of God.

You playing small does not serve the world.
There’s nothing enlightened about shrinking
So that other people won’t feel insecure around you.

We are all meant to shine, as children do.
We were born to make manifest
The glory of God that is within us.

It’s not just in some of us, it’s in everyone.
And as we let our own light shine,
we unconsciously give other people permission to do the same.

As we’re liberated from our own fear,
our presence automatically liberates others.”

6. Van De Beste Zijn naar ‘Anderen Beter Maken’

De beste zijn…. Wie wil het niet? Veel hoogvliegers (ook wel uitvinders, gekken, lastpakken, rebellen en ‘misfits’ genoemd) in mijn praktijk, genieten van de positieve kanten van de drang tot perfectionisme. Immers: vanuit deze innerlijke drang zijn eeuwenlang de mooiste kunstwerken en briljantste innovaties voortgekomen.

In hun boek ‘Meesterschap‘, beschrijven Paul Donders en Chris Sommer het oude Meester-Gezel systeem van vroeger. Ook vandaag de dag besteden we ongeveer 10 jaar aan de ontwikkeling van onze Talenten (gemiddeld van 20 tot 30 jaar). In de volgende 10 jaar ontwikkelen we onze Professionaliteit (gemiddeld van 30-40 jaar). Als Reisgezel mogen we tussen ons 40ste en 45ste levensjaar opnieuw te leren van grootmeesters in ons vak, zodat we daarna Meester kunnen worden (van 45-55 jaar). Als Meester is het onze taak om gezellen op te leiden én jaarlijks tenminste 3 innovaties te ontwikkelen voor onze branche. Wil je dan nóg een stap verder, dan kun je besluiten om MeesterKunstenaar te worden (tussen 55 en 75 jaar). In deze hoedanigheid neem je je verantwoordelijkheid om grote maatschappelijke transformaties te leiden.

Hoe hoger je op de ladder van Meesterschap komt, hoe belangrijker didactische, sprekende en grootluistervaardigheden worden. Van dirigenten kun je wat dat betreft goed de kunst afkijken, vertelt Itay Talgam in zijn befaamde TED-talk ‘Lead Like The Great Conductors’

7. Van Perfectionisme en ‘The Disease to Please’ naar PrutMarge

Als we ‘het juiste willen doen’ en veranderingsprocessen goed willen (bege)leiden, zullen we ons (teveel aan) perfectionisme moeten loslaten. Zeker grote maatschappelijk transformaties kosten 10 tot 20 jaar. Zij vergen deelname van honderdduizenden mensen en zijn dus niet controleerbaar. Wel kun je deze beweging enthousiast bewerkstelligen, als je weet hoe je de innerlijke wil van jezelf en anderen kunt aanwakkeren.

In dit proces moet leider moeten goed kunnen ‘observeren, adresseren, prioriteren articuleren’, vertelt Marijn Spruit. Een eerste helpende stap daarbij, is het ophouden van het iedereen naar de zin te willen maken. Zowel vrouwen als mannen in mijn praktijk, leiden aan the ‘disease to please’, de neiging het iedereen maar naar de zin te willen maken. Gelukkig heeft Vreneli Stadelmaier, hier enkele goede tips voor, in haar boek F*ck die onzekerheid. Ook ‘Verdrink geen dooie eend‘ van Marry de Gaay Fortman is een aanrader, voor leiders die steviger in het zadel willen zitten en toch hoffelijk en beminnelijk willen blijven.

Zelf ben ik een grote voorstander van het jezelf toestaan van een ruime PrutMarge. Van alle coachingssessies en trainingen die ik doe, accepteer ik (goed, wel met moeite) dat 15% PRUT mag zijn. 70% is meestal ‘gewoon goed’. En juist door de 15% prutmarge, schep ik ook ruimte voor 15% excellentie.

Vraag: hoeveel ‘prutmarge’ sta jij jezelf toe? Hoeveel leergeld ben je bereid te betalen?

8. Van Roofbouw plegen naar Liefde voor je Lichaam als instrument

Als coach vergelijk ik mijn lichaam vaak met een cello. Het is een prachtig (en onmogelijk perfect) te bespelen instrument, dat met plezier solo’s speelt en bovenal excelleert in het laten stralen en excelleren van anderen. Het is dagelijks werk om mijn instrument in goede conditie te houden, zodat ik het goed kan afstemmen op en inzetten t.b.v de groei van de ander. Coaching is relationele topsport.

Roofbouw plegen op mijn lichaam vertaalt zich direct in een smallere bandbreedte van mijn repertoire en in angst om het gehele pallet in te zetten. En het omgekeerde is ook waar: als ik mijn lichaam koester, dan kan ik magie en heling bewerkstelligen, ook al heb ik de vinger er nog niet precies achter hoe dit exact werkt.

Over die innerlijke transitie van ‘hebben naar zijn’ en de ontwikkeling van de ziel, schreef Ed Hoornik het volgende gedicht:

Op school stonden ze op het bord geschreven.
Het werkwoord hebben en het werkwoord zijn;
Hiermee was tijd, was eeuwigheid gegeven,
De ene werklijkheid, de andre schijn.

Hebben is niets. Is oorlog. Is niet leven.
Is van de wereld en haar goden zijn.
Zijn is, boven die dingen uitgeheven,
Vervuld worden van goddelijke pijn.

Hebben is hard. Is lichaam. Is twee borsten.
Is naar de aarde hongeren en dorsten.
Is enkel zinnen, enkel botte plicht.

Zijn is de ziel, is luisteren, is wijken,
Is kind worden en naar de sterren kijken,
En daarheen langzaam worden opgelicht.

9. Van ‘Doen vanuit Moeten’ naar ‘Doen vanuit Willen & Zijn’

Hoornik vraagt van ons, eloquent zoals dichters dat kunnen, dat we ‘doen vanuit moeten’ loslaten, opdat we kunnen ‘doen door zijn’. Dit ‘doen door zijn’, vraagt een hoge mate van alertheid. Van volledige aanwezigheid. Van present zijn in het moment. Het vraagt van ons dat we ons ieder moment ‘innerlijk uitlijnen’ om vandaaruit de verbinding te maken met de ander én het grotere geheel. Ik noem dit grootluisteren.

Grootluisteren is relationele topsport. We zijn immers 100% met onze aandacht bij onszelf, 100% met onze aandacht bij de ontwikkeling van de ander én 100% in contact met het grotere geheel. Iedere topsporter weet dat zij enkel tot grootste prestaties kan komen, als ze kan focussen én als ze voldoende kan rusten en ontspannen. Een prachtig sprookje dat gaat over de ‘kunst van het helpen’ is ‘de weg van rups naar vlinder‘.

Zes praktische vragen, waarop je jezelf kunt scoren om te checken in hoeverre je hiertoe in staat bent, geeft Roel Bouwkamp in zijn boek ‘Gespreksvormen’:

1. In hoeverre ben je bereid de ander echt helemaal te begrijpen en iets toe te voegen dat de ander verder brengt in zijn/haar ontwikkeling (of begrijp je de ander juist helemaal niet)?
2. In hoeverre geef je écht op de ander (of juist helemaal niet)?
3. In hoeverre ben je in je reacties echt concreet en specifiek (of juist helemaal niet, je bent vaag)?
4. In hoeverre ben je in je relatie tot en met de ander echt helemaal jezelf (of juist helemaal niet, je speelt een rol)?
5. In hoeverre stel je de zaken werkelijk zoals je ze ziet (of vertel je helemaal niet hoe de zaken er volgens jou voor staan)?
6. In hoeverre bespreek je écht wat er tussen jou en de ander gaande is, en doe je dit onmiddellijk (of bespreek je helemaal niet wat er tussen jou en de ander gaande is)?

10. Van Eenzaamheid naar – Een-saamheid -> voldoende alleen kunnen zijn, in verbinding met jezelf en het grote(re) geheel

De meeste hoogvliegers in mijn praktijk voelen zich van jongs af aan ‘anders dan de rest’. Zij denken en  schakelen sneller, zijn sneller over- of onderprikkeld en beleven zaken vele malen intenser. Zij herkennen zich vaak in het sprookje van het lelijke eendje, dat zich lang eenzaam voelt tot het er pas veel later achter komt dat het eigenlijk een prachtige zwaan is en tot een heel bijzondere familie behoort. Dat gevoel van eenzaamheid kan soms tot grote existentiële crisissen leiden.

In de transformatie van professional naar leiderschap echter, kan het vermogen om ‘eenzaam’ te zijn, echter een groot voordeel blijken te zijn. Als je geleerd hebt ‘een-saam’ te zijn, het goed te hebben met jezelf in moeilijke omstandigheden, is dat als een spier die je getraind hebt. In leiderschap zul je merken dat je periodiek deze spier nodig hebt, om het juiste te kunnen doen. Dan moet je soms seconden, minuten, dagen of soms zelfs jaren ‘alleen staan’, tot anderen (eindelijk) je logica inzien en je gelijk (h)erkennen.

Het meerdere malen door diepe dalen gaan, heeft als belangrijkste voordeel dat je de cyclus van ontwikkeling steeds beter begrijpt, zodat je hem steeds beter voor jezelf, voor anderen en voor het grotere geheel kunt laten werken. Immers: dan hoef je niet meer bang te zijn voor ‘de nacht van de ziel’, voor ‘chaorde’ en voor de fase van het ‘niet weten’.

Sterker nog, als je wéét hoe de cyclus werkt, ga je vanzelf meer verlangen naar die ‘eensame’ (lees: genoeglijke) momenten met jezelf, waarin je als een devote diepzielduiker opnieuw je antwoorden formuleert op: wie ben ik? Wat wil ik? Wat wil het leven van mij? Welke bijdrage wil ik leveren aan het grotere geheel? Om dan te gaan lopen en het leven ten volle te omarmen.

Want, zoals Howard Thurman het zei:

“Don’t ask yourself what the world needs. Ask yourself what makes you come alive, and go do that, because what the world needs is people who have come alive.”

Ik wens je een goede en genoeglijke reis in de ontwikkeling van jou leiderschap.

 

 

 

Schrijf een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *