Jezelf verkopen bij een sollicitatie: niet groter, niet kleiner, maar precies goed

‘Wil je me alsjeblieft vertellen hoe goed ik ben?!’

Het klinkt misschien als een wat ongebruikelijke openingszin tijdens een sollicitatiegesprek. Toch is het precies de vraag die ik regelmatig tussen de regels door hoor bij bijzonder getalenteerde professionals in mijn coachpraktijk. Slim, sensitief, bevlogen en vaak met een indrukwekkende school- en/of werkloopbaan. Maar jezelf verkopen bij een sollicitatie? Dat vinden ze dikwijls knap ingewikkeld.

Dan lijkt er een stilzwijgende verwachting te ontstaan dat de werkgever, recruiter of HR-functionaris hén moet vertellen hoe bijzonder ze zijn. Het liefst zonder dat ze daar zelf al te veel woorden aan hoeven vuil te maken.

‘Als ze écht goed kijken, zien ze toch vanzelf wat ik allemaal in huis heb?’

Nou, misschien. Maar de gemiddelde recruiter beschikt helaas niet over een glazen bol. En ook niet over een zesde zintuig voor verborgen hoogbegaafdheid. Die heeft doorgaans een vacature, een stapel sollicitaties en een agenda die uit zijn voegen barst.

En dus begint daar een belangrijke kunst: jezelf zichtbaar maken zonder jezelf op te blazen. Niet groter. Niet kleiner. Precies goed.

Door Petra Hiemstra | 2 november 2026

Waarom vinden slimme mensen zichzelf verkopen zo moeilijk?

Wat ik vooral bij jongere professionals zie, maar beslist niet uitsluitend bij hen, is een sterke behoefte om door de ander gezien, erkend en bevestigd te worden. En begrijp me goed: daar is op zichzelf niets mis mee. We willen allemaal graag gezien worden. Ik ook.

Voor veel hoogbegaafde professionals en andere hoogvliegers is jezelf verkopen bovendien een ongemakkelijk idee. Ze willen graag op hun inhoud, kwaliteiten en resultaten worden beoordeeld. Niet op hun vermogen om zichzelf aantrekkelijk te presenteren. Alsof je daarmee opschept of jezelf belangrijker maakt dan een ander.

Maar soms zit er iets diepers onder. Wie als kind onvoldoende erkenning, emotionele afstemming of positieve spiegeling heeft ervaren, kan later sterk verlangen naar iemand die alsnog vertelt wat destijds zo nodig was: ‘Ik zie je. Je bent goed zoals je bent. Je hoeft niet steeds te bewijzen dat je ertoe doet.’

Dat is een heel menselijk verlangen. Niet iedere behoefte aan bevestiging komt natuurlijk voort uit jeugdtrauma, maar ik zie in mijn praktijk regelmatig hoe oude patronen zich in nieuwe situaties blijven aandienen. Alleen is een sollicitatiecommissie doorgaans niet de meest geschikte plek om die oude rekening te vereffenen. De HR-adviseur heeft immers een functie te vervullen, geen jeugd te herstellen.

Solliciteren zonder bevestiging te zoeken: ken je eigen waarde

In mijn begeleiding besteed ik daarom veel aandacht aan wat ik jezelf kunnen dragen noem. Dat betekent dat je weet wie je bent, wat je kunt, wat je hebt bijgedragen en wat je te bieden hebt. Ook wanneer een ander dat niet onmiddellijk opmerkt.

Dat je tijdens een sollicitatiegesprek niet afwacht tot iemand jouw kwaliteiten uit je moet trekken alsof het verstandskiezen zijn. Maar dat je rustig en helder kunt vertellen wie je bent, wat je drijft en welke waarde je kunt toevoegen. Zonder borstklopperij. Zonder jezelf kleiner te maken. En zonder dat de ander eerst een staande ovatie hoeft te geven.

Juist bij professionals die doorgroeien naar zwaardere leidinggevende en bestuurlijke functies wordt dit steeds belangrijker. Want leiderschap vraagt dat je soms alleen kunt staan, beslissingen kunt nemen die niet iedereen leuk vindt en waardering kunt ontvangen zonder ervan afhankelijk te worden. Wie voortdurend applaus nodig heeft, kan moeilijk vrij bewegen.

Overigens is jezelf kunnen dragen iets heel anders dan alles alleen moeten doen. In mijn coaching onderzoeken we juist of iemand een kleine kring van drie, vier, vijf of zes dierbare mensen om zich heen heeft. Een paar getrouwen die je kennen, met je meeleven, je soms liefdevol tegenspreken en van je houden, no matter what.

Dat is een belangrijke basis voor innerlijke stevigheid. Je hoeft niet door iedereen aardig gevonden te worden wanneer je weet dat je door een paar mensen werkelijk geliefd bent. En die hoeven je overigens ook niet voortdurend naar de mond te praten. Sterker nog, liever niet.

Jezelf presenteren bij een sollicitatie: niet groter, niet kleiner, maar precies goed

Veel van mijn coachees hebben een hartgrondige hekel aan het idee dat ze zichzelf moeten ‘verkopen’. En eerlijk gezegd begrijp ik dat heel goed. Alsof je jezelf moet aanprijzen als een product, met een glanzende verpakking en zorgvuldig opgepoetste verkooppraatjes.

Maar jezelf goed presenteren is iets wezenlijk anders dan jezelf verkopen. Het vraagt niet om bravoure, maar om zelfkennis. Niet om borstklopperij, maar om helderheid. Je helpt de ander ontdekken wie je bent, wat je kunt en wat je te bieden hebt. Zelfverzekerd, eerlijk en authentiek.

En daar gaan we natuurlijk ook gewoon mee aan het werk. Want jezelf kennen is één ding. Jezelf goed over de bühne brengen is een tweede.

Er bestaat een prachtige Engelse uitspraak die ik graag gebruik:

‘Your easy reading is my hard work.’

Ik dacht dat deze quote afkomstig was van Nathaniel Hawthorne, maar in Quote Investigator worden ook vroege formuleringen van Thomas Hood besproken. De precieze herkomst van deze specifieke bewoording is dus niet met zekerheid vast te stellen. Maar de spreker had een punt!

Precies hetzelde geldt voor een goed cv, een overtuigend LinkedIn-profiel en een sterk sollicitatiegesprek. Wat voor de ontvanger moeiteloos lijkt, vraagt van de maker vaak uren denkwerk, schrappen, aanscherpen en opnieuw beginnen.

Een bekend eye-trackingonderzoek van Ladders uit 2018 liet zien dat recruiters bij een eerste screening gemiddeld slechts 7,4 seconden aan een cv besteedden.

Zeven seconden! Dat is ongeveer de tijd die ik nodig heb om te besluiten of ik nog een kop koffie wil. En geloof me, die beslissing is meestal niet ingewikkeld.

Je moet dus zorgen dat iemand in één oogopslag kan ontdekken wie je bent, wat je meebrengt en waarom je interessant kunt zijn voor een bepaalde functie. Niet alleen je opleidingen en functietitels, maar vooral je kwaliteiten, concrete bijdragen en ambities.

Wat heb je bereikt? Waar ben je goed in? Waar word je enthousiast van? Wat heb je nog te leren? En wat voor werkomgeving heb je nodig om te floreren?

AI kan tegenwoordig prima helpen om teksten te structureren en aan te scherpen. Maar AI kent jouw hele levensverhaal niet en kan niet voor jou bepalen welke kant je op wilt.

Daarom raad ik mijn coachees aan om hun cv en LinkedIn-profiel door meerdere mensen te laten lezen. Niet met de vraag: ‘Vind je mij geweldig?’ Maar: ‘Herken je mij hierin? Welke kwaliteiten komen duidelijk naar voren? Wat mis je nog?’

Je vraagt de ander niet om jouw eigenwaarde te bevestigen, maar om je te helpen jezelf beter zichtbaar te maken.

En uiteindelijk gaat het bij solliciteren om wederkerigheid. Niet alleen: ‘Willen zij mij hebben?’ Maar ook: ‘Wil ik daar werken? Passen onze waarden, ambities en verwachtingen bij elkaar?’

Een goede sollicitatie is geen auditie voor de liefde. Het is een gezamenlijk onderzoek naar een passende samenwerking.

Ook als coach moet je jezelf kunnen dragen

Zelfvertrouwen betekent niet dat je altijd zeker weet dat je de beste bent. Het betekent dat je jouw kwaliteiten en beperkingen kent, kunt vertellen wat je hebt bereikt en durft te erkennen wat je nog te leren hebt. Dat geldt voor sollicitanten, maar evengoed voor leidinggevenden, bestuurders, trainers en coaches.

In mijn eigen leven ben ik behoorlijk zelfvoorzienend. Tegelijkertijd heb ik een partner die mijn liefste is, en een aantal dierbare vriendinnen en collega’s bij wie ik altijd mijn hart kan luchten. Mensen die me steunen, een spiegel voorhouden en me zo nodig liefdevol tegenspreken. Dat is voor mij van onschatbare waarde.

Juist dankzij dat persoonlijke fundament hoef ik mijn eigen emoties, onzekerheden of behoefte aan erkenning niet bij mijn coachees neer te leggen. Ik kan mijn eigen verhaal ergens kwijt, zodat ik in mijn werk werkelijk beschikbaar kan zijn voor dat van de ander. Die professionele onafhankelijkheid, zonder afstandelijk te worden, draag ik hoog in het vaandel.

Natuurlijk vind ik het fijn wanneer iemand enthousiast is over onze gesprekken. Een compliment bij de koffie smaakt uitstekend. Maar ik wil er niet afhankelijk van worden. Want als coach moet ik het hele spectrum kunnen bedienen. Van liefdevol en zacht tot scherp en confronterend. Van een luisterend oor en een zakdoek tot een vraag die iemand misschien liever nog een paar jaar had ontweken.

Ik herinner me een coachgesprek van jaren geleden waarin ik een coachee tamelijk onverbloemd toebeet:

‘Als jij je als een geslagen hond blijft gedragen, blijf je geschopt worden!’

Au.

Niet bepaald een uitspraak die ik op een tegeltje zou laten drukken. En ook niet eentje waar ik bijzonder trots op ben of die ik vandaag zomaar zou herhalen. Maar kennelijk raakte die opmerking destijds iets wezenlijks.

De man rechtte zijn rug. Begon zichzelf anders te zien, liet oude patronen steeds meer achter zich en stapte met hernieuwde moed de wereld in. Inmiddels floreert hij.

Of hij me die opmerking destijds in dank heeft afgenomen? Ik betwijfel het. Misschien heeft hij me op weg naar huis wel voor van alles en nog wat uitgemaakt. En eerlijk gezegd zou ik hem dat niet eens kwalijk hebben genomen.

Natuurlijk weet ik niet of juist die uitspraak doorslaggevend was. Ontwikkeling is zelden aan één interventie toe te schrijven. Maar het illustreert wel iets belangrijks.

Mijn werk is niet om voortdurend aardig gevonden te worden. Mijn werk is om van betekenis te zijn.

Confronteren is daarbij nooit een doel op zich. Het vraagt zorgvuldigheid, vertrouwen en timing. Want iemand wakker schudden is iets anders dan iemand onderuit halen.

‘Je was arrogant. En niet arrogant genoeg.’

Ook als trainer heb ik een belangrijke les geleerd over de betrekkelijkheid van waardering.

Jaren geleden organiseerde ik een boeklancering met maar liefst 125 deelnemers. Een week later werd ik binnen één uur door twee mensen gebeld. De eerste was mijn dierbare collega Frank Schurink, die inmiddels helaas is overleden. Hij wond er geen doekjes om.

‘Petra, je was arrogant. En je was niet arrogant genoeg.’

Pardon? Twee ogenschijnlijk tegengestelde verwijten in één telefoongesprek. Dat is ook een knappe prestatie.

Maar Frank legde haarfijn uit waar ik volgens hem te veel ruimte innam en waar ik juist steviger had mogen staan. En verdraaid, hij had op beide punten gelijk.

Precies een uur later ging opnieuw de telefoon. Een dame die de boeklancering had bijgewoond, vertelde me: ‘Ik heb naar je verhaal geluisterd en ik voel me helemaal geheeld. Alle puzzelstukjes zijn op hun plek gevallen.’

Nou, daar zat ik dan. Volgens de één arrogant én niet arrogant genoeg. Volgens de ander bijna therapeutisch wondermiddel. En dat allemaal met precies dezelfde presentatie.

Ik ben niet everybody’s cup of tea

Die twee telefoontjes hebben me iets geleerd wat ik nooit meer ben vergeten. Wanneer ik voor een grote groep sta, hanteer ik sindsdien voor mezelf een eenvoudige vuistregel.

Ongeveer 15% van de deelnemers vindt mijn verhaal of mijn manier van presenteren helemaal niks. Zo’n 70% vindt het waarschijnlijk gewoon prima. En dan is er nog zo’n 15% die enthousiast is, geraakt wordt of er precies uithaalt wat op dat moment nodig is.

Geen wetenschappelijke formule of exacte normaalverdeling, maar een relativerend denkmodel dat mij helpt.

Want stel je voor dat ik tijdens een training voortdurend bezig zou zijn met die eerste 15%:

Waarom kijkt die meneer zo moeilijk?
Wat maakt dat die mevrouw niets opschrijft?
Waarom lacht niemand om mijn grapjes?

Voor je het weet ben je geen training meer aan het geven, maar een zaal vol gezichtsuitdrukkingen aan het analyseren.

Dus bereid ik me zo goed mogelijk voor. Ik luister, sluit aan, improviseer waar nodig en geef alles wat ik in huis heb. Maar daarna moet ik ook kunnen verdragen dat niet iedereen enthousiast is.

Ik ben niet everybody’s cup of tea. En dat hoeft ook helemaal niet.

Elizabeth Gilbert en de vrijheid van de ontvanger

In dit verband moet ik ook denken aan Big Magic van Elizabeth Gilbert, een boek over creativiteit, moed en het loslaten van de behoefte aan goedkeuring.

Wat mij daarin aanspreekt, is de gedachte dat je als maker je werk met aandacht en overtuiging de wereld in kunt brengen, maar niet kunt bepalen wat een ander erin ziet. Een passage die een schrijver bijna terloops opschreef, kan voor een lezer levensveranderend zijn. En een hoofdstuk waar jarenlang aan geschaafd is, kan iemand volledig koud laten.

Dat herken ik als trainer én als coach. Soms denk ik na afloop van een gesprek: nou, dat was een belangrijke interventie! En blijkt mijn coachee vooral geraakt door een terloopse vraag die ik zelf alweer bijna vergeten was.

Dat is misschien wel het wonderlijke aan menselijke ontwikkeling: je kunt de voorwaarden helpen scheppen, maar niet precies regisseren wat er bij de ander gebeurt.

De betekenis van wat je geeft, ontstaat uiteindelijk ook bij degene die het ontvangt. En dat vraagt niet alleen betrokkenheid, maar ook bescheidenheid.

Grootluisteren vraagt om een stevig midden

Daarom is Grootluisteren voor mij zoveel meer dan vriendelijk knikken, begrip tonen en af en toe ‘wat bijzonder!’ zeggen.

Het vraagt dat je jezelf als coach voldoende kent en draagt om werkelijk beschikbaar te zijn voor de ander. Zonder je eigen behoefte aan erkenning, gelijk krijgen of bewondering ertussen te schuiven. Dat je kunt aansluiten, verdiepen, spiegelen, uitdagen en soms stevig confronteren. Niet omdat jij zo nodig iets wilt bewijzen, maar omdat de ander daardoor verder kan komen.

Zodra mijn behoefte aan waardering belangrijker wordt dan de ontwikkeling van mijn coachee, raak ik mijn professionele vrijheid kwijt. Dan loop ik het risico dat ik vooral zeg wat prettig is om te horen, in plaats van wat werkelijk behulpzaam is.

Het gaat uiteindelijk niet om mij. Het gaat erom dat de ander zich volledig gezien, gehoord en gekend voelt. Dat iemand zichzelf beter leert begrijpen, zijn eigen richting ontdekt en zijn telos — zijn bestemming of diepere bedoeling — dichterbij brengt.

En daarvoor trek ik graag alles uit de kast. Ook wanneer dat betekent dat iemand even helemaal niet zo enthousiast over mij is.

Een compliment is fijn. Een stevig fundament is fijner.

Misschien is dat wel een van de belangrijkste ontwikkelopgaven in ons volwassen leven. Dat we langzaam minder afhankelijk worden van de vraag:

‘Wil je me alsjeblieft vertellen hoe goed ik ben?’

En steeds vaker kunnen zeggen:

‘Ik weet wie ik ben, wat ik waard ben en wat ik kan bijdragen. En ik laat je dat graag zien.’

Niet vanuit arrogantie, maar vanuit innerlijke stevigheid.

We hebben allemaal de verantwoordelijkheid om ons werk zo goed mogelijk te doen. Om ons voor te bereiden, te luisteren, te leren en onszelf waar nodig te corrigeren. Maar we hoeven niet voortdurend de goedkeuring van anderen te organiseren.

Want waardering is heerlijk. Geniet er vooral van wanneer die komt. Maar zorg dat je niet instort wanneer het applaus een keertje uitblijft.

Je bent tenslotte geen straatartiest die pas mag beginnen met leven zodra iemand een muntje in zijn hoed gooit. Toch? 

Je hoeft jezelf niet te verkopen. Je moet jezelf wel zichtbaar durven maken.

Ik ben benieuwd: hoe ga jij om met waardering, kritiek en de behoefte om gezien te worden? En lukt het jou om in je eigen midden te blijven wanneer het applaus uitblijft?

Over de auteur

Petra Hiemstra is directeur van Haagse Hoogvliegers, register loopbaancoach (NOLOC) en specialist in hoogbegaafdheid bij volwassenen. Zij begeleidt hoogbegaafde en hoogsensitieve professionals, leidinggevenden en bestuurders bij loopbaanontwikkeling, persoonlijk leiderschap en het ontdekken van hun eigen bestemming.

Delen: