Leerstijlen Fleming, Kolb en Gardner – tips voor optimalisatie leerrendement

Mensen verschillen nogal in de wijze waarop ze leren. Leren kun je zien als een proces dat uiteindelijk leidt tot gedragsverandering. Wij merken dat hoogvliegers baat hebben bij trainers die ‘up tempo’ kunnen doceren, goed kunnen omgaan met kritische vragen en een snel afwisselend programma bieden dat recht doet aan verschillende leerstijlen. Wij streven naar programma’s die deelnemers ook actief met elkaar verbinden. Immers veel hoogvliegers brengen vanuit hun persoon en achtergrond een enorme schat aan kennis en ervaring mee. We stellen dan ook altijd trainers voor die én goed kunnen doceren én de wijsheid in de groep optimaal tot uitdrukking kan laten komen. Hoe goed een inhoudelijk training ook is, relatief eenvoudige externe omstandigheden kunnen een training maken of breken. Aan het eind van dit blog geven we enkele concrete tips waar je als trainer rekening mee kunt houden voor optimaal leerrendement. Eerst bespreken we de leerstijlen van Fleming en Kolb.

Leerstijlen van Fleming

Eind jaren 80 ontwierp de Nieuw-Zeelander Neil Fleming de VARK vragenlijst. De afkorting staat voor Visual Aural Read/Write Kinesthetic en verwijst naar een voorkeur voor informatie die respectievelijk visueel, auditief, tekstueel of via gevoel en beweging wordt overgedragen. Bij het ontwerpen van lezingen en trainingen kan het zeer waardevol zijn om met deze diverse leerstijlen rekening te houden en deze creatief in te passen in je programma, om alle deelnemers recht te doen. Het kan ook waardevol zijn om je eigen leerstijl te kennen en vooraf aan een trainer bekend te maken om het rendement van je training te vergroten.

  •  De visuele leert het makkelijkst als hij ergens naar kan kijken (en heeft bijvoorbeeld en fotografisch geheugen). Zijn verhalen ondersteunt hij met plaatjes, schetsen, schema’s.
  • De auditieve luistert liever naar een toelichting, of weet pas wat hij wil zeggen als hij zichzelf hoort praten.
  • De lezer/schrijver heeft een voorkeur voor informatie lezen (gaat lekker snel) en weet pas echt wat hij geleerd heeft als hij de woorden heeft gevonden om het voor zichzelf op te schrijven.
  • Voor kinestheten blijkt tast en beweging erg belangrijk te zijn. Als zij geen beweging ervaren gaan ze in de pauzestand. Lastig op school (Jantje, niet wiebelen!), onmogelijk bij vergaderingen (stilzitten en luisteren). Vaak vinden ze de rit naar en van hun werk heerlijk en een effectieve manier om zich op de werkdag voor te bereiden, respectievelijk de dagelijkse indrukken te verwerken. Telefoneren gaat makkelijker als ze kunnen rondlopen, lezen als ze papier in handen hebben. Veel gebaren bij het praten en een duidelijke voorkeur voor direct contact boven telefoneren of e-mailen.

Lees hier meer over de leerstijlen van Kolb, Gardner en hoe je als trainer het rendement van je training kunt vergroten.Leerstijlen van Kolb

De psycholoog Kolb deed onderzoek naar verschillende manieren van leren van mensen en hij onderscheidde er vier, die hij als fasen die van elkaar afhankelijk zijn kon vastleggen. Deze vier leerfasen kunnen worden beschreven in termen van de vaardigheden die bij die fasen horen.

  • Doener, vertonen een combinatie van actief experimenteren en concreet ervaren. Ze hebben een voorkeur voor situaties waarin ze zo snel mogelijk aan de slag kunnen en leren het best wanneer er ruimte is voor oefenmomenten. De leerprocessen die doeners hanteren, steunen vooral op gissen en missen.
  • Dromer, zij hebben een voorkeur voor concreet ervaren en reflectief observeren. Ze zoeken leersituaties op waarin zij zelf kunnen meemaken hoe iets in de praktijk uitpakt. Zij hebben de neiging problemen van alle kanten te bekijken en zien steeds weer nieuwe ingangen en oplossingen. Dromers leren heel snel via identificatie.
  • Denker, combineren het reflectief observeren en abstract conceptualiseren. Zij zijn het liefst bezig met het vertalen van observaties in hypothesen en theorieën. Ze kunnen goed redeneren en zijn graag intellectueel bezig. Ze werken graag zelfstandig om de gelegenheid te krijgen zelf eerst een beeld te vormen van de theorie.
  • Beslisser, zijn goed in en hebben een voorkeur voor abstract conceptualiseren en actief experimenteren. Zij gaan het liefst theorieën uitproberen in de praktijk en in experimenten. Ze nemen initiatief en durven experimenteren. Bij het hanteren van een probleem gaan zij deductief en probleemoplossend te werk. Ze functioneren optimaal als zij een leertaak kunnen beginnen met kennisname van duidelijk en beknopt geformuleerde regels en principe, die zij dan in een oefensituatie kunnen verwerken.

Het model kent tussen deze gedragingen vier verschillende overgangen waarin geleerd wordt:

  • Ervaren (concrete ervaringen opdoen)
  • Reflecteren (observeren en reflecteren)
  • Conceptualiseren (vormen en formuleren van abstracte begrippen)
  • Toepassen (experimenteren en actief toetsten)

Leerstijlen van Gardner

Al eerder bespraken we de 8 soorten intelligenties die de Amerikaanse psycholoog en neuroloog Howard Gardner presenteerde. Hij stelt dat we er van uit kunnen gaan dat ieder mens tot op zekere hoogte de beschikking heeft over elk van de acht vormen van stijlen waarbij een leerstijl de voorkeur heeft. Het zal echter niet altijd de leerstijl zijn waarin wordt getraind of lesgegeven. De 8 leerstijlen zijn:

1. Verbaal-linguïstisch ( woordknap)
Taal: poëzie, spelling, lezen, verhalen

2. Logisch-mathematisch (rekenknap)
logisch denken, cijfers, experimenteren

3. Visueel- ruimtelijk (beeldknap)
tekenen, schilderen, architectuur, vormgeven

4. Muzikaal- ritmisch (muziekknap)
muziek luisteren, maken, componeren, herkennen

5. Lichamelijk- kinesthetisch (beweegknap)
lichamelijke inspanning, knutselen, toneel, dans

6. Naturalistisch ( natuurknap)
dieren, planten, verzamelen, ordenen, natuurverschijnselen

7. Interpersoonlijk (mensknap)
zorgen voor mensen, vrienden, leiding geven

8. Intrapersoonlijk (zelfknap)
eigen gevoelens, dromen, alleen zijn, fantasieën

Tips voor trainers

In hoeverre check je voor je training op de locatie jouw invloed op:

  • licht
  • geluid
  • temperatuur
  • werkplek
  • catering
  • ontvangst – routing
  • ruimte voor beweging

Veel hoogvliegers zijn bovengemiddeld gevoelig voor sfeer, rust en ruimte. Zeker introverte cursisten hebben tijd nodig om te ‘landen’ en alle prikkels te verwerken. Trainingsdagen van 8 tot 22 uur of met verplichte diners zijn dan geen goed idee. Dan hebben ze te weinig ‘alleen – en procestijd’. Met snelle uitputting en minder opname tot gevolg. Globale cursisten geven de voorkeur aan een omgeving met zachte verlichting en informele zitplaatsen. Ze hebben pauzes nodig, snacken, mobiliteit en geluid. Analytische cursisten werken liever in een omgeving met fel licht en formele zitplaatsen. Ze werken het beste in een rustige omgeving met weinig of geen onderbrekingen en weinig of geen tussendoortjes.

 

Ook een training lanceren?

Binnen Haagse Hoogvliegers laten wij trainers, vaak zelf ook hoogvliegers, stralen en excelleren. Samen met onze deelnemers ondersteunen we je bij het vervolmaken van je programma zodat ze optimaal aansluiten bij de leerwensen en stijlen van mensen die bovengemiddeld sensitief en intelligent zijn. In de regel levert dat waardevolle reflectie én nieuwe business op. Interesse? Neem contact op voor meer informatie: petra.hiemstra@haagsehoogvliegers.nl of 06-33803867.

Meer weten?

Lees: Verleid jezelf tot excellentie, gereedschap voor extra intelligente mensen. Willem Kuipers i.s.m. Annelien van Kempen
Doe hier de Kolb test.
Op www.vark-learn.com vind je de Engelstalige vragenlijsten en nadere informatie over de VARK aanpak.

 

Schrijf een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.