In Het is niet met jou begonnen onderzoekt Mark Wolynn hoe intergenerationeel trauma zich kan doorzetten van generatie op generatie. Niet alleen via opvoeding of gedrag maar ook via taal, loyaliteit, hechting en mogelijk zelfs via epigenetische processen. Het boek verscheen oorspronkelijk in 2016 onder de titel It Didn’t Start With You en groeide internationaal uit tot een standaardwerk rond intergenerationeel trauma, systemisch werk en heling.
Wat het boek zo bijzonder maakt, is dat Wolynn niet alleen kijkt naar grote zichtbare trauma’s zoals oorlog, verlies of geweld maar juist ook naar subtielere vormen van pijn: emotionele verwaarlozing, afwezige ouders, ouders die zelf moesten overleven en gezinnen waarin kinderen te vroeg volwassen werden. Ik verloot 3 exemplaren.
boekrecensie door Petra Hiemstra, 12 mei 2026
Een van de centrale inzichten uit het boek is bijna confronterend eenvoudig:
“All that is rejected is repeated.”
Wat afgewezen of uitgesloten wordt, keert terug. Dat geldt voor gevoelens, familiepatronen, relationele dynamieken en trauma’s die nooit werkelijk gezien of doorvoeld zijn.
Sigmund Freud beschreef dit al als repetition compulsion: de neiging van het onbewuste om oude situaties eindeloos te herhalen in de hoop ze alsnog “goed” te laten aflopen. Wolynn bouwt daarop voort en laat zien hoe families soms generaties lang dezelfde pijn blijven reproduceren totdat iemand stopt en werkelijk gaat luisteren. Niet alleen naar verhalen maar ook naar lichaamstaal, terugkerende woorden, kernzinnen, symptomen en hardnekkige verwijten.
Wolynn nodigt ons uit om moeilijkheden te leren zien als richtingaanwijzers. Als we de wijsheid van onze kerntaal en de soms wat bijzondere of zelfs idiote symptomen van generationeel overgedragen pijn beter leren waarnemen, krijgen we handvatten voor verandering.
Een van de mooiste elementen uit het boek vind ik Wolynns nadruk op taal. Hij vraagt zijn lezers op zoek te gaan naar hun kernklacht, kernverwijt, kernzin en kerntrauma. Omdat juist onze eigen woorden vaak aanwijzingen bevatten naar wat onder de oppervlakte leeft. Kerntaal wordt daarmee een soort kernkompas. Welke zinnen herhaal je onbewust steeds opnieuw?
“Ik moet alles alleen doen.”
>“Ik krijg nooit genoeg.”
>“Ik ben teveel.”
>“Ik mag geen last zijn.”
>“Ik moet sterk blijven.”
“Niemand ziet mij echt.”
Volgens Wolynn zijn zulke zinnen zelden toevallig. Ze kunnen verwijzen naar oude familiepijn die zich via gedrag, overtuigingen en zenuwstelsels blijft herhalen. Daarom moedigt hij mensen aan om veel te schrijven. Niet netjes. Niet perfect. Maar eerlijk. Alles op papier. Zodat zichtbaar wordt welke woorden steeds terugkomen. Want soms weet ons lichaam of onze taal al veel eerder wat ons hoofd nog niet begrijpt.
Wat dit boek sterk maakt, is dat het niet blijft hangen in schuld. Integendeel. Wolynn spreekt opvallend compassievol over ouders. Hij benadrukt dat de meeste ouders hun kinderen niet intentioneel beschadigen. Vaak gaven zij simpelweg niet door wat zij zelf nooit ontvangen hebben.
Het probleem is niet alleen wat onze ouders ons aangedaan hebben. Het probleem is vaak ook hoe wij er vandaag nog steeds aan vasthouden.
Dat vraagt moed om onder ogen te zien. Zeker wanneer er sprake was van emotionele verwaarlozing of afwijzing. En toch opent juist daar ruimte voor heling. Want zodra we onze ouders niet langer uitsluitend zien als “de ouder die tekort schoot” maar ook als mens met een eigen geschiedenis van verlies, trauma of tekort, ontstaat vaak meer zachtheid. Niet om gedrag goed te praten maar om onszelf te bevrijden van eindeloze innerlijke strijd.
Een zin uit het boek die me diep raakt:
“Diegenen onder ons die voelen dat ze te weinig van hun moeder hebben gekregen, hebben vaak het gevoel dat ze te weinig krijgen van het leven.”
Dat zie ik vaak terug in mijn eigen coachpraktijk. Mensen die moeite hebben met ontvangen. Die chronisch hard werken. Die liefde proberen te verdienen. Die zichzelf blijven bewijzen. Die uitgeput raken van het zorgen voor anderen.
Wanneer een kind emotioneel voor een ouder gaat zorgen, ontstaat vaak een blauwdruk van overbelasting, alertheid en moeilijk kunnen ontspannen. Wolynn benoemt daarnaast iets systemisch belangrijks:
“Als we de ene ouder opzetten tegen de andere, strijden we tegen de bron van ons eigen bestaan.”
We vergeten soms dat we een kind van beide ouders zijn. Afwijzing van een ouder kan daardoor ook leiden tot afwijzing van delen van onszelf. Wat we afwijzen buiten onszelf, projecteren we vervolgens vaak op anderen. Of we trekken juist partners, collega’s of vrienden aan die precies dat gedrag spiegelen wat we nog niet onderzocht of geïntegreerd hebben.
Mensen zoeken bovendien vaak onbewust een partner die oude wonden opnieuw openrijt zodat pijnlijke plekken eindelijk aangekeken en geheeld kunnen worden. Zoals een spiegel reflecteert een partner vaak precies wat nog onvoldoende gezien, gevoeld of verwerkt is.
Het omgekeerde is ook waar. Een man die zijn vader bewondert en respecteert voelt zich doorgaans comfortabel in zijn eigen mannelijke kracht en in het voortzetten van de kwaliteiten van zijn vader. Hetzelfde geldt voor vrouwen. Een vrouw die haar moeder liefheeft en respecteert voelt zich vaak veiliger in haar vrouwelijkheid en kan makkelijker uitdrukking geven aan kwaliteiten die zij in haar moeder waardeert.
Wat mij persoonlijk aanspreekt in dit boek, is hoe sterk het aansluit bij mijn eigen begrip van grootluisteren. Heling begint vaak niet met analyseren of diagnosticeren, maar met zorgvuldig luisteren. Naar wat gezegd wordt en wat niet gezegd wordt. Naar herhalingen. Actie-reactie patronen, stiltes, dromen, lichamelijke reacties en familieverhalen.
Annie Rogers verwoordt dat prachtig:
“The unconscious insists, repeats and practically breaks down the door, to be heard.”
Het onbewuste wil gehoord worden. En precies daarom kunnen coaching, therapie en systemisch werk zo helpend zijn. Niet om eindeloos in het verleden te blijven hangen maar juist om opnieuw beweging mogelijk te maken.
Een waardevolle oefening uit systemisch werk is het maken van een genogram. Een soort psychologische stamboom waarin patronen zichtbaar worden. Dit schema kan je daarbij helpen:
| Familielid | Talenten | Trauma’s | Tekortkomingen | Kernzin | Kerngedachtes | Kerngedrag |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Ikzelf | ||||||
| Mijn moeder | ||||||
| Mijn vader | ||||||
| Moeder van mijn moeder | ||||||
| Vader van mijn moeder | ||||||
| Moeder van mijn vader | ||||||
| Vader van mijn vader | ||||||
| Broer/zus 1 | ||||||
| Broer/zus 2 | ||||||
| Broer/zus 3 |
Kijk vervolgens rustig welke patronen zichtbaar worden. Welke zinnen keren terug? Welke overtuigingen, angsten of rollen? Wie zorgde er voor wie? Wie mocht ontvangen of moest juist sterk zijn? Wie verdween (emotioneel) uit beeld?
Wat ik hoopvol vind aan Wolynns werk, is dat hij niet fatalistisch is. Ja, patronen kunnen generaties meegaan. Maar ze zijn niet onveranderlijk.
Woorden hebben invloed. Gedachten hebben invloed. Relaties hebben invloed. Nieuwe ervaringen hebben invloed. Wolynn verwijst naar onderzoek dat laat zien dat woorden letterlijk invloed kunnen hebben op stressreacties in ons lichaam en op hoe ons brein functioneert. Door bewust andere taal te gebruiken, ontstaat soms ook een andere innerlijke ervaring.
Bijvoorbeeld:
“In plaats van eindeloos te herhalen wat met jou gebeurd is, beloof ik mijn leven ten volle te leven.”
Of:
“Wat jou gebeurd is, zal niet nodeloos zijn. Ik zal het omzetten in een bron van kracht.”
En misschien wel de mooiste:
“Ik eer het leven dat je mij gegeven hebt door er iets goeds mee te doen.”
Dat is geen ontkenning van pijn. Het is een beweging richting volwassenheid.
Dat is uiteindelijk wat dit boek zo waardevol maakt. Niet dat het alle antwoorden geeft. Niet dat iedere theorie wetenschappelijk volledig bewezen is. Maar het nodigt wel uit tot bewustzijn. Tot ruimer kijken en dieper luisteren. Het onderzoeken van patronen zonder direct te veroordelen en het terugbrengen van zachtheid in familiesystemen waarin generaties lang vooral overleefd werd.
Misschien begon het niet met jou. En ben jij wel degene die het patroon eindelijk ziet. Die precies daardoor iets nieuws kan doorgeven.
Ik verloot deze zomer 3 exemplaren van Het is niet met jou begonnen én 3 exemplaren van het recent verschenen werkboek.
Iets voor jou?
Stuur dan een mail naar: petra.hiemstra@haagsehoogvliegers.nl
Vermeld in de onderwerpregel:
Het is niet met jou begonnen
en zet in de mail ook even je adresgegevens.
De boeken worden verloot na plaatsing van dit artikel in mijn nieuwsbrief in de zomer van 2026. De winnaars worden op deze plek bekendgemaakt.
Wil je het boek liever direct lezen? Ren dan naar de bibliotheek, je plaatselijke boekhandel of kijk bijvoorbeeld bij:
Warme groet,
Petra Hiemstra
Haagse Hoogvliegers
Nassaulaan 13, Den Haag
petra.hiemstra@haagsehoogvliegers.nl
06-33803867
Haagse Hoogvliegers Nassau Parc
Nassaulaan 13 2514 JS Den Haag