Meesterschap in energiemanagement I De HSPer als meervoudige stekker

Meesterschap in energiemanagement – De komende jaren krijgen we te maken met versnelde vooruitgang: technologisch, sociaal en democratisch. Hoogvliegers kunnen juist in deze tijd van grote en intense persoonlijke, organisatorische en maatschappelijke transformaties van grote betekenis zijn. Zij hebben immers een versterkt voor-voelvermogen én de sensitiviteit om anderen zorgvuldig en goed afgestemd in deze bewegingen mee te nemen. Om dit op gezonde en energieke wijze te kunnen doen, is Meesterschap in Energiemanagement een noodzakelijke voorwaarde. Immers: behalve dat de grote veranderingen an sich  je kunnen overweldigen en je letterlijk benauwd kunnen maken, krijg je hoe dan ook te maken met weerstand van anderen die zich nog niet op veranderingen hebben ingesteld. Dan heb je als ‘boodschapper’ wel ‘stevige energetische scheenbeschermers’ nodig, om goed overeind te blijven.

Hoe voorkom je dat je leegloopt op energieën van anderen en zet je jouw bijzondere (voor)voelvermogens juist in deze tijd slim en strategisch in?  Janine Koppers, energetisch trainer en healer, vertelt in dit artikel hoe zij haar energiemanagement leerde ontwikkelen en wat ze je daarin kan aanreiken.

door Janine Koppers, 20 juli 2018

Janine: als energetisch healer en energie-management trainer merk ik dat als veelvoelers samen komen, er iets magisch gebeurt. Hoogvliegers, veelal HSPers (Hoog Sensitive Personen) kunnen elkaar binnen seconden ‘lezen’. Zij ontmoeten elkaar op vele niveaus tegelijkertijd, vaak gevolgd door herkenning, met én zonder woorden. Het voordeel is dat zij maar weinig woorden nodig hebben, om elkaar goed te kunnen voeden en stimuleren. Dat kan heel mooi en fijn zijn en tegelijk kan veelvoelen ook uitdagingen opleveren. Dat gebeurde mijzelf ook tijdens mijn tijdelijke baan als pedagogisch medewerker. Als ik je mijn persoonlijke verhaal vertel, dan klinkt dat zo:

Energiemanagement – een must voor de (jonge) HSPer

Zomer 2011: De grootste uitdaging van de dag: twintig rijstwafels smeren met afwisselend smeerworst en smeerkaas. Ik zit aan een lange tafel gedekt met gekleurde plastic bekertjes en borden voor de kinderen van de opvang. Het ruikt er naar een mengsel van luierdoekjes, appelsap en natuurlijk die smeerworst. De vloer wordt elke dag gedweild en toch plakt het een beetje als je loopt.  Overal zijn kinderen… en er mag van mij toch echt wel een raam open.

Op het speelplein moet ik opletten dat een peuter niet op een kruipende baby gaat zitten. Om de een of andere reden ziet dat kind zijn jongere soortgenoten als handige zelf-voortbewegende krukjes. Terwijl een ander kind op zijn knie valt, vervolgens hard gaat huilen, zijn armen naar boven uitstrekt en uitroept: “Kom maar….!” De tekst die mama waarschijnlijk gebruikt als hij getroost moet worden. Mijn hart breekt van zijn oer verdriet. Ik schiet hem te hulp en tegelijk baal ik dat ik hier moet zijn.

HSPers zijn zich pijnlijk bewust van alles dat gebeurt

Ik heb welgeteld twee weken als flexibele kracht in de kinderopvang gewerkt. Meer had ik niet gekund. Elk van de tien dagen dat ik heb gewerkt heb ik me verbaasd over hoe ik me tegelijk afgestompt en overprikkeld kon voelen. Het eerste half uur was prima. Daarna wilde ik naar huis. De constante trekkracht van de emotionele behoeften van kinderen die geen familie zijn en toch steun zoeken bij mij als volwassene. Ik ging er elke keer een beetje stuk van.  Van hun hulpbehoevendheid, mijn weerstand om onbekende snotneuzen af te vegen, mijn schuldgevoel over die weerstand, de herrie, de geuren, de kinderpopmuziek, de luiers, de ouders. En dan ook nog een uitje met 15 kinderen met de tram (!) naar Madurodam. Daar wil ik het niet eens over hebben.

Als HSP of veelvoeler ben ik overduidelijk niet geschikt als kindertankstation. Op de kinderopvang was ik mij pijnlijk bewust van alles dat er gebeurde, van mijn eigen onervarenheid en een alsmaar groeiende frustratie over hoe we met onze kinderen omgaan. Ik vroeg me oprecht af: hoeveel ruimte krijgt een hooggevoelig kind in onze drukke, lawaaierige, intensieve kindhouderijen?

Tegelijkertijd overvraagd, overprikkeld en ondergestimuleerd

Die zomer moest ik noodgedwongen snel werk vinden en met mijn HBO diploma mocht ik ook als pedagogisch medewerker worden ingezet. Het tegelijkertijd overvraagd, overprikkeld en ondergestimuleerd voelen heb ik sindsdien gelukkig niet meer in die mate meegemaakt. Toch kan ik het nog steeds wel ervaren als ik routinematig werk moet doen waarbij ik niet kan adresseren wat er in mijn ogen niet klopt.

Ik zie haar ogen oplichten

Hoe kort ik er ook gewerkt heb, ik herinner me een meisje heel duidelijk. Ze wordt ‘s ochtends gebracht door haar vader. De vader spreekt zijn ongenoegen uit dat hij zijn vierjarige dochter weer bij een flexibele kracht moet afleveren. Daar kan zij (of hij?) niet tegen. Het meisje gaat zitten op een krukje en komt er niet meer vanaf. Om haar heen wordt er gegild, gespeeld, gegooid en gekwijld. Ze kijkt ernaar alsof ze vaststelt er niet bij te horen. De leidsters zeggen dat ik haar gewoon moet laten. “Ze wil toch niks”. Het meiske geeft weinig sjoege. Ze wil inderdaad niet spelen met de andere kinderen en onttrekt zich in stilte van het rumoer terwijl ze nog steeds op dezelfde kruk zit.

Inmiddels is het middag. Er staat een doos met muziekinstrumenten in de hoek: rammelaars, fluitjes, tamboerijnen. Ik pak wat uit de doos en zie haar ogen oplichten. Ik geef haar instrumentjes in haar handen en ze komt tot leven. We spelen samen, maken zachtjes geluid, laten onze ratels en rammelaars op elkaar reageren. Het kind dat niet mee leek mee te kunnen doen is volledig present en geëngageerd. Aan het einde van de middag komt haar vader haar weer ophalen. Ik tilde haar op – dat mocht inmiddels van haar – en ze klimt naar haar vaders schouder. Ik vertel hem over hoe de dag is verlopen. Net zoals het gezicht van zijn dochter oplichtte bij het zien van de muziekinstrumenten verschijnt er een glimlach op zijn gezicht.

Aanpassen of niet?

Dit voorbeeld illustreert mijn eigen ervaring en wellicht ook de uitdaging waar jonge HB/XI/Hoogvlieger kinderen van nu voor staan. Als terugkijk op mijn eerste werkervaring, roept het de volgende vragen bij mij op: Hoe ga je om met een wereld als je anders of rijk bedraad bent? Wat mag je van die wereld verwachten? Mag ík ook aan iemand vragen om er een muziekinstrumentje bij te pakken om met mij contact te maken? Mag ik dat verwachten? Of moet ik mij aanpassen aan de denk- en leefwijze van anderen? Is het de bedoeling dat ieder kind uiteindelijk net zo rond rent als haar leeftijdsgenoten? Of mag zij anders en bovenal zichzelf zijn? Waar is zíj het meest bij gebaat?

En natuurlijk klinkt hierin de vraag door hoe ik dit zelf als klein meisje heb georganiseerd. Deze metafoor had me daarbij zeker geholpen:

Veelvoelers als meervoudige stekker

Auteur Willem Kuipers schrijft dat hoogsensitieve en hoogbegaafde mensen te vergelijken zijn met een meervoudige stekker. Deze stekker symboliseert de mogelijkheden voor informatie-uitwisseling op verschillende niveaus. Waar de meeste mensen zijn uitgerust met een 6 of 10 pins verbindingsmogelijkheid, hebben sommige mensen een 24 pins verbinding. Dat betekent dat er veel situaties zijn waarbij er alleen aanspraak wordt gedaan op een beperkt aantal verbindingen. Met verveling, alleen zijn, en in mijn geval ook lokale overbelasting – overprikkeling – tot gevolg.

Tijdens de trainingen die ik nu geef, zie ik steeds verschillende variaties op ditzelfde thema. Van mensen die hard werken en zich tegelijkertijd suf vervelen. Professionals die interne problemen signaleren, maar niet worden gesteund in de verandering die er in de organisatie nodig is. En die daar vervolgens door opbranden of elke paar maanden van baan moeten wisselen omdat het voor hen niet uit te houden is. Dus stel ik je, als collega’s onder elkaar, graag de vraag: hoe ga jij om met jouw eigen anders zijn?

Meesterschap in fysiek, strategisch en systemisch energiemanagement – Baas in eigen energie

In de training Baas in eigen energie voor veelvoelers, die ik in september geef bij Haagse Hoogvliegers, is ruimte voor reflectie op deze en andere vragen. In een kleine groep (6-12 personen) ga je op onderzoek uit. Wat geeft je energie? Wat kost je energie? Welke patronen kun je loslaten? En bovenal: hoe kun en wil je jouw persoonlijke voor-voelvermogens slimmer, strategisch(er) benutten voor wat we als samenleving nodig hebben de komende decennia? Wat helpt je daarbij? Hoe kunnen wij je daar als groep bij helpen? Samen anders kunnen zijn, werkt versterkend. Het maakt ons leven lichter én leuker.

Als deelnemer kun je jouw persoonlijke (leer- en ontwikkel)vragen inbrengen. Daardoor is iedere training anders. Wij vertrouwen erop dat de juiste mensen zich melden, om elkaar met een open geest, open hart en open wil groot te luisteren. Samen zorgen we ervoor dat je, al spiegelend en onderzoekend, in een veilige omgeving kunt verkennen wat jouw hoogsensitiviteit en rijk bedrade brein betekent voor jouw  identiteit, werk, relaties en persoonlijke ontwikkeling. Je leert hoe je jezelf energetisch goed kunt beschermen en afschermen in groepen. En deze training helpt je om (weer) open te staan voor de collectieve, universele intelligentie die ons omringt. Zo ervaar je meer ruimte en voel je je vrijer om nét een beetje anders te zijn, in goede harmonie met anderen, om samen het wezenlijke te verwerkelijken. Want Liefdevol Leiderschap betekent voor ons: samen voor en met elkaar.

Je bent van harte welkom. Hier lees je meer over de training Meesterschap in fysiek en systemisch energiemanagement in september.

 

 

 

 

 

 

 

Schrijf een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *