Ministerie voor Nuance – Ian Smeyers

Sociaal ondernemer Ian Smeyers pleit namens het Ministerie voor Nuance voor deze 5 doelstellingen de komende tijd:

  1. Oog en oor ontwikkelen voor de historische context en tijdgeest der dingen;
  2. Van horkerigheid naar hoffelijkheid op straat;
  3. Stop vervuilend gedrag;
  4. Betrek ondernemers bij het maken van werkgelegenheidsbeleid;
  5. Creëer Nelis-banen – de duurzame wijk conciërge.

Ian Smeyers is een Hagenees met Belgisch bloed, echtgenoot, vader en directeur/eigenaar van Nelis Company en de Werkfabriek. Nelis zet zich in om jongeren met een voorsprong op de arbeidsmarkt te zetten als glazenwasser, schilder of schoonmaker. Nelis werkt samen met gemeenten en opdrachtgevers om vakmensen op te leiden en geeft zo invulling aan social return doelstellingen bij grote aanbestedingen. De Werkfabriek is een ontmoetingsplek voor sociaal ondernemers op de Binckhorst in Den Haag.

door Petra Hiemstra, 18 mei 2020, in het kader van ons project Ministeries voor de Nieuwe Tijd

Ministerie voor Nuance? Vertel!

Ja, dat verbaast je wellicht. Met mijn voorkomen en manier van doen, kun je me makkelijk in de categorieën ‘straatjongen’, ‘rouwdouwer’ of ‘Boze Witte Man’ plaatsen. Ik ben de eerste die de hand in eigen boezem steekt en beken dat ik alles behalve de meest genuanceerde persoon op aarde ben. Daarom leek deze titel me juist wel leuk.

Als puber groeide ik op in de Schilderswijk. Ik maakte deel uit van wat sommigen de ‘lagere sociale klasse’ noemen. Ik groeide op tussen niet-westerse immigranten en zag van dichtbij welke kansen er voor hen vooral niet voorbij kwamen en welke verleidingen daarvoor in de plaats kwamen. Op het juiste moment nam mijn opa Nelis mij onder zijn hoede. Mijn opa stond in Den Haag bekend als de ‘zingende glazenwasser’. Hij bracht me oog voor schoonheid bij en leerde me altijd hoffelijkheid, eerlijkheid en vriendelijk zijn. Ook gaf hij rustig zijn ongezouten mening. En als ik zo terug denk, waren het wellicht juist deze opmerkingen die me leerden wat (on)genuanceerd zijn kan doen.

Inmiddels woon ik met mijn gezin in een ‘gegoede middenklasse wijk’ in Scheveningen. Wat me opvalt als ik voor mijn werk onderweg ben, is hoezeer we ook in Nederland in compounds lijken te wonen. Hoe ver we als mensen van elkaar af staan en gescheiden leven, ondanks alle inzet van de afgelopen jaren. En als ik de krant lees of TV kijk, schrik ik van de polarisatie. Het ‘wij-zij’ en ‘zwart-wit’ denken, is mijn grootste zorg. Een grotere zorg zelfs dan onze huidige corona- en klimaatcrisis waarin we verkeren.

Ik geloof dat het vermogen om genuanceerd te kunnen denken en handelen ons dichter bij elkaar brengt. En het ook makkelijker maakt om collectief achter de maatregelen te gaan staan die nodig zijn voor een socialere toekomst. Want dat is wat ik voor mijn kinderen wil. Ik stel voor dat we collectief:

1. Oog en oor ontwikkelen voor de historische context en tijdgeest der dingen

Als ik Minister van het Ministerie voor Nuance was, zou mijn eerste actie zijn om gedragsnormen op te stellen rond de vraag: wat kunnen we doen om mensen te helpen genuanceerd naar elkaar te laten luisteren en met elkaar te spreken? Hoe kunnen we onszelf trainen in het steeds opnieuw naar elkaar uitreiken? Om de brug over te steken naar de ander om vandaaruit te kijken en te voelen ‘hoe is het leven voor jou op deze plek’. Wat heb jij nodig om de hele mens achter het mondkapje, de hoofddoek of de tulband te zien?

Ik zou met de media in gesprek willen over de vraag: hoe kunnen we meer mét mensen praten en niet óver mensen? Hoe kunnen we die hele ambitieuze, talentvolle en betrokken 2e en 3e generatie Marokkaanse, Surinaamse, Hindoestaanse en Chinese Nederlanders het podium bieden dat ze verdienen? Hoe kunnen we ook radicale stemmen van zowel links als rechts het woord geven en ze inbedden in een breder geheel, waarin we de tijd nemen om naar de historische context der dingen te kijken?

Onze voorouders leefden in andere tijden. Zij namen toen beslissingen die hen toen juist leken. Nu denken we daar anders over. Die twee zaken kunnen goed naast elkaar bestaan, is mijn idee. Dan hoeven we geen straatnaamborden te veranderen of namen van musea. Juist door aandacht te besteden aan de geschiedenis van mensen, meningen en gebruiken, kunnen we er blijvend van leren. Juist door te erkennen dat wat ‘toen normaal was en we daar nu anders over denken’, maken we de weg vrij om samen naar nieuwe mogelijkheden te zoeken. Dan kunnen we gewoon een mooi Sinterklaas feest vieren zonder zwarte Piet. Al zal verandering altijd lastig blijven voor horken die niets anders te doen hebben dan verschillen zoeken en uitvergroten.

2.Van horkerigheid naar hoffelijkheid

Horken? Ja. Laten we eerlijk zijn. Wat hoffelijkheid en charme betreft, kunnen we best iets van onze zuiderburen leren. Zeker sinds de me-too discussie lijkt ons hoffelijke gedrag echt ‘on hold’ te staan en houden we collectief de broekriem strak gespannen en de lippen stijf op elkaar. Veilig, ja. En… jammer! Want ik weet niet hoe het voor jou is, maar het is toch leuk als een man je een oprecht compliment geeft als je over straat loopt?

Binnen Nelis Company besteden we in al onze opleidingen, trainingen en processen bewust veel aandacht aan hoffelijkheid. Voor ons is dat echt een kernwaarde. Immers: al onze jongeren en glazenwassers zijn het visitekaartje van ons bedrijf. Dat vraagt van ons allemaal dat we er netjes uit zien. En dat we alert zijn op mogelijkheden om attent te zijn. Gewoon even écht contact maken, iemand helpen, coulant zijn als mensen onze diensten even niet kunnen betalen. Daar kweek je zoveel goodwill mee. Het geeft je een streepje voor en dat is ook gewoon goed voor je bedrijf op de lange termijn.

Wat dat betreft zou dit dus ook het Ministerie voor Nuance én Hoffelijkheid kunnen heten. Want alleen al in Den Haag hebben we wel 180 culturen die ieder op hun eigen manier hoffelijk zijn. Dat is écht een unieke, verborgen kwaliteit die het verdiend om eens goed afgestoft en opgepoetst te worden, zodat we die kwaliteit in onszelf én in de ander kunnen zien, (h)erkennen, waarderen en ontwikkelen.

Iets hoffelijker gedrag zal ook ons imago in de wereld een behoorlijke boost geven, vermoed ik. Geef me 5 minuten en ik heb zo 10 projecten en diensten verzonnen die ervoor zorgen dat we hoffelijkheid individueel en collectief weer hoog in het vaandel hebben. Bij deze meld ik Nelis Company aan als eerste sponsor van Hoffelijkheidsprijzen voor buitendienstmedewerkers. Daar fleurt toch het hele straatbeeld van op?!

3. Stop vervuilend gedag

Waar we collectief ongenuanceerder in mogen zijn, is het actief aanpakken van vervuilend gedrag. Als glazenwasser kom ik in alle wijken. Met mijn mensen wil ik op een vrolijke, hoffelijke manier een bijdrage leveren aan een schone fraaie samenleving. Wij zemen niet alleen de ramen, maar houden ook aanpalende panden schoon, zodat de buurt aantrekkelijk blijft. Ik zie dat ook de gemeente zich fantastisch inspant om meer duurzaam fraai groen te creëren. Geweldig! Maar wat hebben we aan deze investeringen als we er niet ook samen voor zorgen dat ze ook mooi en schoon blijven?

Het aantal sigarettenpeuken dat ik tegenkom op een dag! In sommige flats worden spullen en eten gewoon uit het raam gekieperd. Als ik mijn hond uitlaat, dan moet ik om de haverklap een stuk plastic uit zijn bek trekken. En als ik een rondje loop door mijn geliefde Binckhorst is de hele straat bezaaid met MacDonalds afval. Niet normaal!

Ik roep daarom gemeenten en collega ondernemers op om ‘heitje voor karwijtje’ projecten te ontwikkelen als MVO activiteit. Dan kunnen we afvalrapers, jong en oud, belonen per kilo zwerfaval. Liefst met waardebonnen die kunnen worden ingeleverd bij lokale ondernemers. Dan is al het zwerfafval binnen no-time opgeruimd én komen mensen weer in contact met de plaatselijke middenstand.

Een 2e stap is het steeds strenger gaan handhaven op milieuvervuiling. Ik zie een grote campagne voor me die confronterend durft te zijn. Wat hebben we aan mooie gebouwen en nieuwe wijken als het eromheen smerig is?

Een 3e voorstel is om huiseigenaren en pandbezitters verantwoordelijk te maken voor het schoonhouden van een stuk van de openbare ruimte, die grenst aan hun bezit. Supermarkten en fastfoodketens kunnen dat opnemen in hun sociale paragraaf. Pandbezitters kunnen dat zelf doen, of financieren gezamenlijk een ‘Nelis-baan’. Een beetje reclame mocht bij dit artikel! Zie dan ook punt 5.

4. Betrek ondernemers bij het maken van werkgelegenheidsbeleid

Als sociaal ondernemer merk ik dat ambtenaren het spannend vinden om samen met mij en mijn collega’s beleid te maken. Soms lijkt het idee te leven dat wij, ondernemers, onbetrouwbare mensen zijn, omdat we winst maken. Begrijpen ze dan niet dat een duurzaam businessmodel de basis is van duurzame oplossingen? Ondernemers zijn bij uitstek diegenen die de meeste werkgelegenheid bieden en kunnen creëren. Die zicht hebben op wat mensen kunnen en nodig hebben.

Ik omarm het voorstel van Anouschka Laheij om participatie bonussen te introduceren! Laat het geld de mensen volgen. We kunnen collectief veel meer maatwerk leveren, als we mét werkzoekenden in gesprek gaan: wat heb jij nodig om (uiteindelijk) weer volwaardig mee te draaien. De één is gebaat bij het aflossen van een schuld van 1000 Euro, de ander heeft een rijbewijs nodig. Ambtenaren zullen aangeven dat dit al gebeurt, maar de waarheid is anders. Want: welke prikkel is er wérkelijk en hoe ondernemend wordt er gedacht bij de lokale overheid?

Sociaal ondernemen mag het nieuwe normaal worden. En daar is zowel van ondernemers als van overheden een lange termijn visie voor nodig.

Een langjarig inkoopcontract, voor zeg 7 jaar, zou ideaal zijn. Daarin staat wat ik krijg per kandidaat en wat ik daarvoor moet doen. Dan helpt het ook als er 1 budget is, waaruit dit soort trajecten gefinancierd kan worden. Ook helpt het om realistisch te zijn in verwachtingen over en weer, zodat ik als ondernemer in goed overleg met de gemeente bepaalde risico’s kan nemen en gezonde prognoses kan maken.

Het is goed om je te beseffen dat het veel tijd kost, om je bedrijf te laten voldoen aan alle eisen die de Code voor Sociaal Ondernemen stelt**. Alles moet transparant worden gemaakt en gecontroleerd door een onafhankelijk bestuur. De uitkering van rendement uit onze onderneming is statutair bepaald en beperkt en vloeit voor 70% naar de maatschappelijke doelstelling.

En als een sociaal ondernemer, zoals Nelis, dan voldoet aan alle eisen én als pionier voorop loopt, maak dan de weg vrij en vraag wat je als gemeente kunt doen om daaraan bij te dragen. En doe dat dan ook. Lintje is niet nodig hoor! We doen het graag.

5. Creëer Nelis-banen – de duurzame wijk conciërge

Tenslotte wil ik pleiten voor een herwaardering en herintroductie van de vroegere gesubsidieerde Melkert-banen. Zo zonde dat die zijn afgeschaft! Er zijn zoveel mensen die graag een zinvolle, dienende bijdrage willen leveren aan de samenleving. En omdat de Melkert-baan wellicht een nieuw (of afgestoft) jasje nodig heeft, wil ik de Nelis baan introduceren.

Een ‘Nelis’ wordt dé spil in het schoon en heel houden van de wijk. Een wijk conciërge 2.0 die hét aanspreekpunt wordt voor duurzame logistiek in de wijk en stad.

Ik stel me voor dat bewoners hun fiets ter reparatie bij de Wijk Conciërge kunnen aanbieden. En als burgers er toch zijn, kunnen ze bij hun Nelis ook gelijk de zaken melden die het straatbeeld lokaal verstoren, zoals: scheve stoeptegels, ontaarde objecten of verlaten vuilniszakken. Zodat dit snel en persoonlijk wordt gefixed*. Lekker man!

Voor bedrijven wordt de Wijkconciërge het aanspreek punt voor ‘the last yard’, het slim regelen van aan en afvoer van goederen en afval in de binnensteden op een schone manier, zodat de binnensteden steeds autovrijer, veiliger, stiller en rustiger worden. Deze Wijkconciërge, betaald door de huurders en pandeigenaren samen, mag de drijvende kracht worden achter de circulaire economie, zodat het afval van de één zo snel mogelijk een waardevolle grondstof vormt voor de ander. Je kunt op je vingers natellen dat dit een duurzaam model is dat deze ondernemer graag samen met gemeentes uitrolt.

Genuanceerd verhaal. Toch?

 

* Nelis doet dit al als ‘preferred supplier’ voor shoppingdistrict Noordeinde (BIZZ)
** Nelis is 1 van de eerste 10 landelijk opgenomen in het register.

Schrijf een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *