Volgend luisteren I Interview met Tjerk Bos

Tjerk Bos (1980) – ‘Bij al het werk dat ik doe, is het mijn missie om de zichtbaarheid van mensen in de marge van de samenleving te vergroten. Ik ben geïnteresseerd in de vraag wat ervoor zorgt dat onze samenleving sommige mensen uitsluit. En in het verlengde daarvan hoe we in onze samenleving ruimte kunnen maken om iedereen op een passende manier een plek te bieden. Juist het werken met mensen met een meervoudige beperking heeft me geholpen mijn communicatie beter op de ander af te stemmen.’

In het kort

  • Volgend luisteren verdiept, verrijkt en verrast – het maakt dat je ánders leert genieten en plezier kunt ervaren op de vierkante millimeter;
  • Structuren ontlokken sleur en verhinderen groei;
  • Echt contact maken vraagt van ons, dat we elkaar zicht bieden op onze kwetsbaarheden en wonden;
  • Luisteren, zenden en ontvangen hebben tussenruimte nodig;
  • Liefdevol Leiderschap is het vermogen om goed af te stemmen op jezelf én de ander, te luisteren, plek in te nemen zodat de ander zich ook tot jou kan verhouden;
  • Liefdevolle leiders reflecteren op hun eigen macht en invloed in relaties.

door Petra Hiemstra, 20 april 20217 (bijgewerkt 6 mei 2021) – dit interview maakt deel uit van een serie over luisteren en liefdevol leiderschap en wordt binnenkort gepubliceerd in ons boek Liefdevolle Leiders Luisteren Groot,

Volgend luisteren verdiept, verrijkt en verrast

Een van de inspiratiebronnen voor dit kernthema in mijn werk is Jean Vanier. Vanier, een katholiek filosoof, richtte in 1964 als eerste een woongroep op tussen mensen zonder en met een verstandelijke beperking: Raphael en Philippe. Deze twee mannen woonden in een centrum dat Vanier gewelddadig en triest vond. Dat kon beter! Zijn ‘Ark’ kreeg groots navolging door de hele wereld. Inmiddels zijn er ruim 140 van deze woongemeenschappen die het samenleven tussen mensen met en zonder verstandelijke beperking stimuleren.

Vaniers overtuigingen maakten me als theoloog en orthopedagoog nieuwsgierig. Daarom heb ik bij zorgaanbieder Bartiméus enkele jaren gewerkt als woonbegeleider (en onderzoeker) met een groep met mensen die vanaf hun geboorte doof en blind zijn. Zij hebben een ernstige verstandelijke beperking en/of ontwikkelingsachterstand. Daar heb ik de doof-blinde Dirk (49) leren kennen, waar ik nu als vrijwilliger een ‘maatje’ van ben. Zelf noem ik hem liever ‘vriend’. Vanier gaf mij een nieuwe taal én praktijk om de relatie tussen mensen met en zonder verstandelijke beperking op een andere manier te begrijpen dan in de tot dan toe bekende rollen van professional en cliënt.

Alle woongemeenschappen die deel uitmaken van deze internationale beweging, hebben als missie om de gaven van mensen met een verstandelijke beperking kenbaar te maken ‘zoals die tot uiting komen in wederkerige relaties die ons omvormen’. De Ark werkt vanuit het identiteitsbesef dat ieder mens uniek is en het feit dat we elkaar nodig hebben. Wederzijdse relaties en vertrouwen in God vormen het hart van ons engagement. Vanier wilde mensen een plaats bieden waar zij zich als mens en als christen konden ontwikkelen. Voor Vanier ontsprong het mysterie van de spiritualiteit uit het besef dat een mens door de allerzwaksten te ontmoeten, zelf verandert*.

Vanier brak een lans voor liefdevol leiderschap

Naar eigen zeggen streed Vanier tegen de ‘dictatuur van het normaal zijn’. Welke ouder is niet eerst verliefd op zijn kind zoals het is? Om het al snel daarna de boodschap mee te geven: ‘Je moet slagen, je moet gelijk zijn aan de rest, je moet je best doen op school, je moet goed zijn in sport om daar erkenning aan te ontlenen.’ Mensen met een handicap kunnen dat vaak niet. Zij worden soms enorm vernederd en voelen zich als gevolg daarvan waardeloos. Daarom is bij de Ark het superieure gevoel van ‘ik ben beter, ik kan jou helpen’ vervangen door het motto: ‘ik ben blij met jou samen te leven. Ik ben blij en ik ben graag bij jou’.

Vanier, zou je kunnen zeggen, is de spirituele voorganger van Liefdevolle Leiders. Hij ervoer dat door samen te leven met mensen met een handicap, zijn spiritualiteit zich verdiepte. Hij verwoordde het als volgt: ‘Door bij jou te zijn, ontdek ik de kern van het menselijk leven. Dat is de relatie, dat is “van je houden”.

Kwetsbaarheid is de basis voor vredig samenleven

Vanier heeft veel nagedacht over het samenleven in woongemeenschappen, de kwetsbaarheid daarvan en daarin. Het maken van contact, het samen leven, het leven samen vieren, heeft immers ook te maken met wonden en met muren die we hebben opgetrokken.

Vanier stelt dat we alleen maar contact kunnen maken als we elkaar zicht bieden op onze kwetsbaarheden en wonden. Hij ziet dat als een fundament voor vreedzaam samenleven. De kans op geweld is veel groter als we niet kwetsbaar durven zijn. Mensen met een verstandelijke beperking worden vaak in een kwetsbare positie geplaatst. Worden ook vaak uitgenodigd om hun kwetsbaarheden te delen. Daar leerde Vanier, als voormalig marinier en zoon van diplomaten, veel van.

Mijn missie: het vergroten van zichtbaarheid van mensen in de marge van de samenleving

Voor mij is dat de kern en missie in het werk wat ik doe: het vergroten van zichtbaarheid van mensen in de marge van de samenleving. Dat zegt voor mij niet allereerst iets over deze mensen, maar juist over onze samenleving. Wat zorgt ervoor dat de samenleving deze mensen uitsluit? En hoe kan er in die samenleving ruimte ontstaan om iedereen op een passende manier plek te bieden? Mij houdt de vraag bezig hoe ontmoetingen met mensen uit ‘de marge’ betekenisvol kunnen zijn voor onze samenleving, hoe zij kleur kunnen geven aan onze contacten.

Afstemmen en anders leren genieten op de vierkante millimeter

Voor mensen met ernstige meervoudige beperkingen is respectvol fysiek, lichamelijk contact tussen echte mensen het uitgangspunt. Om contact te maken is het belangrijk dat de ander kan afstemmen op hun tempo, stil kan worden, vertragen. Deze wensen staan op gespannen voet met onze versnellende, digitale samenleving. Wie niet mee kan komen in het tempo, wordt uitgesloten. Dat is natuurlijk diep tragisch. Aan de andere kant geven mensen met een ernstig verstandelijke beperking mij zo zicht op belangrijke waarden als aandacht, contact, lichamelijkheid die mijn leven kunnen verrijken. Zij doen een oproep aan onze samenleving om dat niet te vergeten; het vertelt ons iets over onze gedeelde humaniteit. Het werken met deze bijzondere groep mensen leerde me inderdaad om anders te genieten. Ik merkte: als ik stil durf te staan, als ik durf af te stemmen op de ander en als ik durf te volgen, dan kan ik plezier ervaren op de vierkante millimeter.

De Fransman Jacques Souriau heeft me enorm geholpen om juist dat volgend luisteren te leren. Hij begeleidde me de Rijksuniversiteit Groningen bij mijn master Education over Communication Development between people with and without severe mental disabilities. Elke keer als ik bij hem kwam met vragen over hoe goed contact te maken, zei hij:

‘Vraag het aan Dirk’

Dirk en ik kennen elkaar nu 16 jaar en zien elkaar elke 4 weken op zaterdag. Dirk is als gevolg van het Congenitaal Rubella Syndroom (CRS) doof en blind geboren, en ernstig verstandelijk beperkt. Wij hebben een symbolische taal, van ongeveer 15 gebaren, tot onze beschikking die we kunnen gebruiken. Deze gebaren gaan over alle wezenlijke dagelijkse zaken als: opstaan, douchen, scheren, eten, drinken, poepen, plassen, slapen. Het luisteren en spreken met elkaar, gaat via het lichaam, via voelen. Dat was voor mij, zeker in het begin, regelmatig verwarrend en confronterend. Want hoe bewaar je als professional dan je professionele distantie? En: wat is dat eigenlijk ‘professionele distantie (PD)’? Rijmt PD eigenlijk wel met de behoefte aan menselijke nabijheid? Hoe vraag ik Dirk naar zijn belevingswereld? Heeft hij herinneringen? Denkt hij aan de toekomst? En hoe vertel ik hem over mijn leven, mijn verhalen, mijn wensen?

Geregeld ontmoet ik mensen die mensen met een verstandelijke beperking maar eng, vies of raar vinden en die bang zijn voor het onverwachte. Voor mij betekent samenzijn met mensen als Dirk juist het omgekeerde. Ik voel me bij hen op mijn gemak. Ik weet niet precies waar dat door komt. Ik heb het gevoel dat ik bij hen mezelf kan zijn. Natuurlijk ben ik alert op de hiërarchische relaties. Mijn macht is groter en ik moet als professional, en ook als vriend, reflecteren op wat ik doe en laat. Maar als het gaat over écht contact maken, hebben mensen met een handicap ook een gave. Om zichzelf te zijn. Daardoor kan ik ook mezelf zijn.

Door ontmoetingen met mensen als Dirk en zijn medebewoners leer ik steeds weer om te durven volgen, volgend te luisteren en me goed af te stemmen. Wat ik daarbij geleerd heb, is dat het belangrijk is om ook zelf iets te vinden, en echt plek in te nemen, zodat de ander zich daartoe ook goed kan verhouden.

Structuren ontlokken sleur

Iets anders wat ik me voorheen niet zo gerealiseerd had, is het belang van verrassingen voor de kwaliteit van het leven. Als je iedere dag in dezelfde structuur zit, wordt het leven een sleur. Daardoor raak je ongeïnspireerd en verveeld. Je raakt uitgekeken op en uitgepraat met elkaar. Dan verlies je de mogelijkheid om samen te groeien, om samen te ontwikkelen, en om betekenis te geven aan het contact. Verrassingen kunnen een impuls geven aan nieuwe taal tussen mensen, ook als die niet benoembaar is.

Luisteren – Zenden – Ontvangen heeft tussenruimte nodig

Mijn zoektocht in mijn contact met Dirk is dat we de relationele ruimte die er ‘tussen’ ons is, niet kunnen aanraken of benoemen. Ik kan de betekenis die ik aan onze ervaringen hecht, niet in woorden aan hem overdragen of omgekeerd bij hem checken hoe hij dat ‘ziet of voelt’. Het eenvoudige communicatiemodel ‘luisteren – zenden – ontvangen’, werkt bij ons dus niet. De Zweed Per Linell heeft een interessant model gemaakt over de complexiteit van de dialoog. Daar wil ik ook de komende jaren me nog verder in verdiepen. Als ik denk aan hoe wij naar elkaar luisteren en op onze manier de dialoog vormgeven, denk ik vaak aan het lied over beschaving van The Scene.

en in de stilte voor de storm
grijpt een kleine rat zijn kans
vraagt een grauwe muis ten dans
in de stilte voor de storm

dit is de beschaving, dit is mooi en groot
en dus kwetsbaar voor beschadiging
en domheid eist de dood
Uit: Beschaving ‒ The Scene

Inclusie vraagt: hoe kunnen we schuren met elkaar?

Al decennia staat het thema inclusie op de kaart in Nederland. Het kreeg in 2016 een nieuwe impuls door de ratificatie van het VN-Verdrag inzake de rechten van personen met een handicap. Dit verdrag gaf een impuls aan de transitie naar een participatiesamenleving. Echter, doordat deze transitie tevens gepaard ging met bezuinigen in het sociale domein, leek die transitie de afgelopen jaren vooral mensen te stimuleren om het zelf uit te zoeken. Dat kunnen mensen met een beperking niet. De vragen die Bartiméus daarom steeds agendeert zijn: Hoe kunnen we samen optrekken? Hoe kunnen we elkaar ontmoeten? Hoe kunnen we schuren met elkaar?

De communicatie tussen mensen met en zonder verstandelijke beperking is niet makkelijk, net zoals het meedoen en meetellen in de samenleving. Het kost moeite. Voor mij is het belangrijk dat we ermee bezig blijven. En dat doen talloze mensen op talloze plekken: soms als ervaringsdeskundige, als familielid, buurman, collega, bestuurder, zorgprofessional. Overal kom je mensen tegen die zich daar al jaren hard voor maken. Tegelijk is het voor deze mensen vaak hard werken en voelen ze zich soms eenzaam in hun inspanningen.

Kernkwaliteiten van liefdevol leiderschap

In mijn werk raak ik regelmatig verzeild in vergaderingen waarbij mensen met elkaar in debat of dialoog gaan. Soms gaan die werkvormen richting vechten of duwen. Voor sommige mensen is dat een prettige manier van contact maken. Voor mij niet.

Voor mij zijn juist de kernkwaliteiten van Liefdevol Leiderschap: afstemmen, luisteren en reflecteren op je eigen macht en invloed in relaties. Iemand die dat voor mij belichaamt, is Obama. Een spannende vraag voor een leider vind ik hoe je je invloed aanwendt om je eigen visie vorm te geven in de praktijk, zonder machtsmisbruik, maar ook zonder eigen invloed en macht te ontkennen.

Ik ben een introvert iemand en heb mijn hele leven een aarzeling gehad om me te uiten. Ik voel me comfortabel op de vierkante millimeter. Nu, in mijn werk, word ik steeds vaker uitgenodigd om mijn verhaal te vertellen voor collega’s en op congressen. Dat vind ik spannend. Voor mij gaat het verhaal over en tussen mensen met en zonder beperking bovenal over liefde en nabij zijn, in alle realiteit, intimiteit, kwetsbaarheid en heftigheid die daarbij hoort.

Ik groei gestaag in mijn vertrouwen dat het inderdaad ook anders kan. Helpend daarbij zijn ervaringen van ontmoetingen met anderen waarin het delen van kwetsbaarheid verdieping in de relatie oplevert.

Wat mij veel rust gaf, is dat mijn laatste directeur me inzichtelijk maakte dat het niet op die manier hoeft. Je kunt ook op een andere manier spreken met mensen en leidinggeven. Hij directeur typeerde mij als een regisseur. En dat klopt wel. Ik vertel mijn verhaal graag door te luisteren, te inspireren, te verbinden.

 

* Dit interview is in 2017 gehouden. Begin 2020 werd door intern onderzoek van de Ark- gemeenschap postuum duidelijk dat Jean Vanier tijdens zijn leven 6 vrouwen in zijn omgeving seksueel heeft misbruikt. Tjerk Bos echt er waarde aan, op deze plek aan te geven dat hij aansluit bij wat de jezuïet, docent en studentenpastor aan de KU Leuven hierover zegt in het artikel “Bezoedelde Jean Vanier door misbruik te plegen ook zijn eigen werk?” dat Maaike van Houten op 27 februari 2020 schreef in Trouw: “Het wordt voor zijn aanhangers nu de kunst om onderscheid te maken tussen het goede dat hij heeft betekend en de slechte dingen die hij heeft misdaan. Het is nu verleidelijk om hem helemaal af te schrijven, maar hij heeft ook veel goeds gedaan. En dat is natuurlijk het lastige aan deze situatie. Ik moet daarbij denken aan wat in de theologie van een charisma wordt gezegd: het is een gave van God áán een persoon, maar het is vóór anderen. In dit verband kunnen we constateren dat het charisma voor anderen nog steeds bestaat, maar dat ‘aan een persoon’ moet er nu een beetje vanaf. Met andere woorden, we moeten afstand van Vanier zelf nemen, maar de aandacht voor kwetsbaarheid, voor broederschap, enzovoorts moeten we blijven behouden.”

Schrijf een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.