Ministerie voor Duurzame Delta’s – Gudrun Bosch

Als Minister voor Duurzame Delta’s pleit Gudrun Bosch voor een systemische aanpak die rivieren en natuur de ruimte geeft en betaalbaar circulair wonen in florerende steden mogelijk maakt. Wat haar betreft, zijn ‘maar’ 4 maatregelen nodig om onze klimaatdoelstellingen ‘cum laude’ te halen:

  1. Schoon water is een mensenrecht, dat moeten we koesteren en borgen!;
  2. 100% inzet op volledig emissievrij transport en vervoer per 2030;
  3. Leefbaarheid in steden verhogen door aanleg aantrekkelijke ecologische hoofdstructuren die biodiveristeit en gezondheid bevorderen;
  4. Betaalbare circulaire woningen realiseren? Dat kan wél!

Gudrun Bosch (1973) groeide op in het noordelijke Oldenburg (D). Haar ouders stimuleerden haar vanaf jonge leeftijd om bij te dragen aan de plaatselijke ‘schutzgemeinschaft’, een lokale milieugemeenschap die het belangrijk vond dat kinderen oog en oor ontwikkelen voor hun omgeving en alles wat daarin leeft en groeit. “Nurture our sources, as our sources nurture us”, was het motto. Oftewel: geef de aarde terug, wat je van haar neemt. Gudrun nam die boodschap ter harte en ging landschapsarchitectuur studeren in Londen. Via stage kwam ze in de Randstad terecht. Op dit moment zet ze zich vanuit het groene Arnhem als programmamanager en adviseur in voor circulaire stedenbouw, duurzame landschapsontwikkeling, optimaal ruimtegebruik en watermanagement, met oog voor het behoud van cultureel en natuurlijk erfgoed.

door Petra Hiemstra, in het kader van ons project ‘Ministeries voor de Nieuwe Tijd’, 25 augustus 2020

Ministerie voor Duurzame Delta’s? Vertel!

Ja. Al had ik het ook het ministerie voor Duurzame Delta, Ecologische Hoofdstructuren, Betaalbare Woningen en 100% Schoon, Stil en Circulair Vervoer kunnen noemen. Want al deze zaken hangen echter nauw met elkaar samen. En vragen daarom ook om een heldere, holistische visie, bewust beleid en actieve samenwerkingsverbanden.

Tenminste: als we veilig willen blijven wonen, mobiel willen blijven en over voldoende schoon zoet water willen blijven beschikken…!

Gelukkig kunnen we, als het om ‘omgaan met water’ gaat, bogen op een lange, intelligente en rijke traditie. Nederland heeft veel technisch vakmanschap in huis. En een goed besef dat (internationaal) samenwerken loont. Al eeuwen weten we dat duurzaam waterbeheer veel bijdraagt aan ons welzijn en onze welvaart in brede zin. De Nederlandse delta’s zitten diep verankerd in ons DNA. Al staat wellicht niet voor iedereen helder voor de geest wat een delta ook alweer precies is. Dat leg ik graag uit.

Een delta is een gebied waar een rivier met veel aftakkingen in zee stroomt. Denk aan de Rijn en de Maas. Je zou kunnen zeggen: heel Nederland is een Delta. Van nature zijn delta’s veranderlijke en dynamische gebieden. Het verloop van de rivier verandert door de tijd en waterdruk. Deze waterlopen en natte uiterwaarden zorgen bovendien voor een stabiel grondwaterpeil. Het water neemt sedimenten mee, denk aan: grind, klei, zand, silt en lutum. Deze afzettingen zorgen voor zeer vruchtbare landbouwgrond.

Van oudsher zie je dan ook juist langs rivieren veel verschillende activiteiten plaatsvinden: vee loopt in de uiterwaarden en de vruchtbare gronden zijn ideaal voor akkerbouw. In de bochten van de rivieren ontstonden vaak florerende handelsplekken, zoals de Hanzesteden.

Als we kijken naar de laatste 100 jaar, dan hebben we onze energie vooral gestoken in het aanleggen van de ‘Deltawerken’ om ons land tegen hoogwater vanuit de zee te beschermen. En dat blijft ook de komende 100 jaar cruciaal. Immers: door smeltende ijskappen stijgt het zeewater. Tegelijkertijd worden regenperiodes heftiger en langer. Onze rivieren kunnen de grote hoeveelheid water dat vanuit bronnen in West-Europa wordt aangevoerd, niet meer ‘lozen’ in zee. Daardoor neemt de druk op de rivieren toe en hebben ze ruimte nodig om in periodes flink ‘uit te dijen’. Denk aan een waterballon die je aan de zijkanten indrukt.

Sinds 2019 hebben we daarom een Deltacommissaris, Peter Glas, die dit lange termijn perspectief goed in de gaten houdt en daar acties op onderneemt. De ambities die de deltacommissaris heeft gesteld zijn uitstekend!

Ik wil dit artikel vooral benutten om duidelijk te maken dat we alleen ‘voldoende ruimte voor de rivieren’ kunnen creëren (om hoogwater goed op te kunnen vangen, verdroging tegen te gaan en allemaal droge voeten te houden) als we ook onze steden leefbaar houden, zodat mensen daar kunnen én ook graag willen (blijven) wonen.

Ik zal 4 voorstellen doen om deze samenhang te versterken en het proces te versnellen. Er is geen tijd te verliezen!

1. Schoon water is een mensenrecht, dat moeten we koesteren en borgen!

Voor ons is schoon water de gewoonste zaak van de wereld. Het vanzelfsprekend dat we er zoveel van kunnen drinken en gebruiken als we willen, en dat het nog lekker smaakt ook! Pas als de waterleiding wordt afgesloten, of als we door droogte onze tuin niet meer mogen besproeien (en het stiekem toch doen), beseffen we weer even wat een kostbaar goed water is.

Daarmee verkeren we in een unieke positie in de wereld. Bijna alle andere landen, staan er slechter voor. Daarom heeft de VN ‘schoon water’ opgenomen als één van de Sustainable Development Goals.

Toch is ook in ons land schoon water geen vanzelfsprekendheid. Loop maar langs een slootje en je ziet: er drijft plastic in. Of het water is vervuild door lekkende olie uit boten. Lang niet alle vervuiling is zichtbaar. En we weten best: die vervuiling komt in ons grondwater, onze rivieren en zeeën terecht, waardoor het schoonmaken van het water steeds meer geld kost en we de hele voedselketen vergiftigen. Wat dat betreft, lijken we collectief aan cognitieve dissonantie te lijden. En doen we nét alsof het niet uitmaakt.

Als ‘Minister voor Duurzame Delta’s’ zou mijn eerste actie zijn om te onderzoeken hoe we onze liefde voor schoon water weer kunnen opfrissen. En dat vraagt meer dan een communicatiecampagne!

Onderzoek wijst uit dat mensen die moeten vechten voor hun bestaan, onvoldoende innerlijke ruimte hebben, om goed zorg te dragen voor zichzelf, elkaar en hun omgeving. Daarom zou één van mijn eerste acties zijn, om in overleg met de minister voor de bestrijding van armoede, te kijken aan welke knoppen we kunnen draaien om meer rust in de basis te organiseren, zoals door voldoende en betaalbare woonruimte (zie punt 4), zodat mensen weer oog en oor krijgen voor elkaar en hun omgeving.

Als dat gelukt is, kunnen we verder gaan. En kunnen we toewerken naar het besef dat het vervuilen van water, lucht of onze leefomgeving, feitelijk ecologische misdaden tegen de menselijkheid en onze natuurlijkheid zijn.

Als persoon ben ik niet vóór strafmaatregelen. Ik los zaken liefst liefdevol op. Echter, als Minister zou ik het wel als mijn taak zien om met elkaar in gesprek te gaan over wat passende straffen voor vervuiling zouden kunnen zijn én hoe we die maatregelen kunnen handhaven én gedane schade kunnen herstellen.

Nog veel effectiever is het natuurlijk om allerlei slimme zaken te verzinnen, waardoor we het mensen makkelijk maken om de juiste, natuurvriendelijke keuzes te maken. Bijvoorbeeld op het gebied van vervoer.

2. Volledig emissievrij transport en vervoer per 2030

Amsterdam heeft al uitgesproken dat ze qua vervoer in 2030 geheel ‘emissievrij’ wil zijn. Fantastisch! Wat mij betreft volgen we dit goede voorbeeld en zetten we in alle mobiliteitssectoren (auto, trein, pleziervaart, scheepvaart en onze de havens) in op de transitie naar 100% stil, schoon (emissie vrij) en circulair transport.

En Amsterdam staat niet alleen in haar ambitie gelukkig! Inmiddels hebben meer dan 45 gemeenten en provincies inmiddels het ‘Schone Lucht Akkoord’ ondertekend. Dit akkoord is breder dan vervoer alleen, en zal ervoor zorgen dat o.a. door goed naar ons mobiliteitsvraagstuk te kijken, we in 2030 50% gezondheidswinst behaald hebben. En als minister zou ik streven naar 100%in 2040.

Om mensen ‘rustig’ aan het idee te laten wennen, wil ik voorstellen om vanaf 2021 in iedere stad een cirkel te trekken rond het stadhuis en dit gebied tot ‘emissievrije én stille zone te benoemen’. In deze gebieden, verdwijnen alle (deel)auto’s van de straat en kun je ze vinden in bestaande parkeergarages. Deze cirkel ‘groeit’ jaarlijks met een kilometer.

En ja, het zal écht wennen zijn om afstand te doen van onze eigen auto. Alhoewel? De meeste auto’s staan gemiddeld 23 uur per dag stil, zonde! En wellicht stappen we straks voor de deur in een zelfrijdende taxi of ET3, die we op bestelling afroepen?

Hoe meer auto’s er van de straat zijn, hoe meer ruimte er vrij komt om te wandelen en te fietsen. Dat is ook nog eens goed voor de gezondheid. Ook komt er zo méér ruimte voor goed toegankelijke shuttles, trams of treinen, waarin we natuurlijk onze bagage of e-bike makkelijk mee kunnen nemen.

En tenslotte ontstaat door dit voorstel, veel meer ruimte voor ‘duurzaam fraai groen’: mooie bomen en struiken die water vasthouden, schaduw geven, de temperatuur beheersbaar houden én die door hun schoonheid onze levenskwaliteit en welbevinden fors verhogen.

En juist deze groene straten vormen de kérn van mijn volgende punt:

3. Ecologische hoofdstructuren verbinden delta’s met steden

Een van de redenen om met mijn gezin uit de Randstad te vertrekken, is dat ik er mijn kinderen niet de natuurlijke habitat kan bieden, die ik voor hen gezond vind. Ik wil dat mijn kinderen schone lucht ademen. Ik wil dat ze weten wat een boom is en een buizerd. Dat ze naar het groen toe kunnen lopen en fietsen. En in het groen kunnen spelen, ontdekken en leren. Immers alleen als ze de natuur kennen kunnen ze haar ook goed beschermen! Die natuurlijke habitat bieden onze steden nu niet. Integendeel.

In toenemende mate kampen steden met ‘hittestress’. Ze kunnen regenwater onvoldoende in de grond opnemen en vasthouden. En dat betreur ik zeer, want ik denk dat het best anders kán als we andere prioriteiten én andere normen stellen.

In veel nieuwbouwprojecten ligt nu de prioriteit bij woningaantallen, parkeernormen en kabeltracés. Wat zou er gebeuren als we natuurlijke schoonheid en kwaliteit tot TOP prioriteit maken?

Dan kijkt in 2030 iedere woning uit op een schitterende groenzone. En dat zijn al deze groenzones ook met elkaar én met onze duurzame Delta’s verbonden. Het creëren van zulke ecologische hoofdstructuren, zou een enorme positieve bijdrage leveren aan onze biodiversiteit. Zo ontwikkelen we steden die behalve heel aangenaam en aantrekkelijk ook biodiveristeitPOSITIEF zijn!

Hoe? Ik hou het graag simpel. Wat denk je van het recht op minimaal 1 boom en 1 stuik per woning in de directe woonomgeving?

Zeker nu we meer thuiswerken, is het eigenlijk onvoorstelbaar dat we woningen bouwen zonder riante buitenruimte. Misschien wordt het tijd om de bouwnormen aan te passen? Ik zou graag zien dat iedere woning over tenminste 20% eigen buitenruimte in de vorm van een balkon of tuin beschikt én over 20% collectieve buitenruimte (ten opzichte van het woonoppervlak).

En zo kom ik, bijna automatisch, op mijn volgende en laatste punt:

4. Inzet op betaalbare, circulaire woningen voor iedereen!

Ik zei het al: juist als we voldoende ruimte voor natuur én water willen behouden, moeten we de creatie van superfijne, sociale steden stimuleren.

En dat is een complexe zaak en taak! Allereerst is er een groot woning tekort. Verder staan prijzen van onze huizen staan niet meer in relatie tot de werkelijke waarde: veel mensen wonen (noodgedwongen) in (veel te dure) huizen die niet meer voldoen aan de huidige eisen qua toegankelijkheid, energiezuinigheid en geluidsisolatie.

Het aan- en verkopen en verhuizen gaat met hoge kosten gepaard, waardoor we onszelf met torenhoge schulden opzadelen, die zeker in tijden van crisis niet te dragen zijn en mensen direct in een armoedeval doen belanden.

De vraag die ik mezelf stel is: hoe radicaal durven we te denken en handelen? Wat kunnen we samen bereiken als we handen inéén slaan? Als we de komende jaren vele mensen opleiden in duurzaam fraai, circulair bouwen? Als we op zoek gaan naar onze eigen Gaudi’s, Hundertwassers, Bosco’s, Patrick Blanc’s en Nikki de Saint Phalles? Hoe zien onze steden er dan uit over 100 jaar?

Juist deze architecten lieten zien dat vormgeving ertoe doet! Dat schoonheid essentieel is voor leefbaarheid. En dat mensen dól zijn op ontwerpen die de schoonheid van de natuur weerspiegelen.

Het is nu al technisch mogelijk om veel natuurlijker, organischer, duurzamer, mooier, en lichter (letterlijk én figuurlijk) te bouwen. Met alle kennis van nu, zouden we in staat moeten zijn alle natuurlijke bronnen die we hebben, denk aan: licht, natuurlijke ventilatie, warmte en (regen) water optimaal te benutten.

Als ik mag dromen, gaan we de komende jaren op zoek naar plekken in steden die aan nieuwbouw toe zijn. Daar kunnen we verdichting tot stand brengen, door in hofjes, paleis- of kloosterstructuren te werken. Dat zijn vaak complexen van 3 tot 6 lagen hoog, die van binnen én van buiten prachtig zijn.

In dit soort complexen voelen mensen zich thuis, omdat ze de menselijke maat recht doen. Daar vinden mensen privacy én ruimtes voor samenkomst. Daar gaan schoonheid, zorgzaamheid en wellicht ook wellness hand in hand. In Finland heeft immers ook ieder appartementencomplex een eigen sauna!

Op dit moment worden véél woningen vóór mensen gebouwd. Wat zou er gebeuren als we mensen veel meer inspraak zouden geven over hun ideale woonsituatie? Ik heb een groot vertrouwen in de menselijke creativiteit!  Juist door vanaf het begin collectief burgerschap te stimuleren, zal er ‘sterk sociaal stadsweefsel’ ontstaan.

Ook kan zo’n aanpak wellicht veel geld besparen. Want burgers hebben immers geen winstoogmerk. Burgers willen fijn wonen, in een omgeving met leuke mensen. Zeker als hen én potentiële bouwers uitnodigen om zoveel mogelijk gebruik te maken van duurzame bouwmaterialen, die het liefst lokaal verbouwd en BTW vrij zijn. Materialen als hennep, hout, bamboe, vlas en stro zijn ideaal voor (her)gebruik. Thomas Rau heeft met zijn gebouw voor Triodos laten zien dat dat heel goed mogelijk is grote gebouwen neer te zetten die bijna geheel circulair zijn, zodat de waarde van grondstoffen behouden kan blijven.

Ik hoor het je denken: hoe gaan we dat … betalen?

En je hebt gelijk. Een laatste belangrijke factor in het ‘woondossier’ is het vereenvoudigen van financiering en woonrecht.

In de Nieuwe Tijd zal het logisch zijn dat we grond niet meer kunnen bezitten. Maar krijgen we wél woonrecht. Maximaal 1 eigen woning per persoon, die we natuurlijk kosteloos mogen uitruilen (voor vakanties of verblijven in het buitenland) of voor een groter of juist kleiner huis, dat beter bij onze wensen van dat moment past.

Stel dat iedere volwassene het recht krijgt om rentevrij een bedrag van 180.000 Euro te lenen bij de Staatsbank, dat hij in 40 jaar moet aflossen (met recht op een betaalpauze van maximaal 5 jaar, voor periodes van arbeidsongeschiktheid, ziekte, mantelzorg, ouderschapsverlof).

In deze rekensom kunnen 50 toekomstige woningeigenaren samen een betaalbaar, biodiversiteit bevorderend en energiepositief wooncomplex neerzetten dat aan al hun wensen voldoet voor 9 miljoen Euro (uiteraard gemiddelden). De netto maandlasten bedragen dan 375 Euro p/m plus een vergelijkbaar bedrag voor duurzaam onderhoud, zodat het pand minstens 100 jaar lang zijn waarde kan behouden.

Na 40 jaar is het huis afbetaald en resteert alleen nog een bedrag voor maandelijks onderhoud. Het totale bedrag voor aflossing en onderhoud is een stuk lager dan stedelingen nu kwijt zijn aan huur of hypotheek. Met zo’n constructie zouden we collectief minder (hard) hoeven werken. Dan ervaren we minder stress en houden we meer energie over. Om bij elkaar betrokken te zijn en voor onze omgeving te zorgen. Vanaf ons 60ste kunnen we vrijwel ‘gratis’ wonen, waardoor er minder pensioen nodig is en/of meer ruimte overblijft om zorg in te kopen.

Haalbare kaart?

Eleanor Roosevelt zei ooit: “De toekomst behoort aan hen die geloven in de schoonheid van hun dromen”. Met deze voorstellen acht ik het zéker mogelijk om onze klimaatdoelstellingen ‘cum laude’ te behalen. En daar zet ik me graag samen mét jou, voor in.

Schrijf een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.