Ministerie voor Jeugd & Gezin

Omar Ghandour’s (18) grootste wens is dat ieder kind gelijke kansen krijgt. Daartoe stelt hij de volgende maatregelen voor:

  1. Volwassenen: geef het goede voorbeeld wees een rolmodel!;
  2. Creëer kleinere klassen – liefst 12 tot 18 kinderen per klas – beter voor leerlingen én docenten;
  3. Deel meer kennis over Puberpsychologie op school;
  4. Bied ieder kind kansen met breed basis onderwijs.

Omar Ghandour (2002) werd geboren in Egypte. Op zijn 11e kwam hij met zijn ouders en broertjes, naar Nederland, vanwege het werk van zijn vader. Op dit moment zit hij in 5 VWO op het Edith Stein College in Den Haag. Hij heeft een breed vakkenpakket, zo houdt hij alle opties zo lang mogelijk open. Naast zijn studie zit hij in de leerlingenraad en volgt hij het extra-curriculaire opleidings- en mentorprogramma via Stichting Giving Back. “Zo leer ik lekker veel.”

door Petra Hiemstra, 11 augustus 2020 – interview in het kader van ons project ‘Ministeries voor de Nieuwe Tijd’.

Ministerie voor Jeugd & Gezin? Vertel!

Ja, toen u me vroeg voor dit interview, vertelde ik mijn mentor dat ik dacht aan een ministerie voor Jeugd en Gezin. Hij vertelde me dat Nederland een paar jaar geleden al zo’n ministerie heeft gehad! Ik las op Wikipedia dat André Rouvoet de 1e minister van Jeugd en Gezin was. Het kabinet vond het toen belangrijk om alle zaken die met jeugd en gezin te maken integraal te kunnen bekijken. Ik begrijp eigenlijk niet precies waarom dit ministerie is opgegeven. Het is toch nog steeds belangrijk?! Ik vind zo’n ministerie juist een heel goed idee! Zo is er échte aandacht voor zaken die de kinderen en jongeren raken.

Voor mij is het allerbelangrijkste dat ieder kind gelijke kansen krijgt. Ik heb een aantal zaken bedacht, die daarbij kunnen helpen. Ik behoor immers tot de jeugd. Ik kan veel zaken zien die met mij en mijn leeftijdsgenoten gebeuren.

En mijn eerste voorstel is eigenlijk heel eenvoudig en het kost niets!

1. Goed voorbeeld, doet goed volgen

Als je wilt dat alle kinderen succesvol zijn, dan moeten ze weten hoe ze zich succesvol kunnen gedragen. Daarom zou ik graag willen dat alle volwassenen zich veel bewuster worden van hun voorbeeld gedrag. Zij zijn ons rolmodel!

Kinderen en jongeren kijken naar volwassen om te leren hoe het moet. Ze kijken tegen volwassenen op. Volwassenen zouden daar veel ‘voorbeeldiger’ in kunnen zijn. Dat kan in kleine dingen zitten, zoals: niet roken op straat, niet stelen, geen peuken of rommel op de grond gooien, niet hard praten of schreeuwen. En in positieve zin: échte aandacht geven, écht geïnteresseerd zijn, vrolijk, hoffelijk en behulpzaam zijn!

Dat zou echt helpen! Het zou de verschillen tussen mensen kunnen verkleinen en de gelijkheid vergroten. Zo weten álle kinderen van jongs af aan: dit is de norm, zo is het goed.

Nu beginnen sommige kinderen met een voorsprong en staan anderen eigenlijk direct met 1-0 achter. Sommige ouders weten door hun achtergrond of opleiding heel veel over het krijgen van kinderen, over de ontwikkeling van baby tot volwassene, over opvoeden, over het belang van voorlezen, goed eten, muziek, hoe je goede gesprekken voert. En anderen helemaal niets!

Daarom vind ik het voorstel van mevrouw Tessa ook heel mooi. Zij wil ouders beter steunen in hun ouderschap. Ik ben het daarmee eens. Als ouders meer te leren over hoe je kinderen kunt opvoeden en steunen in hun ontwikkeling, kunnen zij hun kinderen beter aanvoelen en begeleiden. Dan weten zij dat hun baby naar hen kijkt en dat het hun gedag kopieert. In aanvulling op wat mevrouw Tessa voorstelt, pleit ik ervoor dat ouders die in hun eigen ontwikkeling als ouder willen investeren, dit ook in werktijd mogen doen. Daarmee is het belang voor iedereen duidelijk en dit geeft meer rust in het gezin.

Ook het voorstel van Walter voor een reclamevrije openbare ruimte, juich ik toe. Hoewel hij dit vanuit klimaatperspectief voorstelt, heeft zijn voorstel ook een heel positief effect op kinderen.

Ik las laatst in het boek ‘Wat de wereld nodig heeft’ de monnik van Thick Naht Hanh dat een gemiddeld kind in de VS dat van de basisschool komt al 8000 moorden en 100.000 uitbarstingen van geweld heeft gezien. Hoe dat hier is weet ik niet, maar deze cijfers vind ik echt schokkend! Ik zou wel eens benieuwd zijn hoeveel reclames jongeren zien voor ongezond voedsel, roken, drank, of hoeveel porno zij onder ogen krijgen, via de tv, computer en op straat. Welk beeld laat dit bij hen achter?

Alle kinderen zuigen op wat zij zien. Lang niet ieder kind heeft ouders die hem hiervoor beschermen of behoeden. En ook op school hebben docenten hun handen zo vol aan het managen van 28 kinderen, dat ook zij daar maar weinig ruimte hebben om écht over belangrijke zaken met elkaar te spreken.

Daarom is mijn tweede voorstel:

2. Creëer kleinere klassen – liefst 12 tot 18 kinderen per klas

Als je als kind niet het goede voorbeeld krijgt, moet je dat op school krijgen. Daar bouw je je kennis, ideeën en netwerk op.

Zelf heb ik het meeste geleerd in mijn internationale schakelklas. Daar zaten we met 15 leerlingen. En als ik nu terugkijk, ging mijn ontwikkeling daar het snelst. Alle vakken waren erop gericht dat we zo snel mogelijk Nederlands leerden. Dat doel was heel duidelijk! Op alle voorwerpen waren plaatjes geplakt. Zo kon je direct zien hoe het voorwerp heet. Het onderwijs was heel efficiënt, doelgericht en intens. De dagen waren ook korter. Iedereen kreeg veel aandacht. Dat was heel leuk! Er was alle ruimte om je te uiten. Ook kinderen die niet veel zeiden, kwamen aan het woord. Niemand kon zich verschuilen, dus iedereen werd uitgenodigd om het beste van zichzelf te laten zien.

Nu zitten we met 28 mensen in een klas. En ik zie gewoon dat sommige kinderen niet hun maximale potentie bereiken. Dat vind ik zo jammer! En natuurlijk kan ik niet in het hoofd van docenten kijken, maar ik denk dat het werken in kleinere klassen ook voor hen veel fijner is: rustiger en ontspannender. Dan is er meer ruimte om zaken te delen en diepgaand te bespreken. Dan is er genoeg tijd en ruimte om te kijken wat ieder kind nodig heeft.

Wellicht geven kleinere klassen leraren ook zoveel meer rust en plezier, dat zij wel allemaal 4 dagen willen werken? Dan zijn ze minder vaak ziek en is ook het lerarentekort in één keer opgelost!

En ik besef me dat mijn persoonlijke ervaringen niet voor iedereen hoeven gelden, en mijn ideeën niet hoeven kloppen. Daarom heb ik het even nagekeken. Correspondent journalist Johannes Visser onderzocht de vraag ‘Waarom kleine klassen beter‘ zijn t.o.v. plofklassen (zijn woord) en kwam tot deze conclusies:

  • Leerlingen in kleine klassen rekenen en lezen beter. Zij scoren beter op cognitieve en non-cognitieve vaardigheden, belanden minder vaak in de jeugdcriminaliteit, krijgen later kinderen, halen vaker hun diploma, doen vaker een vervolgopleiding, sparen meer, vinden vaker een huwelijkspartner, wonen in betere wijken en bezitten vaker een eigen huis.
  • Ruben du Burck, wiskundige en onderwijs ontwikkelaar citeert in dit artikel enkele interessante bevindingen over onderzoek in Amerika over de zogenoemde STAR (Student-Teacher Achievement Ratio) effecten. Hij merkt op: leerlingen in kleine klassen nemen vaker initiatief want zij voelen zich verplicht mee te doen;
  • In kleine klassen zijn docenten minder tijd kwijt aan orde houden en hebben ze meer tijd om aandacht te besteden aan de behoeften en wensen van individuele leerlingen;
  • Kinderen uit minderbedeelde gezinnen boeken de meeste winst; kleine klassen blijken een goed middel tegen ongelijkheid.

3. Jeugd gebaat bij kennis over Puberpsychologie op school

Ik zit midden in pubertijd. Dat brengt allerlei veranderingen in je hoofd en je gevoel met zich mee. Niemand heeft het daar over! Ik las laatst ergens dat het aantal zelfdodingen onder jongeren in 2017 op 81 lag. Daar schrok ik enorm van. Dat zijn 3 schoolklassen vol!

Ik denk dat het heel goed zou zijn als pubers meer leren over het effect van hun hormonen op hun gedachten en hoe ze je lichaam veranderen. Al die veranderingen kunnen soms zo ontzettend ongemakkelijk zijn. En als je het niet weet, schaam je je misschien voor iets wat heel normaal is.

Ik noemde het net al. Blijkbaar denken veel pubers na denken over zelfdoding. Echter: niemand heeft het daarover! Zo voelen pubers zich mogelijk meer alleen dan nodig is. Ik zou graag op school meer willen leren over emoties, over hoe je je gevoelens kunt benoemen en over hoe je op een goede manier met iemand over je gevoelens kunt praten. Dat leer ik nu vooral buiten school bij Giving Back.

Of puberpsychologie een apart vak zou moeten zijn? Dat kan. Maar voor mij is het geen hoofddoel. Meer een bijdoel. Fijner zou ik het vinden als dit soort zaken in alle lessen aan de orde komen. Want als het maar in één les besproken wordt, en je bent er net niet of je let even niet op, dan kun je het zo missen.

4. Bied ieder kind kansen met breed basis onderwijs

Ik zie nu sommige kinderen veel kansen krijgen. Zij mogen na school op muziek, dansles, zwemles, schaken… Zij bezoeken musea, krijgen workshops op het gebied van beeldende kunsten, design, mode, architectuur en stedenbouw bij het Haags Kinderatelier of mogen verschillende sporten uitproberen. Ik zou graag willen dat al deze zaken aan ieder kind op school zouden worden aangeboden. Dat kinderen de vrije keuze hebben om spelenderwijs alles uit te proberen en alles te proeven. Gewoon zonder druk, vanuit plezier!

Dan is de kans ook veel groter dat je passie aangeraakt wordt. Nu hebben mensen vaak spijt dat ze niet op jongere leeftijd al begonnen zijn met iets waar ze heel goed in hadden kunnen worden. En sommigen krijgen de kans helemaal niet! Juist als kinderen jong zijn, kun je hun hersenen optimaal prikkelen en voeden.

Misschien kunnen we kijken hoe ze dat in Amerika doen. Daar is het aanbod aan vakken veel breder, volg je een bepaalde periode iedere dag dezelfde lessen en kun je zoveel leren als je wilt.

Wat ik zou willen leren?

Naast de zaken die ik eerder noemde, lijkt het me goed dat we leren hoe we voorwerpen die stuk zijn kunnen repareren. Techniek wordt steeds belangrijker, dus lijkt het me zinvol om te weten hoe elektronica precies werkt. Als je weet hoe iets werkt, kun je het makkelijker repareren en kun je er ook beter mee omgaan. Dan weet je wat je wel moet doen en wat niet. Bijvoorbeeld hoe je moet programmeren. Hoe je PowerPoint en Excel kunt gebruiken of hoe je websites bouwt. Dat is tegenwoordig fundamentele kennis, die bepaalt of je mee kunt doen in de maatschappij.

Ook lijkt het me goed als we meer leren over het dagelijks leven. En dan bedoel ik: Waarom mag dit wel en dat niet. Hoe plan ik zaken? Hoe ga ik om met prestatiedruk of groepsdruk? Wat doet dat met je lichaam en geest? Hoe kun je zaken goed regelen voor jezelf? Wij krijgen daar helemaal geen les in. Net zoals we ook geen les krijgen in wetgeving. Dat is best raar als je erover nadenkt. Want we worden wel geacht ons aan alle wetten te houden, maar ze worden nooit besproken. Als we eerder leren hoe wetgeving en democratie werken, kunnen wij ook beter onze stem laten horen. En dat leidt weer tot nóg betere voorstellen voor jongeren.

Nu behoren we al tot de gelukkigste jongeren ter wereld, met een Ministerie voor Jeugd en Gezin blijven we dat ook!

Meer lezen?

Luister ook

Schrijf een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *