Opgroeien in een spiegelpaleis – In dit artikel onderzoek ik hoe emotionele verwaarlozing bij hoogbegaafdheid doorwerkt in het volwassen leven, hoe grootluisteren kan helpen bij heling en hoe persoonlijke pijn kan transformeren tot parels in leiderschap.
In mijn werk met hoogbegaafde professionals zie ik een patroon dat me blijft fascineren. Hoewel dit thema veel meer mensen raakt, schrijf ik vanuit de bubbel waarin ik werk. Dus … neem er vooral uit mee wat voor jou van waarde is.
In mijn praktijk zie ik al 12 jaar dat juist de mensen die op het punt staan om te gaan stáán, verantwoordelijkheid te dragen en anderen te leiden, vaak een jeugd hebben gekend waarin iets ontbrak. Niet altijd zichtbaar. Niet altijd benoemd. Maar wel voelbaar.
Soms ontmoet ik mensen bij wie ik binnen vijf minuten denk: wat is hier veel heel gebleven, terwijl het niet vanzelfsprekend was … Slim. Gevoelig. Warm. Mensen die hun leven ogenschijnlijk goed op orde hebben. En tegelijkertijd iets met zich meedragen wat moeilijk onder woorden te brengen is.
Het gevoel dat ze ergens onderweg niet of niet helemaal gezien zijn. Of het gevoel te zijn opgegroeid in een huis met spiegels die nét niet klopten. Opgroeien in een spiegelpaleis is niet makkelijk. Het kan leiden tot zelfafwijzing, zelftwijfel, zelfverwonding, innerlijke vervormingen of bijvoorbeeld (extreme) angst voor afwijzing van anderen (lees daartoe ook: Rejection Sensitive Dysphoria). Maar je kunt het óók ten goede keren.
Hieronder een artikel – in wording. Het is nog niet af. En mag worden aangevuld met feedforward en suggesties die het nóg herkenbaarder maken voor lezers.
door Petra Hiemstra, 24 maart 2026
Emotionele verwaarlozing gaat niet alleen over wat er misging. Het gaat vooral over wat er ontbrak. Wel voedsel maar geen voeding voor de ziel. Wel goede nieuwe schoenen maar geen echt contact of échte spiegeling. Geen emotionele afstemming. Weinig ruimte voor wie jij van binnen was. Wat jij voelde, zag, ervoer…
Voor hoogbegaafde en hoogsensitieve kinderen is dat extra ingrijpend. Zij nemen meer waar. Denken sneller. Voelen dieper. Juist zij hebben behoefte aan ouders die hen helemaal kunnen zien en erkennen. Die kunnen meebewegen met en ruimte geven aan die intensiteit.
Die behoefte om gezien, gewaardeerd en erkend te worden kan een leven lang blijven bestaan. Zoals Imi Lo schrijft: als je van nature rijk bedraad bent, kun je teleurgesteld raken als anderen die rijkdom niet volledig kunnen zien of dragen. Dan helpt het om meerdere mensen te vinden die elk een deel van jouw zijn kunnen spiegelen en stimuleren.
John Bowlby, Brits psychiater en grondlegger van de hechtingstheorie, benadrukte het belang van een veilige basis: een plek van waaruit een kind de wereld kan verkennen en waar het naar kan terugkeren.
Wanneer die basis onvoldoende aanwezig is, of onveilig is, wordt het kind rebels, implodeert het of leert het zich aanpassen aan de omgeving in plaats van zich vrij te ontwikkelen.
De boodschap die dan intern wordt opgeslagen is subtiel, maar krachtig:
zoals jij bent, klopt het niet (helemaal).
In haar werk over emotionele verwaarlozing beschrijft Jasmin Lee Cori wat kinderen nodig hebben om zich gezond te ontwikkelen. Een kind moet ervaren dat het afhankelijk mág zijn. Dat:
Zij beschrijft ook de rollen van een ‘goede ouder’: bron, veilige basis, spiegel, emotieregulator, beschermer en stimulator van groei.
Geen ouder kan alle rollen volledig vervullen. Dat hoeft ook niet. Maar wanneer op meerdere lagen iets ontbreekt, ontstaat er geen volledige of veilige bedding. En precies daar begint vaak het spiegelpaleis.
Soms gaat het verder dan verwaarlozing en is er sprake van emotionele mishandeling. Bijvoorbeeld wanneer gevoelens structureel worden ontkend of gecorrigeerd, of wanneer liefde voorwaardelijk wordt gegeven.
Ook ouderverstoting en loyaliteitsconflicten kunnen diepe sporen nalaten. Een kind dat moet kiezen tussen ouders raakt innerlijk verdeeld. Delen van het zelf worden onderdrukt om relaties te behouden.
In de traumapsychologie wordt gesproken over vechten, vluchten, bevriezen en pleasen (fawn). Wat ik bij veel hoogbegaafde mensen zie, is een verfijnde vorm daarvan: adaptiviteit.
Ze worden fluïde. Stemmen zich razendsnel af. Voelen haarfijn aan wat nodig is en bewegen daarin mee. Dat is een enorme kwaliteit. En tegelijkertijd een risico.
Ze kunnen het zicht verliezen op wat ze zelf willen. Ze ontwikkelen zoveel begrip voor de context dat ze vergeten dat ze ook boos of verdrietig mogen zijn over wat hen is onthouden.
Wat daarbij vaak ontstaat, zijn als het ware antennes. Voor gevoelens. Voor mensen. Voor onderstromen. Voor wat moreel klopt en wat niet.
Sommigen richten die antennes sterk naar buiten. Anderen trekken ze juist naar binnen. De meesten bewegen ertussenin. Dat is geen willekeur. Dat is intelligentie. Aanpassing. Overlevingskunst.
In mijn werk gebruik ik het woord adopteerbaarheid. Niet als aanpassing, maar als vermogen.
Het vermogen om, wanneer de oorspronkelijke bedding ontbreekt, andere vormen van bedding te vinden.
Dit sluit aan bij het idee van earned secure attachment: het vermogen om later in het leven alsnog veilige hechting te ontwikkelen via nieuwe relaties. Denk aan een docent, een coach, een vriend, een collega.
Dit zie ik ook terug bij coachees. Een oud-coachee Sigrid verwoordde het treffend:
“Wat mij ook heeft geholpen was een community waar ik wel geaccepteerd werd. Dat zijn mijn Marokkaanse buren, mijn aikidovereniging, mijn dansclub en nu ook mijn werk.”
Het laat zien dat heling zelden op één plek ontstaat. Maar juist in een veld van mensen en ervaringen die samen een nieuwe bedding vormen.
Adopteerbaarheid is daarmee geen zwakte. Het is veerkracht.
Yvette Lowes attendeerde me naar aanleiding van het 1e concept van dit artikel op het werk van Donella Meadows. Zij beschrijft in haar werk over systeemdenken dat schuld zelden bij één persoon ligt. Systemen zijn complex en worden gevormd door interacties en feedbacklussen.
Dat perspectief helpt om voorbij schuld te kijken en verantwoordelijkheid breder te zien. Door pijn en daderschap te erkennen, zelf verantwoordelijkheid te leren nemen voor het draaien van patronen ten behoeve van gezondere generaties in de toekomst, zonder daarbij te blijven hangen in verwijt.
Onder dit alles ligt vaak een stille honger. Een diepe behoefte aan bedding, erkenning en richting. Aan iemand die zegt: ik zie je. Helemaal.
Psycholoog Kelly McDaniel noemt dit mother hunger. De term father hunger wordt vaak toegeschreven aan Richard Rohr.
Deze honger verdwijnt niet vanzelf. Hij reist mee. Naar volwassenheid, werk en relaties.
Veel mensen zoeken – bewust of onbewust – naar plekken en mensen waar deze behoefte alsnog vervuld kan worden.
Ons brein voorspelt voortdurend wat er gaat gebeuren, op basis van eerdere ervaringen. Dit wordt predictive processing genoemd.
Als je als kind niet goed gespiegeld bent, verwacht je dat later opnieuw. Je brein zoekt bevestiging van wat het kent.
Het goede nieuws: neuroplasticiteit laat zien dat patronen kunnen veranderen. Nieuwe ervaringen kunnen nieuwe verbindingen creëren. Maar dat vraagt inzicht, veiligheid, herhaling en tijd.
Veel van mijn coachees beschrijven hun ontwikkeling alsof ze hun DNA aan het uitdeuken zijn. Alsof oude overtuigingen langzaam weer ruimte krijgen en hun oorspronkelijke vorm terugvinden.
Dat proces vraagt geduld. En moed.
En het is mogelijk.
Een moeilijke jeugd doet en brengt pijn. Dat moet erkend worden. Ten diepste. Tegelijkertijd zie ik ook dat mensen ondanks of dankzij hun pijn parels ontwikkelen. Specifieke kwaliteiten of vaardigheden die hen soms later in het leven heel goed van pas komen.
Mensen die vroeg hebben geleerd om zichzelf te dragen, ontwikkelen vaak een diepe innerlijke stevigheid.
Een moeilijke jeugd kán spieren trainen die je later nodig hebt om alleen te staan. Op momenten dat het nodig is. Als je het juiste wil doen. Voor jezelf. Voor anderen. Voor de samenleving.
Dat is geen hardheid. Dat is gewortelde moed.
Herstel gebeurt zelden alleen. We hebben anderen nodig die ons anders ontmoeten dan vroeger.
Grootluisteren is daarin essentieel. Niet alleen luisteren naar wat gezegd wordt, maar ook naar wat eronder ligt. Naar wat nog geen woorden heeft. Naar wat het lichaam probeert te vertellen.
Soms hebben mensen massa’s woorden opgeslagen die een luisterend oor zoeken. Soms wil het lichaam zich ontdoen van ballast.
Dat vraagt om een ander mens. Iemand die aanwezig is. Kundig. Liefdevol. Iemand die vragen stelt waardoor je kunt afdalen in jezelf. Je antennes opnieuw kunt activeren. Je bestemming weer kunt voelen.
De beweging die ik zie is die van overleven naar leven. En vervolgens van leven naar genieten.
Dat proces is niet lineair. Maar het is wel mogelijk.
Als er ondanks alles voldoende heel is gebleven, is dat misschien wel een nieuw begin van iets bijzonders …
Voor wie zich verder wil verdiepen in de thema’s uit dit artikel:
Graag. Aanvullingen, kritiek, literatuurtips, complimenten. Alles is welkom.
Mail naar: petra.hiemstra@haagsehoogvliegers.nl
Of bel: 06-33803867
Een korte kennismaking is altijd gratis. Bel gerust.
Daarna kun je kiezen voor een losse sessie of een coachtraject. Voor rijksambtenaren met meer dan 3 jaar diensttijd is dit traject vaak kosteloos via bestaande regelingen.