Ministerie voor Organische Groei – Marije van Duijne Strobosch

Marije van Duijne Strobosch gelooft dat als we het principe van ‘organische groei’ omarmen – en we op alle niveaus (weer) durven luisteren naar wat ons hoofd, hart én handen ons in gelijkwaardigheid te zeggen hebben – we opnieuw in balans kunnen leven met onszelf, elkaar en onze wereld. Wat haar betreft vraagt dit van ons allemaal, dat we:

  1. Lichaamsbewust-zijn omarmen;
  2. Meten én weten;
  3. Onder- en bovenstromen kunnen expliciteren;
  4. Zaken die niet meer dienend zijn durven loslaten én de rouw daarover de ruimte geven;
  5. Ons streven naar ‘eindeloze economische groei’ inruilen voor ecologische winst en wederkerigheid.

Marije van Duijne Strobosch studeerde theaterwetenschappen in Utrecht. Met name de vakken over de psychologie van de personages en hun ontwikkeling spraken haar zo aan, dat zij deze kennis wilde verbreden met een MBA aan tiasnimbas. Op dit moment werkt zij als adviseur management development bij de Raad voor de Rechtspraak waar ze rechters in opleiding en leidinggevenden coacht, met name in het goed herkennen van en omgaan met (on-)gezonde stress.

interview door Petra Hiemstra in het kader van ons project Ministeries voor de Nieuwe Tijd, 20 augustus 2020

Een ministerie voor Organische Groei? Vertel!

Ja. Organische groei betekent voor mij, dat ieder organisme zich bewust mag ontwikkelen in een gezonde verhouding tot de natuurlijke cyclus van ‘zaaien, groeien, oogsten, vieren, rusten en sterven’.

Als ik het vergelijk met de seizoenen, lijken we in Nederland het liefst altijd in de lente en zomer te willen leven. Dat zijn de tijden waarin we ‘zaaien en laten groeien’. Bij die seizoenen voelen we ons senang. Dat lijkt minder het geval bij de herfst. Van oudsher is de herfst de periode waarin we ‘vieren wat we geoogst hebben’ en loslaten wat zijn doel gediend heeft. Alle bladeren die vallen, vormen compost waarop nieuw leven groeit. Ook de winter, van nature de fase waarin we kunnen reflecteren en regenereren, lijken we individueel en collectief lastig te kunnen omarmen.

Die focus op continue persoonlijke, organisatorische en economische groei is vanuit natuurlijk perspectief niet logisch en heeft ook een prijs: het lijdt tot uitputting en verarming.

Dat zien we op alle niveaus. Persoonlijk voelen veel mensen zich uitgeput, gestrest en overbelast. Het aantal Nederlanders met burn-out klachten wordt op 1,3 miljoen geschat. Dat brengt niet alleen hoge (ziekte) kosten en verlaagd levensgeluk met zich mee voor de individuele mens; de kosten voor organisaties werden in 2017 door TNO en het CBS op maar liefst 2,8 miljard Euro geschat!

Op collectieve schaal zorgt ons streven naar eindeloze groei ervoor dat we onze grondstoffen en ons milieu uitputten. In 2020 lag de Earth Overshoot Day (de dag waarop we, als mensheid, collectief meer dan van de natuur hebben verbruikt dan de Aarde in één jaar kan vernieuwen) wereldwijd op 22 augustus en in ons land zelfs al op 3 mei!

Simpel gezegd betekent dit dat we vanaf die dag tot 31 december van dit jaar in het rood staan bij onze planeet! We hebben onze planetaire grenzen ver overschreden. Daarom zou ik graag zien dat we in de Nieuwe Tijd inzetten op organische in plaats van eindeloze groei.

Ik heb daarvoor 5 voorstellen, die ik uitwerk van ‘klein naar groot’:

1. Organische groei gaat uit van lichaamsbewustzijn als basis voor wijs leiderschap

Ook ik heb fysieke en mentale uitputting aan den lijve ervaren. Van nature ben ik perfectionistisch. Ik leg de lat hoog en ben sensitief. Ik heb mezelf al jong aangeleerd om te lezen wat anderen van mij verwachten en daar zo goed mogelijk aan te voldoen. Daarmee voorkwam ik de pijn van afwijzing, maar raakte ik ook ver van mezelf verwijderd. Mijn lichaam trapte op de rem met burn-outklachten.

Het heeft mij veel tijd gekost om opnieuw naar mijn lichaam te leren luisteren en om een betere balans te vinden tussen hoofd, hart en lichaam. Ik heb als kind veel geleerd, maar dát niet! Het écht luisteren naar mijn hele lichaam én omgeving heb ik niet van mijn ouders geleerd of op school meegekregen. Ik heb hard gewerkt om mijn eigen ritme en tempo in het leven opnieuw te leren kennen.

Datzelfde zie ik ook bij de coachees die bij mij binnenstappen. Het lijken wel kopvoeters: hoofden op stokjes! Hun nek en schouders staan vaak strakgespannen. Ze dragen een zwaar professioneel hoofd op een lichaam dat vaak lang verwaarloosd is.

Daarom is mijn eerste pleidooi: laten we collectief opnieuw leren hoe ons lichaam werkt! En hoe het zich op een goede manier kan verhouden tot ándere lichamen. Als mensen (weer) ontdekken hoe energieën, stress en prikkels inwerken op hun lichaam, weten zij ook beter wat zij zelf kunnen doen om de balans tussen hoofd, hart en handen gezond te houden.

Voor mij vormt lichaamsbewustzijn de basis voor gezond en ‘heel’ ‘zelfleiderschap’. Mijn verwachting is dat de investering hierin zich op langere termijn snel zal ‘terugverdienen’. Het zal leiden tot fiks lagere zorgkosten, omdat het aantal mensen met een burn-out of  depressies (volgens de WHO volksziekte nummer 2 in 2030) zal afnemen.

Ook zullen we ons collectief veel bewuster worden van het aantal prikkels dat we toestaan. Witte Hoogendijk en Wilma de Rek schreven daar een mooi boek over: Van Big Bang tot Burn-Out. Zij leggen uit dat we met ons – evolutionair gezien – ‘oude stresssysteem’ maar moeizaam de ‘overkill’ aan prikkels in onze huidige samenleving bij kunnen benen.

Ik kan me voorstellen dat naarmate we ervoor kiezen om onze bevolking te laten groeien, we ons extra gaan inspannen om het aantal prikkels evenredig te verminderen, zodat de leefbaarheid en welzijn toenemen.

Het investeren prikkelarme, mooie, stille en natuurlijke steden, wat zowel Erik als Walter in hun ministeries bepleiten, zal ons ook in staat stellen goed te luisteren naar wat ons lichaam en onze omgeving ons vertelt. En dat is gunstig. Want belichaamd leiderschap zorgt ervoor dat we bezielde beslissingen kunnen nemen.

2. Organische Groei = Meten én weten

In de Verlichting in de 18e eeuw is de nadruk sterk komen te liggen op ‘denken en duiden’ vanuit het idee: “meten = weten”. Hoe mooi dat ook klinkt, we merken nu dat dit leidt tot een blik die bovenal gericht is op: feiten, cijfers, woorden, actieve principes en een logica. Zaken die veelal buiten ons liggen. Zaken die altijd maar délen van de hele werkelijkheid weerspiegelen en onvoldoende rekening houden met ons innerlijke weten dat juist wijsheid verkrijgt uit veelal onzichtbare (en onmeetbare) verbanden en patronen, uit de kwaliteit van onderliggende relaties.

In zijn boek Presence schetst Peter Senge, wetenschapper op het gebied van kennismanagement en lerende organisaties, het gevaar van zo’n beperkte blik, die – in zijn woorden – altijd wordt gevormd en beperkt door de context waarin we opgroeien:

“Een te sterke mate van afhankelijkheid van metingen heeft twee nadelige gevolgen. Ten eerste verdoemt het de moderne maatschappij tot het zien van dingen, in plaats van relaties. En als tweede gevolg versterkt het de werking van de bekende dichotomie van de ‘harde zaken’ (wat gemeten kan worden) en de ‘zachte zaken’ (wat niet gemeten kan worden). Wanneer men denkt dat wat gemeten kan worden echter is, dan wordt het gemakkelijk om de zachte zaken, zoals de kwaliteit van interpersoonlijke verhoudingen of de betrokkenheid die men bij het werk voelt, als minder belangrijk te beschouwen.”

Zulke ‘zachte’ zaken vragen om aandacht en een blik naar binnen. Senge ontwikkelde hiervoor samen met Otto Scharmer en anderen hun Theory U. W. Brian Arthur, econoom van het Santa Fe Institute, verwoordt het zo: “Iedere verregaande vernieuwing is gebaseerd op een inwaartse ontdekkingstocht, naar een diep gelegen plaats, waar het weten aan de oppervlakte komt’. 

Dit ‘ínnerviewen’, dit vermogen om tot het innerlijk weten te komen, is iets wat we van oudsher kunnen. Natuurvolkeren passen dit vanzelfsprekend toe, zoals boeiend beschreven in Original wisdom, stories of an ancient way of knowing van Robert Wolff en in Marlo Morgan’s Australië op blote voeten. Natuurvolken weten hoe ze zich ‘van binnenuit’ open kunnen stellen voor kennis die ‘van buiten’, uit velden van weten’, komt, zoals Jung dat noemde.

Ik denk dat de Nieuwe Tijd van ons allemaal zal vragen om te ‘meten én te weten’. Om dagelijks te onderzoeken hoe we de relaties tussen alles wat leeft kunnen voeden en verrijken, zodat de balans en wederkerigheid in ‘geven en ontvangen optimaal blijft’.

In de Nieuwe Tijd zullen we ook minder over groei spreken, maar meer over ontwikkeling. Als we zo in het leven staan, is voortdurend groter groeien niet logisch. Organisch groeien wél.

3. Expliciteren van wijsheid in onder- en bovenstromen

Iedere leider weet: nieuwe voorstellen zijn alleen effectief en doeltreffend als ze voldoende draagvlak hebben. Als er groot gedroomd is en voorstellen van alle kanten bekeken en gewogen zijn. Als iedereen er zijn zegje over heeft kunnen doen, zodat ook de wijsheid van de ‘stille stemmen’ is meegenomen. Dat lijkt vanzelfsprekend, maar dat is het niet.

Internationaal consultant Global Sustainable Development Betty Sue Flowers zegt daarover in Presence: “De meeste praktische managers begrijpen eigenlijk niets van democratische principes, en wijzen ze daarom als onpraktisch van de hand. Het gevolg daarvan is dat onze maatschappij democratische idealen omhelst, maar dat het grootste deel van onze instituten nog steeds als een totalitaire dictatuur functioneert.”

In Nederland hebben vrouwen als Jitske Kramer (Deep Democracy) en Anke Siegers (De Nieuwe Route) mooie boeken geschreven voor leiders die ‘handen en voeten’ willen geven aan samensturing. Beide dames geven inzichten hoe je als leider op een veilige manier ‘boven tafel’ kunt krijgen wat er ‘onder water’ speelt. Zij stellen: overal waar mensen samenwerken, resoneert er van alles mee; verschillen in uitgangspunten, waarden, ervaring en achtergrond. Om de lieve vrede te bewaren, conformeren velen van ons zich en spreken we ons niet uit. Terwijl er waardevolle informatie zit onder die waterlijn.

Peter Senge noemt dit expliciteren het ‘uitstallen’ van wat er speelt en leeft. Zo krijgen ook minderheden een stem, wat nuance in het gesprek brengt en gelijkwaardigheid creëert. Leiders die dit doen, zijn niet zozeer gericht op hun persoonlijke positie van macht maar op het ontsluiten van natuurlijke kracht en die zo sturen dat ze dienend zijn aan het geheel. Daarbij durven ze:

4. Zaken die niet meer dienend zijn los te laten geven ze ‘rouw’ daarover de ruimte

De cijfers spreken voor zich. Als we écht in balans willen zijn met onze omgeving, zullen we drastische maatregelen moeten nemen. Dat betekent dat leiders in de Nieuwe Tijd een grote opgave hebben in het samen met anderen nadenken over de vraag: hoe kunnen we onze verslaving aan ‘meer-meer-meer’ loslaten? En hoe kunnen we ons verhouden tot en verbinden met het nieuwe ‘principe’ ‘minder is meer’, zoals Anouschka dat eerder mooi zei.

De leiders van de Nieuwe Tijd stellen zich de vraag: wat willen we loslaten, wat willen we omarmen? Hun vragen zijn meer gericht op: waar willen we collectief naar toe bewegen? in plaats van: hoe maken we meer winst? Bij organische groei is ‘winst’ ook geen doel op zich.

Voor sommige mensen zal dit ‘loslaten’ een pijnlijk proces zijn. Want we zullen ritmes, routines, gewoontes en zaken waaraan we gehecht zijn los moeten laten. Zulke rouw is rauw. Dat rouwproces zullen we individueel én collectief moeten doorlopen. Nieuwe leiders kunnen dat proces begeleiden.

Aan de andere kant hoor ik dat het stoppen met ‘eindeloze groei’ voor velen ook veel fijns oplevert: minder afspraken, minder (zaken)reizen, minder (prestatie)druk.. En… méér tijd, meer rust en meer oog voor de schoonheid van onze eigen omgeving.

Juist de Corona crisis heeft ons ook collectief laten zien dat we over buitengewoon veel veerkracht beschikken om zaken ánders te doen en bekijken. Ik merk ook dat het taboe rond ‘sterven’ aan het verdwijnen is. Zoals blijkt uit bijvoorbeeld de collectieve waardering voor het boek over sterven van Barbara van de Beukering: Je kunt het maar een keer doen. Of uit de positieve respons op het interview met Marc de Hond over zijn vroege afscheid van het leven in de Volkskrant, die ons helpt herinneren dat het leven kwetsbaar is en dat we maar weinig echte controle hebben.

5. Organische groei transformeert economische groei in ecologische winst

Paul Verhaeghe zei recentelijk in het artikel ‘De ceo die opschept over zijn vier uur slaap, heeft zijn beste tijd gehad’: “Steeds meer bedrijven snappen dat het neoliberale model contraproductief is. ‘Groei’ klinkt positief, maar de voortdurende gerichtheid op de groei van productie, consumptie en ego’s werkt als een verslaving en is het recept voor collectieve zelfmoord, met veel mensen die uitvallen en hogere onkosten, waardoor de productiviteit minder hoog is dan je zou verwachten. We hebben onszelf daarmee klemgezet. Mensen zijn ondergeschikt gemaakt aan groei van de economie.”

Om complete uitputting en overbelasting te voorkomen, moeten we bewegen naar een manier van besturen en organiseren die zich richt op organische groei en ontwikkeling. Naar een economie waarin loslaten en ontvangen, geven en nemen in balans zijn. Waar wederkerigheid en ecologische winst vooropstaan.

Dit vraagt van Nieuwe Leiders dat zij het ‘trio’: hoofd (besturing), hart (passie en bezieling) en handen (professie en ambacht) een gelijkwaardige positie geven in gesprekken en bij besluiten. Dan snelt niet het hoofd vooruit, maar worden ook de waarden en inzichten van hart en handen meegewogen.

De komende tijd zullen we nieuwe manieren zoeken en vinden waarop we het ‘ambachtelijk meesterschap’ van alle ‘onmisbaren’ eren en waarderen. Want dat is wat  Corona-crisis en de Top van onmisbaren van de VPRO duidelijk maakten: juist de mensen, zoals jij en ik, die dag in dag uit gewoon ‘doen‘, die met liefdevolle aandacht ‘de handen uit de mouwen steken’, voegen de meeste ‘winst’ en waarde toe aan ons leven en aan onze samenleving.

De Nieuwe Tijd vraagt om Nieuwe Leiders.

 

 

 

 

 

Schrijf een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *