Ministerie voor verbinding – Anouschka Laheij

In dit interview pleit Anouschka Laheij voor (hernieuwde) verbinding met:

  1. Integratie – van jij en zij naar wij;
  2. Samen-leven;
  3. Mensen die aan de zijlijn staan;
  4. ‘Minder is meer’;
  5. Het recht op verplaatsing.

Anouschka Laheij studeerde politicologie en psychologie. Vanuit haar bedrijf Laheij Gespreksleiding, Training en Projecten werkt ze als dagvoorzitter, coach, bestuurder en toezichthouder. Ze is lid van de raad van toezicht van Stichting Kopwerk/Schooltij en voorzitter van de Raad van Bestuur van SHOP, het expertisecentrum op het gebied van hulp- en dienstverlening aan sekswerkers en slachtoffers mensenhandel.

door Petra Hiemstra, 1 mei 2020

Het ministerie van Verbinding? Vertel!

Als dagvoorzitter is mijn belangrijkste taak het faciliteren van verbindingen tussen mensen. En daarnaast: het oppakken van ‘sterrenstof’; er zijn zoveel goede ideeën die het verdienen in het zonnetje gezet te worden!

Op het moment van dit interview, zitten we nog midden in de Coronacrisis. Een tijd waarin op grote schaal verbindingen en vanzelfsprekendheden wegvallen. Steden zijn leeg: er is geen ‘reuring’ meer, geen energie waaraan je je kan laven en opladen. De spontaniteit van het leven is verdwenen. Die levendige en voedende energie moet je nu actief ergens anders zoeken. Op kleine schaal  merk ik dat er juist nieuwe verbindingen ontstaan. Bij ons thuis, doordat we mijn moeder tijdelijk in huis hebben genomen bijvoorbeeld, met alle nieuwe reuring die dat met zich meebrengt. Ook de overschakeling naar digitaal werken vraagt dat we ons op een nieuwe manier tot onszelf en elkaar verhouden.

Persoonlijk ervaar ik deze tijd als een enorme ‘window of opportunity’ om in en buiten onszelf te onderzoeken: hoe kunnen we anders tegen zaken aankijken? Er is altijd een juiste tijd voor dingen. En vanuit het perspectief van verbinding wil ik vijf voorstellen doen voor de Nieuwe Tijd:

1. Verbinding met integratie – van jij en zij naar wij

Op de school van mijn kinderen zie ik dat zij tot een jaar of 10 uitstekend samen leven, leren en spelen. Vanaf de middelbare school groeien groepen kinderen echter uit elkaar. Bij ons thuis zijn alle vriendjes en vriendinnetjes welkom. Echter sommige kinderen mogen niet bij ons eten, want: niet halal. Ook het bij elkaar logeren, wat in de Nederlandse cultuur gewoon is, is dat in andere culturen niet. Op zaterdag gaan mijn kinderen naar sport, andere kinderen naar de Koranschool. In hun ontwikkeling zie ik hoe kleine gebaren onverwacht grote emotionele explosies teweegbrengen. Zoals mijn dochter die een klasgenootje een pen of gummetje aanbood, en daarbij vriendelijk aangaf: “Je mag hem houden hoor!” Ze kreeg bijtend terug: “Wie denk je wel dat je bent? Denk je dat we het zelf niet kunnen betalen?” Blijkbaar had ze geheel onverwacht en onbedoeld een gevoelige snaar geraakt. En dat maakt me nieuwsgierig. Hoe komt dat? Waar komt die intense boosheid, pijn, woede of zelfs slachtofferschap vandaan? En wat kunnen we daaraan doen?

Dat uitreiken naar elkaar moet vanuit alle mensen, alle culturen en alle gemeenschappen komen. Vanuit oprechte interesse en gelijkwaardigheid. En dat betekent dat wij, witte mensen, die zo gewend zijn dat het om ons draait, ons uiterste best moeten doen om in te voelen wat het betekent om gemarginaliseerd te zijn, ook al zullen we dat nooit helemaal kunnen. Vanuit die bereidheid kunnen we als individu onze samenleving dragen.

Wat dat concreet betekent? Concreet kunnen we de komende jaren aandacht besteden aan de vragen: hoe kunnen we beter leren luisteren naar onszelf, naar de signalen die ons lichaam ons geeft, en naar elkaar? En hoe kan ik mijn gevoelens op een goede manier uiten? Hoe ga ik ermee om als ik geraakt word? Waar komen mijn boosheid, gevoeligheid, geraaktheid of beledigd zijn vandaan? Hoe kan ik daarmee zijn? Hoe kan ik me daartoe verhouden? Hoe kunnen we verschillende waarden en waarheden naast elkaar laten bestaan en toch een inclusieve samenleving vormen?

Op scholen kan het vak Burgerschap hierin wellicht een goede rol spelen. Docenten zijn uitstekend in staat om te kijken wat voor hun leerlingen helpend is. Op organisatie niveau betekent dat: hoe kunnen we onze mensen faciliteren om ‘met pijn te zijn’? Om elkaar daarbij te helpen deze pijn te dragen? Om oprecht te luisteren, zodat we stappen verder komen? Hoe kunnen we  de communicatiecompetentie van onze mensen vergroten, bijvoorbeeld door te investeren in dialoog trainingen, socratische gespreksmethode en/of mediation? En in het verlengde daarvan: hoe kunnen we als organisatie en samenleving onze kennis van systemische processen vergroten? Zodat we meer inzicht krijgen in hoe ons verleden doorwerkt op ons heden, waar we loyaal aan zijn en waarom. Dan leren we hoe we voorbij de symptomen kunnen kijken, wat uiteindelijk ook tot andere oplossingsrichtingen voor problemen biedt.

Een interessante documentaire die daarin nóg een stap verder gaat en die ik onlangs zag op 2Doc was het Wraakprotocol. Deze nieuwe therapie is ontwikkeld door psychotraumatherapeut Herman Veerbeek en heeft tot doel mensen met extreem gewelddadig gedrag te helpen om hun lust tot wraak uit te schakelen. En dat vraagt nogal wat van ons therapeuten en mensen. Om ons ook te verbinden met extreme gevoelens en oerdriften zoals wraak, jaloezie en competitie, en die te koesteren als krachtige bronnen van informatie. En de intrinsieke wens tot destructie van wat niet meer goed is, om te buigen naar verandering en verbetering. Als je wilt verbinden, moet alles er mogen zijn. Dan moeten we als mens en als samenleving bereid zijn om daarmee te dealen. Om vanuit vertrouwen niet bang te zijn voor de schaduwkant van de mens.

2. Verbinding creëren met het samen-leven

Een Afrikaans gezegde luidt: It takes a village to raise a child. Dat samen-leven, lijken we in ieder geval in de stad verloren te zijn. En in onze welvarende samenleving leidt dat tot sociale armoede, als het gaat om hoe we betrokken zijn bij elkaars leven. Ik zie eenzaamheid bij jongeren, eenzaamheid tussen ouders en kinderen en eenzaamheid onder ouderen. Ja, we komen op bezoek, we maken een afspraak en drinken koffie. Echter, waar is de intimiteit? Het échte uitwisselen van gedachten, gevoelens, rituelen?

Nu mijn gezin, door de coronacrisis, weer samenleeft met mijn moeder, merk ik hoe waardevol het is om met 3 generaties in nabijheid samen te leven. In een gezin gaat dat samenleven organisch, intimiteit zit dan in kleine dingen: in kleine dialoogjes tussendoor, als je ziet hoe iemand iets oppakt, hoe iemand een uitwerking geeft aan een emotie, hoe we elkaar corrigeren en helpen. Want ja: intimiteit is ook ruzie kunnen en mogen maken. Elkaar aanspreken op verantwoordelijkheden. Moeilijke gesprekken durven voeren. Durven interveniëren als we onze zorgen uiten, helpen elkaar ontwapenen. Uitvliegen is goed, terugkeren naar het nest is óók goed.

Dat roept voor mij de vraag op: hoe brengen we de intimiteit terug in ons samenleven?

Hoe kunnen we in onze toekomstige bouwprojecten mensen meer ruimte geven om hun woonwensen te realiseren, om prettige ontmoetingsruimtes in- en buitenhuis te creëren, om het-leven-met-elkaar te faciliteren, zodat we ons, in alle vrijheid, meer geborgen en verbonden weten in de nabijheid van elkaar?

En dat geldt ook voor de zorg: hoe kunnen we zorg bieden, die lijkt op het samenleven in een gezin, met dagelijkse structuur, rituelen, gezelligheid? Waarin ieder op zijn of haar eigen manier bijdraagt aan het grotere geheel?

3. Verbinding met mensen die aan de zijlijn staan

Op dit moment hebben we veel zaken in ons land geïnstitutionaliseerd. We besteden veel zaken uit aan de overheid, instituten, professionals. Daardoor worden zaken technisch en functioneel. En gaat menselijke maat verloren. Dat is ook niet zo gek, als je als re-integratie manager een caseload hebt van 150 mensen of meer. Dan kun je de energie niet opbrengen om mensen écht persoonlijk aan het werk te helpen. Daar heb je ook de tijd niet voor. Hoe kan dat anders?

Je nuttig en verbonden voelen, een doel hebben, is een belangrijke pijler onder ieders persoonlijke, en daarmee ook ons collectieve levensgeluk. Ik wil het volgende idee ter bespreking voorleggen.

Stel, we gaan werken met participatiebonussen of iets dergelijks. Over de titel kunnen we brainstormen. En als burger of professional kun je 4.000 Euro voor iedere werkzoekende die je helpt om duurzaam aan het werk (een ‘purpose’) te komen (denk aan een dienstverband van minimaal een jaar) Wat gebeurt er dan? Ik denk dat vele ervaren professionals in staat zijn om hun eigen ‘begeisterung’ met iemand te delen. En het ook leuk vinden om dat te doen. Persoonlijk geniet ik er erg van als ik mensen op weg kan helpen, om de liefde voor mijn vak daarin te delen.

Ik denk dat zo’n bonus of incentive, vele professionals stimuleert om gedurende hun carrière tenminste 5 mensen die nu aan de zijlijn staan, actief te begeleiden en weer duurzaam op weg te helpen. Door hen stage te laten lopen bij je bedrijf/organisatie, door je netwerk open te stellen en écht actief betrokken te zijn bij het sollicitatieproces. Ik geloof dat we door het geven van persoonlijke aandacht, individueel en collectief veel meer kunnen bereiken, dan dat we het overlaten aan instituties. En als iedereen een zinvolle dagbesteding heeft, dan wordt de samenleving daar een stuk gezelliger van.

4. Verbinden met ‘minder is meer’

Genieten een delicate kwestie. We zijn ons er inmiddels allemaal van bewust: we moeten toe naar een samenleving van minder in plaats van meer. Zodat we zorgvuldig en duurzaam omgaan met de natuurlijke bronnen van de aarde en onze ecologische footprint verkleinen. En dat is heel moeilijk! Mensen associëren consuminderen met negatieve ervaringen. Dat roept de angst op: moet ik dan een saai leven gaan leiden? Mag ik dan niet meer genieten? Hoe kan mijn levensenergie dan nog stromen? Nee, dat wil ik niet! En ik snap dat. Het ís ook heerlijk om je te laven aan een overdaad van eten, een warm bad, een nieuw kledingstuk, moderne telefoon, goed gezelschap.

Dus is de vraag: hoe kunnen we op een goede manier verbinding houden met het genotsprincipe? En het aardige is, dat consuminderen en een rijk leven leiden, niet met elkaar in tegenspraak zijn. In tegendeel! Wat dat betreft kunnen we ons wellicht verdiepen in wat de filosoof Epicurus ons hierover leerde. Hij stichtte een filosofische commune in de tuin bij zijn huis, waar hij samen met zijn volgelingen onderzocht hoe hij het hoogste genot kon cultiveren. Daar is ook de term ‘hedonisme’ van afgeleid. Epicurus stelde: de echte levensgenieter houdt maat en zijn verlangens onder controle. Die eet zijn buik niet zo vol dat hij er buikpijn van heeft.

Wat mij helpt, gewoon in mijn eigen gezin, is om te stoppen met elkaar te veroordelen wat we wel of niet doen en of dat genoeg is. Als ik mijn partner mijn normatieve oordeel opdring, bijvoorbeeld ten aanzien van het wel of niet eten van vlees, denkt hij terecht: dat bepaal ik zelf wel en gaat hij uit rebellie meer opscheppen. Als ik het loslaat, en als ik hem laat zien dat ik ook van vlees geniet, maar dat het voor mij een klein stukje mag zijn, merk ik dat hij veel makkelijker meebeweegt.

5. Verbinden met het recht op verplaatsing

En tenslotte is ‘verbinding’ voor mij verbonden met het recht je te verplaatsen. Zelf heb ik een sterk verlangen om te mobiel te zijn. Om te reizen, om nieuwe mensen, nieuwe plekken, landschappen, geuren en kleuren te ervaren met al mijn zintuigen. Dat levert me zoveel geestelijke voeding op! En dat gun ik iedereen. Om dat op een goede manier te kunnen blijven doen, is internationale verbinding en samenwerking nodig. Als we stoppen met vliegen onder de 1000 kilometer, moeten we al onze vervoerssystemen zo op elkaar afstemmen dat duurzaam reizen supermakkelijk én voordelig wordt. Wat dat betreft ben ik ontzettend benieuwd naar nieuwe technieken als de hyperloop, die werkt op magnetische kracht.

De transitie naar betaalbare, schone, stille en duurzame mobiliteit, die voor iedereen toegankelijk is, zal winnaars én verliezers kennen. Dat vraagt om leiders die vóór internationale samenwerking durven gaan staan, die pijn durven doen om meer collectief welzijn te bewerkstelligen. We kunnen voor leiders kiezen die moedig genoeg zijn om deze transitie te dragen en wij kunnen besluiten hen te steunen het juiste te doen. No guts no glory.

Mogelijk interessante links

Schrijf een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *