Hoe zorgen we voor de mantelzorger? – Over wat “Zullen we het samen doen?” echt betekent
We hebben het in Nederland vaak over de zorg. Over personeelstekorten, vergrijzing, wachttijden en stijgende kosten. Maar veel minder vaak over de mensen die ondertussen stilletjes een groot deel van die zorg dragen: mantelzorgers. En dat zijn er veel.
Volgens recente cijfers zijn er in Nederland ongeveer vijf miljoen mantelzorgers. Ruim 800.000 mensen geven langdurig en intensief zorg aan een naaste. Vaak naast een baan, gezin, eigen gezondheidsklachten of financiële zorgen. Veel mantelzorgers rollen er langzaam in. Eerst een paar boodschappen. Een ziekenhuisafspraak. Administratie. Een nachtje waken. Tot je ineens niet alleen partner, dochter, zoon of vriend bent — maar óók planner, chauffeur, verpleegkundige, regelaar, luisterend oor en crisismanager.
Sinds de zomer van 2025 ben ik zelf mantelzorger van mijn lief, inmiddels 86. Samen zijn we het afgelopen jaar meerdere keren door het oog van de naald gekropen. Die ervaringen waren intens. Soms uitputtend. Soms ontroerend mooi. En eerlijk gezegd hebben ze me als coach en zielzorger ook veranderd.
door Petra Hiemstra, 27 mei 2026
Aan den lijve iets meemaken maakt zachter. Minder theoretisch. Je begrijpt ineens beter waarom mensen vergeetachtig worden, sneller huilen, afspraken afzeggen of totaal geen energie meer hebben voor “gezellige sociale verplichtingen”. Compassion fatigue klinkt ineens niet meer als een interessant psychologisch begrip, maar als iets wat in je lijf gaat zitten.
Juist daarom is de vraag zo belangrijk:
Hoe zorgen we eigenlijk voor de mantelzorger?
Wel praktische hulp. Natuurlijk zijn lieve berichten fijn. Maar nog fijner is iemand die gewoon zegt:
“Ik zet vanavond een pannetje soep voor je deur.”
“Zal ik je morgen even naar het ziekenhuis rijden?”
“Kijk: hier is een stapel duurzaam wegwerpservies. Lekker makkelijk. Dat scheelt afwas.”
“Woensdagavond tussen 20 en 21 uur laat ik bloemen / lekkers / luxe-kant-en-klaar-maaltijden bezorgen.”
“Ik bel je deze week even. Jij hoeft geen initiatief te nemen.”
“Zal ik met je meegaan naar je moeder in het verpleeghuis?”
Dat soort steun maakt verschil.
Veel mantelzorgers leven maanden of jaren in een soort voortdurende staat van paraatheid. Dan helpt het enorm wanneer anderen niet alleen vragen hoe het gaat, maar ook concreet meedenken en vooral: dóén.
In het prachtige boek Troostwijs van Imma Zandbergen (gratis te downloaden) wordt een belangrijk onderscheid gemaakt tussen troosttaal en triesttaal.
Triesttaal zijn goedbedoelde zinnen waar iemand zich vaak juist eenzamer door voelt:
Troosttaal klinkt anders. Zachter. Nabijer. Minder oplossingsgericht.
Bijvoorbeeld:
Mantelzorgers hebben zelden behoefte aan perfecte woorden. Wel aan oprechte aanwezigheid. En vooral aan daadkracht en ontzorging.
Ook werkgevers spelen hierin een enorme rol. Veel mantelzorgers proberen ondertussen “gewoon professioneel te blijven functioneren”. Ze willen collega’s niet belasten. Zijn loyaal. Werken door. Melden zich pas ziek wanneer het eigenlijk al te laat is.
Juist daarom vraagt mantelzorg om een andere manier van kijken naar duurzame inzetbaarheid.
Organisaties kunnen bijvoorbeeld:
En misschien nog wel het belangrijkste:
een cultuur creëren waarin kwetsbaarheid niet direct voelt als falen.
In mijn praktijk zie ik, zeker bij de overheid, dat dat ook gebeurt én hoeveel goed het mijn coachees doet. Als ze ruimte krijgen om te doen wat nodig is, zonder dat iemand hen achter de vodden zit of het gevoel geeft dat ze zich moeten verantwoorden. Dat maakt dat mensen Duurzaam Gezond Ambitieus kunnen blijven.
Wat me als mantelzorger misschien nog wel het meest opviel in de afgelopen periode? Dat overal in de ziekenhuizen waar we kwamen posters hingen met teksten als: “Zullen we het samen doen”. En begrijp me goed: ik snap heel goed waarom. De zorg staat onder enorme druk. Zonder mantelzorgers loopt het systeem vast. Hulp van mantelzorgers is hard nodig.
Toch bleek “Zullen we het samen doen? in ons geval vooral éénrichtingsverkeer. Het deed me pijn dat ik midden in de nacht nadat ik Frans zelf al 4 keer had gerustgesteld/verschoond/naar de wc geholpen van een verpleegkundige – die schrok van een omvallend urinoir in bed (hadden ze maar een houder geplaatst – die bestaan!) – boos het verwijt kreeg: “maar u moet wél uw kamer opruimen!” Die wás opgeruimd! Er was alleen maar héél weinig plek voor ook mijn spullen.
Ook het verzoek: “Fijn dat u helpt, maar wilt u wel thuis douchen?” viel bij mij niet in goede aarde. Nee. Dat. Wil. Ik. Niet. Als ik 24-uurs diensten draai om de zorg te ontlasten én mijn partner bijsta in de meest moeilijke tijden van zijn leven, dan wil gewoon op onze eigen kamer kunnen douchen. Daar ben ik niemand mee tot last. En ja. Ik wil ook zonder schuldgevoel om eten en drinken mogen vragen en daarbij geen ‘maar dit mogen we u eigenlijk niet geven’ blik krijgen.
Zelf rekende ik uit dat ik alleen al in de eerste twee weken van Frans z’n ziekenhuisperiode zo’n € 7.500 aan Toegevoegde ZorgWaarde leverde (14 x 16-18 uur per dag). Kijk ik naar heel 2025, dan kom ik — afhankelijk van welk uurtarief je rekent — ergens tussen de € 35.000 en € 108.000 aan geleverde zorg uit. Een bedrag dat ik in die periode niet in mijn eigen bedrijf heb kunnen verdienen. En ik ben daarin bepaald niet uniek.
Veel mantelzorgers draaien mee als halve zorgprofessionals, logistiek managers, administrateurs, transferverpleegkundigen en emotionele steunpilaren tegelijk.
Tegelijkertijd kost het gigantisch veel tijd en energie om uit te zoeken wie waarvoor verantwoordelijk is. Binnen gemeenten, zorgorganisaties en loketten verdwalen mensen soms bijna in het systeem. Voor simpele zaken moet je geregeld vijf tot tien keer opnieuw bellen of mailen voordat er iets gebeurt. Een offerte. Een hulpmiddel. Een indicatie. Een overdracht. Juist mensen die al overbelast zijn moeten ondertussen projectmanager van hun eigen zorgsituatie worden.
Daarom denk ik dat zorgorganisaties nog veel meer vanuit partnerschap met mantelzorgers mogen gaan werken. Hier enkele tips – en ik ben benieuwd naar de jouwe! Die voeg ik graag toe.
Misschien nog wel het belangrijkste: spreek waardering uit.
Niet alleen in folders of campagnes, maar ook gewoon menselijk. Want achter veel mantelzorg schuilt een enorme hoeveelheid liefde, loyaliteit en onzichtbaar werk dat zorgprofessionals dagelijks ontlast.
Misschien is dat uiteindelijk de echte vraag van deze tijd:
niet óf we het samen moeten doen,
maar hoe we het samen menselijk houden.
Voor zelfstandigen is mantelzorg vaak extra ingewikkeld. Geen werkgever betekent meestal ook: geen doorbetaald verlof.
Juist daarom ben ik zelf erg dankbaar voor mijn broodfonds die me de gelegenheid bood om te herstellen van alle geleverde zorg, mentaal én fysiek. Zulke collectieve vangnetten kunnen voor zzp’ers enorm helpen om periodes van ziekte of overbelasting financieel iets draaglijker te maken.
Ook kan het lonen om na te gaan of je gemeente en/of je zorgverzekering respijtzorg vergoeden. Dan kan diegene voor wie je zorgt een aantal etmalen per jaar thuis of op een andere locatie zorg krijgen, zodat jij zelf ook ontspannen op vakantie kunt.
Maar eerlijk gezegd voelt het voor mij ook niet kloppend om de ‘rekening’ daar neer te leggen. En daarom denk ik dat we als samenleving een stap verder mogen denken.
Wat zou er gebeuren als mensen gedurende hun werkzame leven zélf fiscaal vriendelijk zouden mogen sparen voor een zorgsabbatical? Zodat je een buffer opbouwt voor als het nodig is. Zodat je als je tijdelijk minder wilt werken om voor een ouder, partner, kind of vriend te zorgen — dit ook kúnt doen, zonder direct financieel om te vallen. Dat geeft rust en vrijheid.
Nog mooier zou een landelijke regeling zijn waarin iedere Nederlander gedurende zijn of haar leven bijvoorbeeld maximaal drie jaar betaald mantelzorgverlof zou kunnen opnemen voor mantelzorg of intensieve laatste levenszorg.
Bijvoorbeeld via:
Dat klinkt ambitieus. Maar de vraag is misschien inmiddels eerder:
kunnen we het ons veroorloven om het níét te doen?
Want mantelzorg bespaart de samenleving jaarlijks miljarden euro’s aan formele zorgkosten. Tegelijkertijd raken veel mantelzorgers zelf overbelast, ziek of financieel kwetsbaar.
In mijn eerdere artikel over een mogelijk Ministerie voor Financiële Eenvoud schreef ik al over de noodzaak van eenvoudiger en menselijker systemen. Mantelzorg laat misschien wel meer dan welk dossier ook zien hoe hard die beweging nodig is.
Maar een collectieve opdracht. Want uiteindelijk krijgen de meeste mensen vroeg of laat met zorg te maken. Als ouder. Kind. Partner. Vriend. Collega. Professional. Of patiënt.
Misschien mogen we daarom af van het idee dat mantelzorg iets is wat mensen “er nog even bij doen”.
Zorgen voor elkaar ís samenleving.
En misschien begint betere zorg voor mantelzorgers soms verrassend klein.
Met soep.
Stilte.
Praktische hulp.
Een goed gesprek.
Een broodfonds.
Een stapel biologisch afbreekbare bordjes.
Of gewoon met iemand die zegt:
“Je hoeft het niet alleen te dragen – zullen we het samen doen?”
“Hoe herkenbaar is het als je schrijft dat mantelzorgers behoefte hebben aan praktische hulp. Ik voelde me ontzettend opgelucht toen mijn zus tegen me zij: “ik zoek wel naar een goede rollater, dan hoef je die alleen nog maar te bestellen, ik stuur je een link”. Wat FIJN. Gewoon iemand die iets DOET waar je wat aan hebt. Of de enorme opluchting die ik voelde toen dochterslief pa een dagje wilde meenemen, zodat ik eindelijk me-time zou hebben – en dan de totale wanhoop en diepe teleurstelling toen bleek dat dat op de valreep niet doorging. Je kunt meteen weer aan het zorgen slaan …
Verder kreeg ooit een kaartje van mijn moeder met een kadootje. Dat had een organisatie haar gebracht en kon zij aan haar mantelzorgers geven. “Bedankt voor wie je bent, voor alles wat je doet, altijd recht uit het hart, nooit omdat het moet”. Wat een hypocriete tekst. Ik heb ‘altijd’ veranderd in soms en ‘nooit’ in vaak. Het moet gewoon. Je moet gewoon zorgen en vooral ook regelen. Wat vooral nodig is, is praktische hulp van omstanders. Dat ze je man wel willen ophalen, fijn! Maar dat ze dan in huis komen zitten en jij weer koffie-thee-limonade kan regelen. Dat is geen ontzorgen.
Praktische hulp en de mantelzorger verder met rust laten. Volgens mij is dat de kern. En het hele gedoe van “hoe gaat het met je?”, dat komt later wel, bij voorkeur op eigen aangeven. Af en toe ben ik wel verbaasd dat ik overeind ben gebleven. Dat is dan wel weer leuk, wat kan ik veel! En ik ben ook dankbaar voor alles wat WEL is, ik ben diep doordrongen van het feit: ik heb geluk.” – AO
Haagse Hoogvliegers Nassau Parc
Nassaulaan 13 2514 JS Den Haag