Liefdevolle leiders: durf pijn te doen en leer pijn in welzijn transformeren

Interview met Mathilde Maas Kuper in het kader van ons project ‘Liefdevolle Leiders luisteren groot’, Petra Hiemstra, 14 maart 2017

Leiders moeten pijn durven doen – dat is nogal een stelling. Vertel!

Als kind wilde ik dictator worden. Alles ging in mijn perceptie zo sloom: neem een besluit, dacht ik vaak! Inmiddels weet ik wel dat dictatorschap ook niet de ideale bestuursvorm is. Bij een democratie zoals de onze, horen verschillende geluiden, hoort het samen tot oplossingen te komen. Een rol die ik niet wil en waarschijnlijk ook niet zou kunnen. Liever ben ik een achterkameradviseur. Als ik de komende 10 jaar organisatie- of politicifluisteraar mag zijn? Dan heb ik:

7 pleidooien om vanuit het hoofd (elkaar moeten begrijpen) én hart (acceptatie van de afstand) leiding te gaan geven én nemen in ons samenleven.

Pleidooi 1 – Stop met ‘miepen en pleisters plakken’ en begin met ja zeggen tegen pijn

Dan zou ik ervoor pleiten dat we, naast het positief polderen, elkaar ook pijn durven doen! Dat we de pijn die er is, in ons persoonlijke, organisatorische en publieke leven, herkennen, erkennen en bespreekbaar durven maken. Natuurlijk is het pijnlijk om het met elkaar over gevoelige onderwerpen te hebben, zoals geluidsoverlast van een moskee. Maar waarom gaan we zulke gesprekken uit de weg? Daar wordt het niet beter van! Mijn kinderen mogen ook niet met een harde bal op straat spelen en hangjongeren mogen geen geluidsoverlast veroorzaken.

Een ander voorbeeld: als land, als samenleving, hebben we afgesproken dat we een x aantal vluchtelingen binnenlaten. Als het dan pijn doet, moeten we niet gaan miepen, maar gaan staan voor onze besluiten en de uitvoering daarvan. Mijn pleidooi is: stop met pleisters plakken en ‘pappen en nathouden’. Als we onze eigen bubbels en die van anderen durven doorprikken, kunnen we individueel en collectief tot heling en betere besluitvorming komen.

Liefdevolle bescherming én begrenzing betekent… zeg ja tegen nee!

Als ik naar liefdevol leiderschap op persoonlijk niveau kijk, geef ik dat vooral vorm als hoofd van ons gezin. Daar ben ik de leider en heb ik te maken met allerlei soorten pijn: letterlijke blaar- of builpijn, groeipijn, relatiepijn, uitsluitpijn, rouwpijn …. Wat me in mijn ouderschap veel steun heeft gegeven is het boek “Say yes to no” van Greg Cootsona. Hij legt uit dat liefdevolle begrenzing, door regelmatig nee’s te verkopen, los staat van vriendschap, van liefde.

Cootsona stelt: als je nooit nee hoort van je ouders, koppel je ‘ja aan liefde’ en wordt een nee! snel gevoeld als een persoonlijke afwijzing, terwijl dat er niets mee te maken heeft. Als je ouders en je leidinggevende(n) je regelmatig vanuit respect en liefde zowel ja’s als nee’s geven, heeft een ‘nee’ geen negatieve lading.

We moeten onze kinderen leren omgaan met nee’s. Soms mag mijn zoon een keer niet meedoen met zijn broer. Simpelweg omdat die bijvoorbeeld even alleen wil spelen. Dat kan en mag en is geen persoonlijke afwijzing. Dat maak ik mijn kinderen duidelijk. Wat dat betreft voel ik mezelf vooral ook een vangnet voor mijn drie jongens. Ik ben er voor ze, help ze opstaan als ze gevallen zijn, droog hun tranen, geef onbeperkt knuffels en troost. En voor de rest moeten ze het zelf doen. Dat is voor mij de essentie van liefdevol ouderschap: een evenredige hoeveelheid ja’s en nee’s geven.

Pleidooi 2 – Stop de schoolplein tirannie

En nu ik toch een nieuwe gedragscultuur aan het bepleiten ben …. Dan wil ik ook de ‘schoolplein tirannie’ een halt toeroepen. Ik zie dagelijks ouders op het schoolplein, die allemaal naar beste inzicht en vermogen hun kinderen proberen op te voeden, naar elkaar kijken, en vooral proberen hun eigen handelen goed te keuren door andere methodes (van ouders of leerkrachten) af te wijzen. Dat doet me verdriet. Ik zie veel mensen worstelen. Ik weet dat ik zelf ook worstel. Ook ik ben schuldig aan de schoolplein tirannie, door zeer zelfverzekerd over te komen. Maar ik weet, in ieder geval voor mezelf: We doen maar wat!! Ik voel, net als zij, het gemis aan een vangnet, wat we natuurlijk ook voor elkaar kunnen zijn, als we elkaar zouden steunen, open en eerlijk zouden praten over ons eigen vallen en opstaan,  over hoe we leren van pijn. In plaats van zout in wonden te strooien.

Pleidooi 3 – Ruim de rotte appels in je organisatie!

Ook in organisaties vind je die zoutstrooiers. Als etterende rotte appels brengen ze een heel team uit een evenwicht door eindeloos te blijven ‘ja-maren’. Als je echt een leider bent, aarzel je niet om ziekmakende delen gericht en bekwaam uit een levend lichaam te snijden, zodat het hele systeem gezond kan blijven functioneren. In organisaties die 100 jaar bestaan, zijn er leiders geweest die pijn hebben veroorzaakt. Die hebben onderdelen afgestoten, procedures veranderd of personen ontslagen, waar de collega’s aan gehecht waren. Zodat het bedrijf gericht verder kon bouwen.

In mijn praktijk zie ik dat organisaties die “ja” zeggen tegen pijn, tegen het proces wat daar bij hoort, opbloeien. Ik werk zelf voor GITP bijvoorbeeld. Zij hadden enkele jaren geleden te maken met  een belangrijke klant die wegliep. In plaats van te vechten, vluchten of bevriezen gingen ze vanuit openheid en kwetsbaarheid het gesprek aan. En ze vroegen: wat maakt dat jullie wegwillen? Ze namen een actief besluit de pijn te nemen en de financiële klap van het verlies van deze klanten te incasseren. Daar hebben ze gericht leerpunten uit gehaald, waardoor ze nu voorloper zijn van online leren in hun markt.

Leiderschap is ook kunnen vertellen waarom mensen iets aan het doen zijn of iets moeten doen.

Wat liefdevol luisterend leiderschap betreft, is het mooiste liedje wat ik ken: Queen and the soldier, van Suzanne Vega. Wat ik er mooi aan vind, is dat de soldaat aan de koningin vraagt waarom hij moet doen wat hij moet doen. Hij wil weten waarom, komt dat antwoord halen. Het gaat over durven vragen, willen horen. Vertel het mij. Ik snap het niet. Leiderschap is ook kunnen vertellen waarom mensen iets aan het doen zijn of iets moeten doen.

Pleidooi 4 – Leer pijn in parels transformeren

In mijn werk als trainer en organisatieadviseur vanuit mijn bedrijf Entameer, word ik ingehuurd om binnen organisaties cultuurveranderingen te begeleiden. Entameer betekent: aankaarten, aanvoeren, aanspreken, aansnijden van een nieuw onderwerp, aanknopen van een gesprek, aanzwengelen, beginnen met iets, in gang zetten, openen, opperen, opwerpen, starten en ter sprake brengen. En dat is precies wat ik doe. Samen met betrokken leg ik eerst (oude) pijn op tafel. Die maak ik zichtbaar en bespreekbaar. Indien nodig, prikken we gezamenlijk de spreekwoordelijke blaar door. Natuurlijk mag er gehuild worden, zodat het traanvocht de wond kan verlaten en er heling kan plaatsvinden. Vervolgens onderzoeken we samen de stappen die nodig zijn om vanuit die pijn tot ‘parels’ te komen. Met andere woorden: hoe zij de pijn kunnen transformeren in iets positiefs. Om dat proces goed te begeleiden heb ik een een methode voor pijnmanagement ontwikkelt. Een methode de bestaat uit taal geven aan pijn, pijn begrijpen en in 5 stappen pijn omzetten in resultaten. Om de cultuurverandering van open met pijn omgaan te kunnen bewerkstelligen.

Het aangaan van je eigen pijn en het aangaan van pijn in je omgeving, kun je alleen doen als je met elkaar met liefde en plezier vooruit wilt. Ik gun de organisaties met wie ik werk een mooie weg, richting hun eigen doel, of dat nu de verkoop van tandpasta is of iets anders.

 

Pleidooi 5 – Leer horen wat er nodig is (zone van naaste ontwikkeling)

In mijn vak als trainer en organisatieadviseur betekent luisteren dat enerzijds: ‘horen; waar wil je heen?’ Ik luister naar de urgentie en de wens. Het toekomstperspectief. De stip op de horizon. Wat staat er aan de overkant van de kloof. En anderzijds beluister ik het ‘hier en nu’: we zijn NU hier, wie staan hier, wat speelt er nu in het niet en nu. Ik beluisteren welke eerste stap betrokkenen naar de overkant kunnen en willen zetten. Mijn kracht zit in het beluisteren van verschillende kanten in de organisatie. Mijn uitgangspunt daarbij is het ‘de Zone van de naaste ontwikkeling. Dit theoretische model is ontwikkeld door de Sovjetpsycholoog en –sociaal-constructivist Lev Vygotski (18961934) voor het primaire onderwijs. Ook als kind heb je je talenten, je hebt iets wat je kunt. Als je iets nieuws wilt leren, kun je alleen een eerste stap nét buiten de comfortzone zetten. Anders krijg je paniek en stress. Het is een model wat je altijd en overal kan toepassen. Als je nooit gekookt hebt, begin dan niet met een soufflé, die stort in. Maar bak eerst eens een ei. Zo groeit je comfortzone.

Als externe sta ik los van de materie. Ik kan kijken en luisteren wat hebben individuen en de organisatie nodig hebben. Als ik wél verbonden ben met mensen in mijn omgeving, als ik persoonlijk betrokken ben bij het vraagstuk of bespreek punt waar het over gaat, is luisteren voor mij veel lastiger. Mijn gedachten gaan altijd razendsnel. Dan ben ik zó 20 stations verder en ben ik verbaasd dat niemand ondertussen in mijn TGV is ingestapt.

Ik weet hoe het zit!

In de loop van de jaren heeft mijn perspectief op luisteren zich ontwikkelt. Als ik iemand ontmoet, in welke situatie dat ook is, begin ik met het ‘downloaden van de informatie van iemand. Ik luister met mijn hele zijn. Pas recent heb ik geleerd dat dit ook luisteren is. En ik realiseerde me: dat heb ik eigenlijk altijd gedaan.

Wat ik moest leren was: als ik alle informatie beluisterd heb, wat dán? Als kind heb ik het er vaak uitgeflapt: ik weet hoe het zit! Op allerlei manieren had ik informatie verzameld en wilde vanuit hoop, en liefde dan een bijdrage leveren vanuit de gedachte: “Als we dit nu weten, dan hebben we het fijn met elkaar.” Maar daar zat niemand op te wachten! Als reactie kreeg ik dan vaak te horen: het is niet waar! Ik leerde dat de informatie die ik had verzameld of het standpunt dat ik innam blijkbaar ‘fout’ was. Dat ik alleen met mezelf bezig was. En dat gebeurde herhaaldelijk. Mijn hele omgeving gaf geen bevestiging voor wat ik zag en hoorde. Mijn aanname is daarom lang geweest: ik luister niet goed en moet beter leren luisteren.

Later bleek dat ik wel degelijk zaken goed aan- of voorvoelde. Door een paar ervaringen leerde ik, dat het achteraf klopte wat ik dacht. Een meisje wat onbetrouwbaar was in mijn studentenhuis, de scheiding van mijn ouders. De praktijk toonde het aan. Dat is de heling van de tijd. Tijd toonde aan dat mijn inzichten wel klopten en dat ik gewoon snel ben met die inzichten. Eerst dacht ik: kennelijk zie ik iets niet. Een half jaar later dacht ik: ik heb het wél goed gezien. Ik weet in een training of coaching dat ik geef wat er nodig is, ik vertrouw erop  dat ik de juiste dingen zeg. Wat ik heb moeten leren horen of beluisteren, is:

Pleidooi 6 – Leer horen: welke informatie kan iemand aan?

Nu realiseer ik me: wat niet uit komt, komt niet aan. Ik vraag me af: waar staat iemand? Een van de manieren die ik gebruik, is het oplaten van ‘ballonnetjes.  Ik deel dingen die ik hoor, zie of waarneem vanuit mijn perspectief, als iemand een ballon pakt, is het goed, en als ze wegvliegen is het ook goed.

En … hoeveel informatie kan ik zelf aan?

Vroeger was ik vooral onbewust bekwaam. Nu zet ik mijn luistervaardigheid wel eens bewust uit. Als ik naar een feestje ga bijvoorbeeld. Op het moment dat iemand, wie dan ook, met mij het gesprek aan gaat, ben ik aan het downloaden. Het is m’n eerste natuur. Het is wie ben en hoe ik werk. Dat af en toe eens niet doen, geeft meer ruimte.

Pleidooi 7 – Leer holistisch luisteren

Mijn Chinese arts vroeg me laatst: wat nu als het samenzijn met anderen geen dans meer is, maar een geheel? Dat is een mooie vraag, die voelt alsof die nu ook klopt in de tijd. Toen dacht ik: gaan we doen! Dat betekent dat mijn magische grootluistermomenten nog mogen komen! Dat ik daar ook nu pas aan toe ben en klaar voor ben.

Iemand die mij in ‘grootsheid’ inspireert is het opperhoofd Seattle van de Dwamisch & Suquamisch stam. Hij richtte zich in 1854 met een indringende rede Hoe kun je de lucht bezittentot de Amerikaanse regering die liet land van de indianen wilde kopen. De rede beschrijft het enorme gevoel van verbondenheid van de indianen niet de aarde en met alles wat daarop leeft of leefde. Hun gedachtegoed, dat land en lucht niet te bezitten is, lijkt verloren gegaan. We kunnen niet meer terug. Alhoewel? Ik zou eerst willen vragen. Als je vanuit het nu terugkijkt: had je zaken dan anders aangepakt? En als we samen vooruitkijken: kunnen we dan vanuit het systeem wat we nu hebben opgebouwd, elementen van dat oude waardevolle natuurlijke gedachtegoed, opnieuw toevoegen? Waardoor we land, water minder als bezit gaan zien en anders met de natuur kunnen omgaan? De wereld is immers van onszelf, wij kunnen alles bepalen.

Pijngrenzen

Bij  het leren omgaan met mijn persoonlijke pijn en die van anderen in organisaties heb ik interne pijngrenzen ontdekt. Ik heb zelf vrienden verloren die zich anders wilden en konden verhouden tot pijn, dan dat ik deed.  Inmiddels weet ik: Ieder heeft een interne pijngrens en kan meeleven tot bepaalde hoogte, dat is wat hij of zij aan kan. Ik vraag me af: zou dat bij luisteren ook zo zijn? Wat betekent het elkaar grootluisteren rond zo’n groots thema dan? Hoe doe je dat? Zitten er ook grenzen aan bijvoorbeeld begrip van jezelf of van anderen? En zo ja: hoe ontdek je die dan? Hoe kunnen we elkaar op zo’n alomvattend niveau leren verstaan? Hoe ga je dan als individu, organisatie of politicus om met alle informatie die je dan tot je krijgt? Wat beluister je dan wel en wat niet? Hoe filter je die informatie? Wat vraagt dat van mij? En van anderen? Is er nog meer nodig om voordat je vanuit hoofd (elkaar moeten begrijpen) én hart (acceptatie van de afstand) gaat spreken vanuit THINK:

Is it True?
Is it Helpful?
Is it Inspiring?
Is it Necessary?
Is it Kind?

Over Mathilde

Mathilde Maas Kuper (1975) is pijnspecialist, organisatieadviseur, coach en trainer vanuit haar bedrijf Entameer. Mathilde: mijn pleidooi richting huidige en toekomstige leiders is: durf te begrenzen. Durf ja te zeggen tegen ‘nee’. Stop met pleisters plakken en met ‘pappen en nathouden’. Als we onze eigen bubbels en die van anderen durven doorprikken, kunnen we individueel en collectief tot heling en betere besluitvorming komen.

Nawoord

Sinds dit interview heeft Mathilde Maas Kuper haar methode door ontwikkelt en aangescherpt. Met behulp van ervaringen bij klanten en feedback van collega’s, heeft ze dit pittige onderwerp toegankelijk en zelfs leuk gemaakt. Staat ze regelmatig als spreker met haar pleidooi voor pijn op het podium en inspireert mensen, met humor, om anders te kijken naar pijn. In januari 2021 verschijnt haar boek over pijnmanagement en de noodzaak daarvan voor succesvol leiderschap. Geschreven om iedereen inzicht en handvatten te geven om constructief om te gaan met pijn. Haar visie op pijn is onveranderd gebleven: “Niet alle pijn is goed voor je, maar uit elke pijn valt een parel te halen.”

 

Schrijf een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.