Ministerie voor Toegankelijkheid – Marianne Dijkshoorn

Beperkingen zijn vaak geen probleem. Het is toegankelijkheid! En daar kunnen we heel makkelijk iets aan doen, betoogt Marianne Dijkshoorn (zelf slecht ter been en deskundige) in dit artikel. Zij pleit voor vijf makkelijke maatregelen die het leven van mensen mét én zonder beperking een stuk leuker maken:

  1. Denk b r e e d als het om toegankelijkheid gaat;
  2. Vermeld je toegankelijkheid op je website;
  3. Train jezelf, je medewerkers en opleiders in ‘de institutionele ja’;
  4. Betrek ervaringsdeskundigen én experts bij het maken van toegankelijkheidsbeleid;
  5. Laat Universal Design (en rolstoeltoegankelijkheid) de norm zijn voor nieuw- en verbouw projecten en de openbare ruimte.

Marianne Dijkshoorn studeerde vrijetijdsmanagement en deed daarna de master Event Management Advanced. Als student won zij de Houten Giraffe award voor aanstormend evenemententalent. Momenteel werkt zij als Adviseur Toegankelijkheid bij het Event Safety Institute. Ook zet zij zich als mede-initiatiefnemer van het Themanetwerk Festivals en Evenementen bij de Coalitie in voor Inclusie. In opdracht van gemeenten en organisaties onderzoekt zij hoe gebouwen, evenementen en de openbare ruimte voor iedereen met een beperking makkelijk toe- en uitgankelijk zijn. Uitgankelijkheid betekent dat alle aanwezigen bij een calamiteit snel en onbelemmerd op een veilige plek kunnen komen. In 2018 bracht zij het boek ‘Maak je Event Toegankelijk voor Iedereen’ uit.

Interview door Petra Hiemstra, 28 mei 2020 in het kader van ons project ‘Ministeries voor de Nieuwe Tijd’

Ministerie voor Toegankelijkheid? Vertel!

Voor mij is lopen, als gevolg van een gendefect, niet makkelijk. Dat zie je als ik loop en niet als ik stil sta, want ik loop zonder hulpmiddelen. Lopen kost mij veel energie. Als ik een slechte dag heb, is iets simpels als mijn eigen kopje koffie dragen gewoon niet mogelijk zonder te morsen. Gelukkig ben ik niet iemand die bij de pakken neer gaat zitten en kijk ik vooral wat er wél kan!

In 2008 wilde ik met vrienden naar een leuk lokaal festival in de regio Rotterdam. Dat festival was voor mij niet toegankelijk doordat het op een steile heuvel werd georganiseerd. Een studieloopbaanadviseur zei me: ‘als je iets wilt, moet je het zelf regelen, iemand anders doet het niet voor je’. Dat advies heb ik ter harte genomen. Ik heb de organisatie gebeld en ik vond een luisterend oor. Mijn advies aan de organisatie werd opgepikt door de lokale krant. Op basis van dat artikel vroeg één van mijn docenten: wil je gastcolleges geven aan je medestudenten? Ik was toen tweedejaars. Ontzettend spannend. En leuk! Na een afstudeeronderzoek over dit onderwerp ben ik van het één in het ander gerold en nu zet ik me in voor toegankelijkheid in brede zin. En dat is dan gelijk mijn 1e pleidooi:

1. Denk b r e e d als het om toegankelijkheid gaat

Als het over toegankelijkheid gaat, denken de meeste mensen direct aan rolstoeltoegankelijkheid met hellingbanen, liften etc. Toegankelijkheid is echter veel breder dan dat!

Als Adviseur Toegankelijkheid is het mijn taak om ervoor zorgen dat dat iedereen, en dan met name mensen met een beperking, naar een winkelcentrum, evenement, stadion, stadhuis of een andere drukke plaats kan gaan. Daarbij let ik erop of mensen met een beperking kunnen deelnemen aan de doelactiviteit en of zij ook dezelfde beleving kunnen ervaren. Mensen met een beperking, of zij nu een fysieke, visuele, mentale, sensitieve of auditieve beperking hebben, kunnen aan veel dingen niet, of minder goed, deelnemen door allerlei drempels of obstakels.

Bezoek op je eerstvolgende teamuitje je eigen organisatie, bedrijf of theater eens vanuit een rolstoel, met je voet in een brace of doe een oogmasker op of oordoppen in. En je zult zien: dat is een heel leerzame ervaring! Hoe word je dán door je collega’s bejegend en geholpen? Hoe makkelijk loop of rijd je over kinderkopjes, grint of zand? Hoe breed zijn de parkeerplaatsen? Kun je je auto makkelijk in en uit met rolstoel, krukken of buggy? Kun je vanuit je rolstoel op ooghoogte contact maken met de receptionist(e)? Of kijk je tegen de balie aan? Kun je met je rolstoel makkelijk deuren door, of zitten er zware drangers op? Kun je makkelijk de lift in én uit? Is er op iedere verdieping een rolstoeltoegankelijk toilet, of moet je helemaal naar de begane grond om er één te vinden? Zeker als de routing niet helder is en de nood hoog, kan dat hele ongemakkelijke situaties opleveren! En wat gebeurt er met je als er brand uitbreekt en de liften niet meer gebruikt mogen worden?

Mede door de Participatiewet zijn er in vele organisaties mensen met een beperking werkzaam. Zij moeten zich makkelijk door het héle gebouw kunnen verplaatsen, want voor je werk kom je alle uithoeken van het gebouw; van jouw kantoor, tot dat van je leidinggevende en tot de kantine.

Natuurlijk vergen aanpassingen investeringen. Echter de zaken die voor veel mensen met een beperking écht wezenlijk zijn, hoeven helemaal niet duur te zijn. Die gaan veel meer over gastvrijheid en communicatie. Door te stoppen met onderschatting van mensen met een beperking bijvoorbeeld, en écht goed kijken naar de kwaliteiten en mogelijkheden van een persoon, en die te stimuleren.

Stel je hebt een bril. Hoe zou het voor jou zijn als alle mensen je zaken gaan voorlezen? Raar, toch? Daar heb je immers een bril voor! En hoe denk je dat ik me voel, als ik een leuke jurk koop, en de verkoopster vraagt mijn partner om met haar mee te lopen naar de kassa? Alsof ik mijn kleding niet zelfstandig kan afrekenen! Onder andere door mijn handicap werd ik door mijn docenten laag ingeschat en heb ik langer over mijn studie gedaan dan nodig was geweest. Zonde van de tijd achteraf!

Vaak is communicatie ‘the key’! Daarom:

2. Vermeld je toegankelijkheid op je website

Iets wat iedere ZZP’er, ieder bedrijf of organisatie kan doen, is op de website vermelden in hoeverre je gebouw toegankelijk is voor mensen met een fysieke, auditieve of visuele beperking. Dat is één minuut werk en scheelt zoveel gedoe!

Ik geef een voorbeeld. Stel: je zit in een rolstoel en je zou de Domtoren in Utrecht willen bezoeken. Zonder lift kom je die toren van ze langzalzeleven niet op. Hoe kom je erachter of die daar is? En dan hoor ik je denken: “Maar dan bel je toch even?” Ja, dat is waar. Alleen de praktijk is echter, dat er een (inval)medewerker aan de telefoon zit, die het gebouw niet goed kent. Die stuurt een bericht door naar een collega die net ziek/van z’n plek is/op vakantie is. Gevolg: mails en belnotities blijven lang liggen. Dan is het moment dat iemand had willen gaan al voorbij….

Mijn eigen boekhouder nam de tip om te communiceren dat hij een lift heeft in het pand ter harte en kreeg tot zijn verrassing daardoor méér klanten, omdat enkele senioren met een rollator nu direct wisten: daar kan ik terecht.

Heb je méér communicatiebudget, dan kun je ook (laten) checken: is mijn website/gebouw/presentatie/evenement goed toegankelijk voor blinden/laaggeletterden en/of mensen die de Nederlandse taal (nog) niet machtig zijn? Wat dat betreft heeft gebarentolk Irma Sluis door de persconferenties van het kabinet haar vak als gebarentolk fantastisch op de kaart gezet!

3. Train jezelf, je medewerkers en opleiders in de ‘institutionele ja!’

Ian Smeyers pleitte vanuit zijn Ministerie voor Nuance voor meer hoffelijkheid op straat. Ik zou zeggen: neem die hoffelijkheid gelijk ook mee naar binnen!

Dat geldt in de eerste plaats voor mensen met een beperking zélf. De toon waarop je om hulp vraagt, maakt de muziek. En zit er een groot verschil tussen vriendelijk vragen en ijzig eisen. De meeste mensen deugen en steken desgevraagd graag een helpende hand toe. Kijk daarom eerst wat je zélf kunt bereiken mét de partij van wie je iets verlangt, voordat je wrokkig naar de media stapt of je beklag deelt in je social media netwerk. In goed overleg is er meestal veel mogelijk, is mijn ervaring.

Al begrijp ik de bozigheid natuurlijk best. Ook ik vang, óók als ik het heel vriendelijk vraag, ontstellend vaak bot bij servicepersoneel dat gewoonweg weigert om een parkeerplaats zo dicht mogelijk bij de locatie te reserveren of om iets van een buffet op een tafeltje voor me neer te zetten, omdat zij niet meteen mijn handicap zien als ik niet loop. Best frustrerend!

En het omgekeerde gebeurt ook: dat personeel zó graag gastvrij wil zijn, dat ze doorschieten in hun goede bedoelingen en zich teveel in mijn persoonlijke ruimte begeven. Onze hotelscholen behoren tot de wereldtop. Ik zou graag (laten) onderzoeken, hoe we die kennis in ons collectieve DNA én handelen kunnen verankeren.

Ik las laatst dat Amazon ‘The Institutional Yes’ had ingevoerd voor projecten, zodat goede ideeën niet in de kiem gesmoord worden. Standaard is daar het antwoord op ieder voorstel: “ja, doen”! Geweldig! Ik denk dat ons land in álle opzichten tot grote hoogten kan stijgen, als we onszelf daar collectief in zouden trainen.

4. Betrek deskundigen én experts bij het maken van beleid en visieontwikkeling

Voor mijn werk reis ik door heel Nederland. Ik merk dat beleidsmedewerkers en bestuurders écht hart hebben voor inclusie en sociale cohesie. En hun goede wil graag tonen door ervaringsdeskundigen bij het maken van toegankelijkheidsbeleid te betrekken. SUPER! Daar ben ik blij mee. Ik wil daar wel een opmerking bij plaatsen. Ervaringsdeskundigheid is voor het maken van beleid of het ontwikkelen van een visie op toegankelijkheid alléén, niet altijd genoeg. Net zoals dat iedereen die graag creatief bezig is, niet direct een kunstenaar is.

Het verschil tussen deskundigheid en ervaringskennis ligt in de kern in het vermogen om een langdurige visie te ontwikkelen. Mensen met een beperking reageren vooral (soms gefrustreerd) vanuit hun beperking: “Hier ligt een drempel en daar heb ik nu een probleem mee”. Experts kijken vooral naar oplossingen voor de toekomst.

Om te weten of iedereen straks goed van de nieuwe gebouwen, evenementen en openbare ruimte gebruik kan maken, is specialistische kennis wenselijk, om ervoor te zorgen dat de gedane voorstellen ook haalbaar en betaalbaar zijn. Je kunt een theaterlocatie adviseren om te investeren in evacuatiestoelen. Dat zijn stoelen waarmee je mensen met een beperking in noodgevallen via de trap naar buiten kunt begeleiden. Die zijn echter duur en zijn niet direct aangeschaft. Er zijn soms andere, goedkopere mogelijkheden. Op die manier kan een specialistisch advies veel kosten schelen.

En als ik mag dromen? Ja, dan zou ik graag zien dat er een algemeen keurmerk komt voor toegankelijkheid, zoals ook hotels puntensystemen voor service en duurzaamheid hebben. Dan weet je direct wat je als bezoeker kunt verwachten.

De huidige ‘Minister van Gehandicaptenzaken’ Rick Brink is een geweldige mediapersoonlijkheid die veel bewustzijn genereert. Een échte minister voor toegankelijkheid mag wat mij betreft de officiële follow-up zijn. Immers, een minister kan écht maatregelen nemen die toegankelijkheid in de bouw, het openbaar vervoer en de openbare ruimte duurzaam wettelijk verankeren.

Wat dat betreft kunnen we een voorbeeld nemen aan Amerika. Zij hebben het recht op toegankelijkheid van gebouwen en evenementen vastgelegd in de grondwet, nadat zoveel soldaten gewond terugkwamen uit de oorlogen. En daar wordt ook op gehandhaafd.

Het was ook in America, dat de zeven principes van Universal Design werden ontwikkeld door Ronald Mace en zijn team aan de Universiteit van North Carolina. Hij stelde: “Universal Design is the design of products and environments to be usable by all people, to the greatest extent possible, without the need for adaptation or specialized design”.

Mijn laatste pleidooi is dan ook:

  1. Laat Universal Design (en rolstoeltoegankelijkheid) de norm zijn voor nieuw/verbouw projecten en de openbare ruimte

Universeel ontwerp is het zodanig ontwerp van gebouwen, producten of omgevingen dat ze voor iedereen toegankelijk zijn, ongeacht: leeftijd, geslacht, etniciteit, cultuur, taal, leerstijl, handicap of andere factoren. Deze zeven principes zijn:

  1. Bruikbaar voor iedereen;
  2. Flexibiliteit in het gebruik;
  3. Eenvoudig en intuïtief gebruik;
  4. Begrijpelijke informatie;
  5. Marge voor vergissingen;
  6. Beperkte inspanning;
  7. Geschikte afmetingen en gebruiksruimten.

Want of je nu een beperking hebt of niet, iedereen wil zelfredzaam, vrij én welkom zijn. En daar zet ik me ook de komende jaren graag verder voor in.

Schrijf een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *