“Je mag me altijd bellen.” Er zijn zinnen die lief bedoeld zijn en toch pijn doen. Niet omdat mensen geen goede intenties hebben maar omdat woorden soms precies blootleggen waar de ander níet toe in staat is. In Je mag me altijd bellen beschrijft schrijfster Karin Kuiper hoe juist deze zin haar na het overlijden van haar man, schrijver Karel Glastra van Loon, intens kon irriteren. Alles in haar dacht: nee. Jij moet míj bellen. En dat herken ik inmiddels als…